

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik ben Rick, een leraar met een zachte stem.
Ik kom uit Den Haag.
Op dinsdag reis ik met de trein naar Breda.
De trein ruikt naar koffie en natte jassen.
Mijn tas staat bij mijn voeten.
Er zit brood met kaas in.
Dat is geen feest, maar wel handig.
Vandaag geef ik taalles in een buurthuis.
In mijn groep zit Mila.
Zij werkt in een winkel met sokken en petten.
Sokken met kaas erop verkopen goed.
Dat begrijp ik niet, maar ik glimlach.
Bruno is een man uit Antwerpen.
Hij woont naast de winkel van Mila.
Hij koopt vaak drop en melk.
Hij praat weinig, maar hij groet altijd.
Naast Bruno woont Pieter.
Pieter repareert oude radio's in zijn kamer.
De radio's maken soms zachte muziek.
Dan danst Mila achter de toonbank.
Op een koude vrijdag verandert de straat.
De lucht is grijs, en de stenen zijn nat.
Mila zet nieuwe petten in de etalage.
Ze ruikt koffie uit het café naast haar.
Dan ziet ze Bruno snel lopen.
Zijn gezicht is wit.
Zijn handen zijn koud en strak.
Hij zegt: "Ik moet naar Pieter." Mila vraagt: "Wil je eerst zitten?" Bruno schudt zijn hoofd.
Hij heeft iets heel naars gehoord.
Iemand zegt dat Pieter fout was bij een kind.
De jongen komt soms bij Bruno thuis.
Bruno denkt alleen aan die woorden.
De woorden gaan rond in zijn hoofd.
Dat helpt niet.
Het maakt hem alleen maar bozer.
Mila loopt naar hem toe.
Ze zegt zacht: "Bruno, bel eerst de politie." Bruno kijkt niet naar haar.
Hij loopt de trap op bij Pieter.
Zijn schoenen maken harde klappen op het hout.
Tak, tak, tak, als een slechte klok.
De deur gaat open.
Pieter staat daar in een groene trui.
Bruno heeft een mes in zijn hand.
Mila ziet het en belt 112.
Ze zegt haar naam en de straat.
Haar stem blijft rustig.
Dat vindt ze later knap van zichzelf.
Er klinkt hard geschreeuw boven.
Een kopje valt kapot op de vloer.
Dan rent Pieter naar buiten.
Zijn arm heeft bloed.
Bruno staat stil bij de deur.
Alsof zijn hoofd ineens leeg is.
De politie komt snel.
Een witte wagen komt ook.
Er zijn blauwe lampen.
Niemand maakt een grap.
Zelfs de fietsbel van buurvrouw Nel blijft stil.
Pieter gaat naar het ziekenhuis.
Bruno gaat met de politie mee.
Mila sluit de winkel voor een uur.
Ze zet thee voor Nel.
Nel zet suiker in haar thee.
Dan zet ze nog suiker.
"Dit is geen limonade," zegt Mila zacht.
Nel lacht een beetje.
Dat kleine lachje helpt die dag.
In mijn taalles praten we later over die dag.
Ik zet drie woorden op het bord.
Stop.
Adem.
Bel.
Ik zeg: "Grote pijn vraagt om grote hulp." Mila knikt.
Ze zegt: "Vanaf nu pak ik mijn telefoon." "Ik pak geen mes en geen stoel," zegt ze.
De groep kijkt haar aan.
Bram zegt: "Een stoel is ook lastig in je jas." De groep lacht zacht.
Humor is soms een klein lampje.
Maanden later horen we wat met Bruno gebeurt.
Mensen met veel kennis praten lang over Bruno.
Ze kijken naar alles van die dag.
Daarna komt er een zware dag.
Bruno mag meer dan zestien jaar niet naar huis.
Hij woont nu achter dichte deuren.
Dat voelt koud voor iedereen.
Mila zegt: "Ik hoop dat Pieter beter wordt." Ik hoop ook dat de jongen goede hulp krijgt.
Niemand kent alle feiten.
Maar iedereen weet één ding.
Een mes maakt een dag kapot.
Een telefoon kan hulp halen.
Vandaag is de straat weer bijna gewoon.
Mila verkoopt sokken met kleine fietsen.
Een klant vraagt sokken met haring.
Mila zegt: "Dan ruiken uw voeten naar zee." De klant lacht hard.
De koffie ruikt weer warm.
De radio van Pieter speelt zacht.
Bruno is er niet.
Zijn deur blijft dicht.
Mila kijkt soms naar die deur.
Dan ademt ze rustig.
Ze denkt: ik ben klein, maar hulp is groot.
Daarna helpt ze de volgende klant.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze