

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hoi Tom.
Hoi Julia.
TOM: Hoi Rick.
JULIA: Hoi Rick.
Lekker weer.
RICK: Ja, het is mooi weer.
De zon schijnt.
De zon is warm.
TOM: Wat drink jij?
RICK: Ik drink koffie.
Jij ook?
Drink jij ook koffie?
JULIA: Ik ook.
Koffie is lekker.
Koffie is warm.
TOM: Ik drink thee.
Thee is ook lekker.
Ik drink thee elke dag.
RICK: Ik lees een raar bericht.
TOM: Wat is het?
Vertel.
Vertel het verhaal.
RICK: Een man in Duitsland graaft in de tuin.
Hij graaft met een schep.
JULIA: En dan?
Wat doet hij?
Graaft hij diep?
RICK: Hij vindt botten en tanden.
Veel botten.
Veel tanden.
TOM: Veel botten?
Hoeveel?
Tien?
Twintig?
RICK: Ja, duizend botten en tanden.
Duizend!
Dat is veel.
JULIA: Dat is veel.
Heel veel.
Duizend is heel veel.
TOM: Zijn het oude botten?
Heel oude botten?
RICK: Ja, de botten zijn oud.
Heel oud.
Duizend jaar oud?
JULIA: Van een dier?
Een hond?
Of een kat?
RICK: Nee, van een mens.
Een mens.
Een oude mens.
TOM: Oh, dat is niet leuk.
Niet leuk.
Botten van een mens zijn eng.
JULIA: Is de man boos?
Boos op de botten?
Zegt hij iets?
RICK: Nee, de man is niet boos.
Hij is verbaasd.
Hij zegt: "Oh!" TOM: Wat doet de man?
Graaft hij verder?
Of stopt hij?
RICK: Nee, hij stopt met graven.
Hij stopt.
Hij is bang.
JULIA: Hij belt de politie?
Ja?
Hij belt met zijn telefoon.
RICK: Ja, de politie komt.
De politie is snel.
Ze komen in een auto.
TOM: De politie is snel.
Dat is goed.
Snel is goed.
JULIA: De botten zijn een probleem.
Een groot probleem.
Een groot probleem voor de man.
RICK: Ja, het is een groot probleem.
De man heeft pech.
Grote pech.
TOM: Ik vind het eng.
Botten zijn eng.
Vooral oude botten.
JULIA: Ik ook.
De botten zijn oud.
Heel oud.
Oude botten zijn raar.
RICK: Ja, heel oud.
Duizend jaar oud?
Misschien wel.
TOM: De man heeft een tuin.
Een mooie tuin?
Met gras?
JULIA: Hij wil een mooie tuin.
Met bloemen.
Rode bloemen en gele bloemen.
RICK: Nu heeft hij een tuin met botten.
Geen bloemen.
Alleen botten.
TOM: Dat is niet mooi.
Nee, niet mooi.
Botten zijn niet mooi.
JULIA: Nee, het is niet mooi.
Het is raar.
Heel raar.
RICK: De politie haalt de botten weg.
Weg met de botten.
Ze doen de botten in een zak.
TOM: Dat is goed.
Dan is de tuin weer schoon.
Schoon en leeg.
JULIA: De man kan weer graven.
Morgen?
Graaft hij morgen?
RICK: Ja, de man graaft morgen.
Hij probeert opnieuw.
Hij wil bloemen.
TOM: Hij vindt niets?
Geen botten?
Geen tanden?
RICK: Hij vindt een schat?
Misschien een schat.
Een schat met geld.
JULIA: Een schat?
Dat is leuk.
Een schat is leuk.
Geld is leuk.
TOM: Ja, een schat is leuk.
Beter dan botten.
Veel beter.
RICK: Een schat met geld.
Veel geld.
Goud en zilver.
JULIA: Dat is beter dan botten.
Veel beter.
Geld is fijn.
TOM: Ja, geld is beter.
Geld is fijn.
Met geld koop je koffie.
RICK: De man heeft geluk.
Of pech?
Wat denk jij?
JULIA: Of pech?
Ik denk pech.
Botten in de tuin is pech.
TOM: Ik denk pech.
Botten in de tuin is pech.
Grote pech.
RICK: Ja, botten in de tuin is pech.
Grote pech voor de man.
JULIA: De man drinkt koffie?
Na het graven?
Met de politie?
RICK: Ja, hij drinkt koffie met de politie.
Samen.
Ze praten over de botten.
TOM: Dat is gezellig.
Koffie met de politie.
Gezellig met koffie.
JULIA: Ja, met koffie en botten.
Raar, maar gezellig.
Een raar verhaal.
RICK: Het is een raar verhaal.
Heel raar.
Maar wel interessant.
TOM: Ja, het is een raar verhaal.
Maar leuk om te horen.
Ik vertel het aan mijn vriend.
JULIA: Ik drink nog koffie.
Nog een kopje.
Koffie is lekker.
RICK: Ik ook.
Nog een kopje koffie.
Proost.
TOM: Proost.
JULIA: Proost.
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze