Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Verdieping: 14 oktober

Stel je voor, het is een compleet normale dienstig ochtend.

Je zit aan de ombijtaal voor met je gezin, je eten, snetje brood, je drinkt gewoon een koptee.

Ja, niks aan hand.

Precies.

En dan, echt zonder enige syrenen of een grote knal nog zo,

kraap erop eens van dat eiskouder, monterugge, bruine water onder je voordeur door.

Oef, ja.

Het steigt tot je enkels, dan tot je knieën.

Je moet grennen, vlucht er naar de bovenverdieping.

En dit is dus het bizar, wat doet je zes jaren gebroordje te midden van die absoluutegraals?

Ja, dat is echt.

Die pak zijn leesboekje uit bed, slaat het open en wij stoi zijn naar het woord Kat.

Naast een plaatje van een zwarte Kat.

Het klinkt absurd, he?

Tot nou.

Maar goed, welkom bij deze nieuwe diepgaande verkending.

Normaal gesproken duik we hier voor jou in van die zware akademische onderzoeken of dikke geopolitieke reporten,

maar vandaag pak we het compleet anders aan, toch?

Ja, we maken er aan het een vrij onverwachtig stap vandaag.

We kijken naar twee verhalen die speciale zijn geschreven voor mensen die net te taal leren.

Echte basis.

Bezien ze zijn geschreven op het allerlaagste, meest basale taal-niveau, zeg maar, het A-niveau.

Ze heten Mila en het water, en mijn telefoon eten geen brood.

Ja.

En hoeveel het misschien klinkt als echt simpeler dan simpel,

durf ik wel te beweren dat er meer rawe psychologie in deze paar alinea zit dan in meenig psychologisch handboek.

Nou ja, dat is dus exact de reden waarom ik deze teksten vandaag met jou wilde uitpakken.

Onze missie is eigenlijk om te onderzoeken hoe de mens, en dan specifiek door die onbevlekte ogen van een kind

reageert als de wereld om een heenplotseling veel te groot of te gevaarlijk wordt.

Of de complex?

Ja, precies.

Of dat nou een verwoestende natuuramp is of de onzichtbare, zeg maar, abstracte dreiging van technologie en wereldpolitiek

bezoeken naar dat universale overlevingsmeingenisme.

En dat meegenisme is fascinerend.

Want wat doen we als we over spool draken?

Lettelijk of figuurlijk.

Ja, wat doen we?

We klamp ons vast aan de allerkleinste, meest fysieke en allerdaagste details.

En de taal in deze teksten dwingt ons om daarna te kijken.

Je krijgt die geen lange, poetische zinnen over extrecentiele angst.

Nee, het is superdroog.

Ja, je krijgt zinnen van vier woorden lang.

Dat dwingt jou als laser eigenlijk om de realiteit in zijn meest puur reform te zien.

Ja, weet je, ik bedoeg me dus tijdens het laser.

Het is eigenlijk als of je naar een gigantische verwoesten de storm staat te kijken,

dan pipkleinsleutel gehad.

Mooie vergelijking.

Ja, toch?

Omdat je blikveld zo beperkt is en door dat die woordenschad zo klein is,

zie je niet het hele landschap wegvragen.

Je ziet alleen dat ene blaadje heel hevige wapperen.

Ja.

Maar juist, daardoor komt de emotionele klap echt veel harder binnen.

Je hersenen vullen de rest van die stormgang zelf aan.

Laat u meteen dat eerste verhaal, Mila en het water even bijpakken.

We bevinden ons dus in een klein huis in Nepal.

Kijk, de start van dat verhaal is echt cruciaal voor de impact van de ramp die daarna volgt.

De autor buit met op zit en haast, maar ja, peinelijke alle dagzijt op.

Ja, alles is heel normaal.

Exact.

Mila is 10 jaar oud, haar broertje Ben is 6.

Ze zitten aan de ontbijtaal van met hun moeder.

En de beschrijving is ultra functionele.

Mila heeft brood, ben drink melk, moeder drinkt waar meteen.

Geen woord te veel.

Nee, alles heeft een vaste plek.

Er is zelfs een explizite vermelding van een roodboord waar het brood te licht.

Het ademt gewoon structuur.

Maar, buiten regent het.

En niet zo maar een beetje.

De tekst maakt echt duidelijk dat het stevig is.

Wat me enorm opviel aan hoe deze ramp zich voltrekt, is het ombreken van spectacul.

Die spanning kruip letterlijk naar binnen het water steigt, het pak te schol.

En dan stroomt dat bruine, moderne water gaan stiletjes onder hun eigen voordeur door.

Tot onder die veilige etafel.

Ja.

En dan is er een zin die bij mij echt pleef hangen.

Mila ziet de midden van altijd bruine fice water haar velle roodbood rijven.

Waarom raakt zo'n mini-schok dit als lezer nou zoveel harder dan?

Ik noem er wat de zin, het dorp overstroomde.

Nou, omdat het de botzing is van twee werelden die eigenlijk nooit mogen overlappen.

Die rode bal staat symbool voor het ongecompliceerde, veilige leven van een kind.

Spel, onschuld.

En ook die kleur rood, die enorm afstak tegen het grijs.

Ja, contrast.

Precies.

Dat bruine water is de blinde, meedogenloze natuurkracht die daar simpelweg geen rekening mee houdt.

Nee, de natuur boeit dat niet.

Precies.

Als je leest over een overstroom dorp, dan blijft dat heel abstract.

Je hersenen kunnen dat op een veilige afstand verwerken.

Maar een kinderspeeltje dat plotseling ronddrijft in je woonkamer.

Dat is echt een inbreuk op de intiemste veiligheid zone die we kennen.

Oh, ja.

En dan op dat moment komt dat overlevingsmegenisme in actie.

Het vlucht er naar de bovenverdieping.

Ja, waarschijnlijk gewoon een hele kleine slaapkamer.

Ja.

En die moeder pakt niet de fotoalbums of sieraden, of andere waardevolle spullen.

Ze reduceert hun hele bestaan direct tot een rauwe basis.

Brood, water en drie kopjes.

Dat is alles wat over is.

Dat is alles.

En dan komen we bij het moment met het broertje.

Ben, wacht even hoor, want ik dacht in eerste instantie echt is dit kind in shock of zo.

Hoe bedoel je?

Nou ja, zijn huis loopt onder water en hij gaat rustig op bed zitten met een boekje.

En lees het woord kat bij een plaatje van een zwarte kat.

Dat is toch bijna absurdistisch.

Het lijkt absoluut absurdistisch voor een volwassene die die situatie fysiek probeert op te lossen.

Maar vanuit de cognitieve psychologie van een zesjarige is dit eigenlijk een briljante, heel actieve verdedigingsstrategie.

Oh, echt?

Ja, we denken vaak dat vluchten of vechten de enige overlevingsmegenisme zijn, maar er is nog een.

Namelijk structureren.

Bens hele fysieke wereld stort letterlijk in.

De vloer is water, gewoon de keukens verdwenen.

Alles is weg, ja.

Precies, alles wat vast stond, is opeens vloeibaar.

Dus waarnaar zoeken mensen dan, naar regels die de chaos niet kapot kan maken.

De regels van taal in dit geval.

Oh, wow.

In zo'n boekje is een kat altijd een kat.

Dat is een zekerheid die dat water hem gewoon niet af kan nemen.

Dat is, wow, oké.

Dus het is helemaal geen ontkening van de realiteit.

Hij is echt gewoon een micro-realiteit aan het creëren die hij wel kan controleren.

Precies.

En Mila doet eigenlijk iets soortgelijks op hun fysiek niveau.

Zij grijpt gewoon de hand van haar moeder en laat niet meer los.

Ze zoekt een fysiek anker.

Het viel ook enorm op hoe, nou ja, hoe ongelooflijk stil dit verhaal eigenlijk is dat ze naar boven zijn gevlucht.

Ja, die stilte is heel aanwezig.

Ja, weet je, als ik aan een overstroming denk zie ik, door onze hele cultuur, onmiddellijk zo'n bombastische Hollywood-film vormen.

Ja, natuurlijk.

Met explosies en zo.

Ja, je hoort, gillende mensen, helikopters in de lucht, ontploffende elektriciteitskastjes, van die aanzwellende dramatische muziek.

En de held die iedereen redt?

Exact, maar hier is het urenlang wachten op een bedrand.

De radio noemt heel klinisch, vijf vermisten mensen.

En als ze dan uit het raam kijken, zien ze op een gegeven moment twee mannen door het water waden.

En die roepen namen in de regen.

En de tekst zegt heel simpel er komt geen antwoord.

Ja, poeh.

Dat vond ik stiekem zoveel angstaanjagener dan een actiefilm.

Is dat de realiteit van een crisis?

Vaak wel, ja.

Wat we in film zien is hyperactie, gewoon omdat dat visueel lekker prikkelt.

Maar de echte psychologische horror van een ramp zit veel vaker in isolatie en verlamming.

Dat wachten.

Precies, het wachten in het donker, terwijl het waterpeil stijgt.

Jouw wereld is letterlijk gekrompen tot nou ja, vier, vier kanten met een bed.

En die stilte, na die roepende mannen, dat maakt die abstracte term vijf vermisten op de radio ineens ijzing wekkend concreet.

Je hoort gewoon de afwezigheid van leven.

Maar over de definitie van leven gesproken.

Er is een moment eerder in dat verhaal echt nog voor de overstroming.

Dat we echt even onder de loop moeten nemen.

Het lijkt een heel grappig, onbenullig zinnetje, maar je wees me er in onze voorbereiding op.

Dat het eigenlijk de hele psychologische brug vormt naar tweede verhaal dat we zo gaan bespreken.

Ja, absoluut.

De zinnen met de schoen en het brood.

Ja.

Dat is echt een sleutelmoment.

Schets de situatie even voor de luisteraar.

Oké, dus Mila en Ben zitten aan tafel.

Er ligt één schoen van Ben op tafel, die naast het brood ligt.

Mila kijkt ernaar en vraagt duidelijk om hem een beetje te plagen.

Is jouw schoen ook eten?

Ja, Ben doet dat expres.

Precies.

En Ben kijkt haar bloedserieus aan en zegt: nee, mijn schoen eet geen brood.

Iedereen lacht echt, een leuk alledaags Mila-momentje.

Maar jij zegt, dit is bloedserieus.

Waarom is het feit dat een schoen geen brood eet een filosofisch zwaargewicht?

Omdat je hier het menselijk brein ziet, en in dit geval dus het nog ongevormde brein van een kind,

in de meest pure vorm van categoriseren.

Hoe bedoel je dat?

Nou, hoe bepaalt een zesjarige in hemelsnaam de grens tussen een object en een levend wezen?

Dus, tussen iets dat een ziel heeft en een ding.

Ja, goeie vraag.

Ben gebruikt daarvoor de oudste menselijke graadmeter, namelijk voedsel.

En dan precies te zijn het brood.

Iets leeft pas, iets hoort pas echt bij de wereld als het moet eten.

Maar waarom specifiek eten?

Hij had er gewoon kunnen zeggen, een schoen kan niet ademen of een schoen kan niet rennen.

Zeker, dat dat gekund.

Maar overal in de menselijke geschiedenis is het breken van brood het universele symbool

voor gemeenschap, voor overleven, voor connectie.

Het is het allereerste wat een moeder haar kind geeft, voeding.

Ja, dat is waar.

Dus Ben test de wereld om hem heen door alles af te zetten tegen die hele fundamentele behoefte.

Het klinkt als een soort kinderlijke absurditeit, maar het is eigenlijk een heel strakke, binaire en waterdichte logica.

Brood is leven.

Ja, brood is leven.

Geen behoefte aan brood, geen leven.

Zo simpel is het voor hem.

En toen ik dat besefte, begon ik me natuurlijk direct af te vragen van: oké.

Dus Ben test zijn fysieke wereld met een brood.

Maar we leven inmiddels in een tijd waarin de dreiging voor heel veel kinderen niet per se uit een steigende rivier komt.

Maar uit een oplichtend scherm.

Exact.

Hoe bepalen kinderen in onze moderne westerse, totaal gedigitaliseerde wereld dan wat levend is?

En wat niet?

Hoe bevatten ze die enorme onbegrijpelijke buitenwereld?

En dat is dus exact de vraag die beantwoord wordt in dat tweede verhaal.

Mijn telefoon eet geen brood.

Oké, we verplaatsen ons dus van het natte overstroomde dorp in Nepal naar een woonkamer in Den Haag.

De setting is echt een absolute wereld van verschil.

Hier heerst totaal een veiligheid.

We hebben Rick, zijn vrouw Eva, hun kind Tess en een hond Max.

Ja, die typisch Nederlandse tafereel.

De tekst benadrukt die veiligheid ook heel erg: er is een gele zon, strakblauwe lucht.

Ze eten gewoon onbezorgd brood met kaas, drinken thee en melk.

Het is echt een ondoordringbare vesting van westerse welvaart.

Je voelt gewoon de warmte in die woonkamer.

Zeer zeker?

Ja.

En trouwens, er ligt een rode bal op tafel.

Oh ja, mooi is dat.

Bijna als een subtiele knipoog, een soort echo van de rode bal die in Nepal in dat bruine water verdween.

Maar hier ligt die veilig en droog, de hond kijkt ernaar.

Maar goed, ook hier is er dus een inbreuk van buitenaf.

Er stroomt geen water onder de deur door, maar er gaat een scherm aan.

De televisie?

Ja.

En op tv praat een man uit Engeland over grote macro-geopolitieke dreigingen.

Hij noemt Rusland, Iran en AI, artificial intelligence.

En wat ik hier heel boeiend vind, het gaat er in dit verhaal dus totaal niet om of we het politiek eens zijn met iemand op tv.

Of wat we van Rusland of Iran vinden.

Nee, dat is niet de essentie.

Nee.

Waar het om gaat, is hoe die gigantische, voor ons eigenlijk abstracte volwassen concepten.

Ongevraagd de belevingswereld van de kleine Tess binnen dringen.

Ja, je raakt er echt een kern.

Ik noem dit zelf vaak een informatieve overstroming.

Wat is dat?

Nou, als je dat vergelijkt met dat verhaal in Nepal, dat was het gevaar.

Zichtbaar.

Je kon de modder ruiken, het water raakte je enkels aan.

Ja, tasbaar.

Precies, maar de dreigingen van de 21e eeuw in het Westen, die zijn onzichtbaar.

Het zijn golven van complexe geopolitieke en technologische verschuivingen die via een plat apparaat zo de intimiteit van een zondagochtend binnen dringen.

Wow.

Dus eigenlijk zeg je, het journaal, die tv, is functioneel gezien exact hetzelfde als dat modderige water dat in Nepal onder de deur door sijpelt.

Voor het brein van een kind wel.

Ja, het is informatie die verwerkt moet worden, maar die totaal niet past bij het referentiekader van een veilige woonkamer.

Het is een inbreuk op hun veiligheid.

En hoe reageert een mens erop, door te proberen het te duiden, vast te pakken en het klein te maken.

En dat doet Tess door een hele directe, heldere vraag te stellen: wat is AI, papa?

En de reactie van die vader is eigenlijk heel typisch voor deze tijd.

Hij gaat het niet uitgebreid, concepten wil uitleggen, hij pakt gewoon z'n telefoon.

Ja, hij maakt het fysiek.

Precies.

Hij houdt de abstracte dreiging van die televisie letterlijk fysiek naar de keukentafel, midden tussen de thee op zijn.

En dan begint Tess, net als Ben in het voorgeverhaal, de grenzen af te tasten.

Ze stelt vragen over de identiteit van dit vreemde object.

Is de man, nee, een vrouw, nee, een hond.

En dan, toevallig, blaft hond Max precies op dat moment heel hard: woef!

Ja, prachtig.

Ze kent dus alle categorieën die ze kent van levende wezens.

Ze zoekt naar een herkenbaar ankerpunt in deze nieuwe entiteit.

Die papa schijnbaar heel erg belangrijk vindt.

En dan stelt de vader de magische vraag aan de AI.

Hij zegt, wat eet jij?

En het antwoord van de AI is zo klinisch, zo strak.

Ik eet niet.

En daar gebeurt het.

Ja, op dat moment viel bij mij echt het kwartje.

Dit is exact hetzelfde.

Tess pakt een stukje van haar eigen brood.

Ze steekt het naar voren, houdt het gewoon fysiek voor die telefoon en zegt: hier is brood, eet maar.

Geweldig.

En hond Max probeert het te pakken, want ja, honden en mensen delen wel die basisbehoefte.

Maar Tess zegt dan heel streng: nee, Max.

Dit is voor de telefoon.

De moeder lacht het weg en zegt dat een telefoon helemaal geen mond heeft.

En Tess eet het brood er vervolgens vrolijk zelf op en concludeert heel trots.

Ik heb wel een mond.

Dit is dus echt een fantastisch diepzinnig filosofisch moment verstopt in een soort kluchtige jeugd.

Tess gebruikt hier zonder dat ze de academische theorie erachter kent, de ultieme menselijke lakmoesproef.

Het brood.

Ja, ze test dit mysterieuze superintelligentie niet met programmeercode, ze test het met een sneetje brood.

En als het dat brood niet kan aannemen, als het de fysieke wetten van het leven weigert,

dan plaatst ze het direct buiten haar wereld.

De AI zakt keihard voor de basistest.

Maar de vader probeert de eer van zijn gadget nog te redden.

Hij stelt de AI dan een soort controlevraag om te bewijzen hoe slim dat ding wel niet is.

Hij vraagt, heeft een hond drie benen.

En de AI heeft het natuurlijk goed.

Ja, de AI antwoordt direct correct: een hond heeft vier benen.

Maar Tess leunt helemaal niet op de autoriteit van dat scherm.

Ze kijkt gewoon naar haar eigen hond, wijst met haar vingertje, en telt hardop.

1, 2, 3, 4.

Ja.

Ze verifieert de machine gewoon met de harde realiteit in haar eigen kamer.

En dat zit een enorme les in voor ons allemaal.

Tess weigert namelijk om haar waarneming uit te besteden aan een zwarte doos.

Ze vertrouwt volledig op haar eigen zintuigen.

Maar weet je, toen ik dit las, we lachen erom, we vinden het Tess vertederend in haar onschuld.

Maar doen wij volwassenen er niet eigenlijk de hele dag door precies hetzelfde,

maar dan de complete verkeerde kant op?

Nou, dat is precies zo.

Nou, wij willen juist dat die machine menselijk is.

We geven onze spraakassistenten namen, zoals Siri of Alexa.

We programmeren ze met een hele vriendelijke stem.

Ja, zeker.

Mensen zeggen serieus alsjeblieft en dank je wel tegen ChatGPT.

Is dat niet volslagen absurd?

Waarom doen wij zo wanhopig ons best om te doen alsof die schoen wel een boterham kan eten?

Dat is dus de absolute kern van onze moderne verwarring.

We bevinden ons massaal in de zogenaamde Uncanny Valley.

Dat ongemakkelijke gebied waarbij iets bijna menselijk lijkt,

maar het net niet helemaal is.

Ja, het schuurt.

Dat precies.

Omdat de wereld zo gigantisch en onpersoonlijk is geworden,

zoeken wij wanhopig naar empathie en connectie.

Dus we projecteren onze eigen menselijkheid op een koude spiegel of algoritmes

in de hoop dat ze ons begrijpen.

Maar Tess trapt daar dus niet in.

Nee, Tess is daar totaal immuun voor.

Zij ziet direct: dit ding kan mijn fysieke leven niet delen.

Dus het is gereedschap.

Het is een object.

Geen bezieling.

En dat komt zo prachtig samen aan het einde van dat verhaal bij het avond eten.

De rust is weergekeerd, dus ze gaan soep eten.

De vader pakt voor de grap vier kommen soep en zet die op tafel in plaats van drie

en knikt lachend naar de telefoon.

Ja, hij daagde weer even uit.

Ja, en Tess lacht hem echt keihard uit en roept:

Geen soep voor de telefoon, papa.

Prachtig.

Met die soep trekken we eigenlijk een eeuwenoude psychologische grens.

Door samen een maaltijd te delen, creëer je een ingroep.

De mensen met wie we eten, die horen bij ons.

Wie geen soep krijgt, hoort tot de outgroup.

Dus de telefoon hoort er niet bij.

Exact.

De AI mag van papa dan alles weten.

Hij hoort niet bij de kudde die aan tafel zit.

Hij overleeft ergens in de cloud, niet in de woonkamer.

Oké, als we dit alles nu even proberen samen te vatten, voor jou als luisteraar.

Waarom hebben we hier zo juist ruim een kwartier lang,

kindert teksten over schoenen, honden en brood zitten analyseren.

Waarom zou jij je hier druk om maken?

Je hier druk maken.

Omdat we leven in een tijdperk van permanente,

overweldigende macro-dreigingen.

We scrollen dagelijks door apocalyptisch klimaatnieuws,

door beelden van oorlogen en we lezen de reportages over hoe

kunstmatige intelligentie binnenkort onze banen overneemt.

En worden letterlijk bedolven onder complexe informatie.

Precies.

En deze verhalen, juist doordat ze zo extreem simpel zijn,

bieden eigenlijk een ontzettend helder tegengif.

Zeker.

Ze herinneren ons er namelijk aan dat als het er echt op aankomt,

of het water nu letterlijk stijgt of de datastroom figuurlijk

je huis binnenkort,

ons enige echte houvast de directe fysieke realiteit is.

De warme hand van je moeder, het smeren van een boterham met kaas,

weten dat je hond gewoon vier poten heeft,

zonder dat je hoeft te googelen.

Ja.

Die micro-momenten van fysiek bestaan, de mensen aan jouw keukentafel,

dat is je anker.

De rest is slechts ruis op tv of water onder de vloer.

En zolang we het verschil weten te bewaken tussen wat wel of geen soep mag mee-eten,

zolang we onze eigen waarneming hoger aanslaan dan het algoritme,

dan behouden we onze greep op de realiteit.

Dat is een hele geruststellende gedachte,

maar hier wil ik toch langzaam naar toewerken,

ter afsluiting.

Ik wil je toch niet laten gaan zonder een wat scherper gedachte-experiment om zelf op te kauwen.

We hebben nu die twee verhalen heel veilig uit elkaar gehouden.

Nepal aan de ene kant, Den Haag aan de andere kant.

Ja, het fysieke en het technologische.

Maar stel je nou eens voor dat deze twee verhalen,

in de nabije toekomst onvermijdelijk in elkaar overvloeien.

O, wat zie je dan voor je?

Nou, stel je voor: de wereld warmt verder op,

extreme weersomstandigheden nemen toe,

het water stijgt weer,

en dat modderige water stroomt niet alleen in Nepal naar binnen,

maar overal.

We moeten onszelf redden,

de geraakte mensen vermist, de goal, ze zijn in de stikdonkere nacht.

Maar als we dan vol paniek uit het raam van die bovenverdieping kijken,

dan zien we geen twee mannen van vlees en bloed meer door het water waden,

roepend in de regen en hopend op antwoord.

Wat als op dat moment het oplichtende scherm van die telefoon,

die AI die nu nog genegeerd werd aan de keukentafel,

degene is die de reddingsactie volledig leidt.

Wat als de machine de knopen doorhakt,

over wie er wel of niet gered kan worden in die stromende regen,

berekent in fracties van seconden.

Dat is wel even een ander scenario.

Precies, als dat moment komt,

is die AI dan nog steeds maar een handig hulpje,

waar we lachend grapjes over maken bij de soep,

of is dat het exacte punt waarop de zorgvuldige,

gerustellende grens tussen de menselijke ziel

en de koude machine vergoed is weggespoeld?

Dat is een hele zware vraag.

Ja, en ik laat het aan jou over om daarover na te denken.

De volgende keer dat jij je telefoon

waarschijnlijk heel gedachteloos naast je boten op de afdeling.

We begonnen vandaag met het kijken door een heel klein sleutelgat

gat naar een storm.

En misschien ontdekten we dat vast houden aan dat,

wat we fysiek kunnen aanraken en eten,

uiteindelijk onze sterkste overlevingstrang is.

Bedankt voor het luisteren.

Houd je ogen op de wereld om je heen,

wees lief voor de mens aan je eettafel

en tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause