Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Pluk van de Petteflet: Een jongen, een hijskraan en een heleboel vrienden

Stel je voor: je bent een kind en je hebt je eigen huisje.

Niet zomaar een huisje, maar een klein appartement in een grote flat.

En je hebt een hijskraan.

Een echte hijskraan, rood en geel, waarmee je kunt rijden en dingen kunt optillen.

Klinkt dat niet als een droom?

Voor Pluk is het echt.

Pluk is de hoofdpersoon van het boek Pluk van de Petteflet.

Annie M.G.

Schmidt schreef het in negentienhonderdéénenzeventig.

Het is een van de beroemdste kinderboeken in Nederland.

Miljoenen kinderen zijn opgegroeid met Pluk en zijn vrienden.

Vandaag vertel ik je het hele verhaal.

In het Nederlands, stap voor stap.

Ga je mee?

Pluk is een jongen.

Niemand weet precies hoe oud hij is.

Hij woont alleen.

In het verhaal heeft hij geen ouders.

Dat is bijzonder.

Maar Pluk vindt het niet erg.

Hij is vrij.

Hij rijdt rond in zijn hijskraan.

Dat is een klein vrachtwagentje met een kraan erop.

Overal waar hij komt, kijkt hij of er een huis voor hem is.

Op een dag komt hij in een stad.

Hij ziet een hoge flat.

De flat heet de Petteflet.

De flat is oud en een beetje scheef.

Bovenop is een torenkamer leeg.

Pluk klimt naar boven.

Hij kijkt naar binnen.

De kamer is klein.

Maar hij heeft een raam met uitzicht over de stad.

Pluk besluit: hier wil ik wonen.

Hij vraagt het aan de eigenaar.

De eigenaar is mevrouw Helderder.

Zij zegt ja.

Pluk is blij.

Hij heeft een huis.

Pluk gaat naar binnen.

Hij zet zijn hijskraan beneden neer.

Hij loopt de trap op naar de torenkamer.

De deur is open.

Hij kijkt rond.

Er is een bed.

Er is een tafel.

Er is een stoel.

Het is niet veel.

Maar het is genoeg.

Hij gaat voor het raam staan.

Hij ziet de daken van de stad.

Hij ziet de lucht.

Hij voelt zich thuis.

Hij haalt zijn spullen uit de hijskraan.

Hij maakt de kamer gezellig.

Die avond eet hij brood.

Hij drinkt melk.

Hij gaat slapen in zijn nieuwe bed.

De volgende ochtend wordt hij wakker.

De zon schijnt naar binnen.

Pluk is tevreden.

Hij woont nu in de Petteflet.

Hij heeft een eigen plek.

En hij heeft zijn hijskraan nog.

Dat is alles wat hij nodig heeft.

In de Petteflet wonen veel mensen.

En dieren.

Pluk ontmoet al snel Zaza.

Zaza is een kakkerlak.

Ja, echt, een kakkerlak.

Maar niet vies, hoor.

Zaza is netjes.

Ze praat met een keurig accent.

Ze woont in de keuken van mevrouw Helderder.

Zaza wordt Pluks eerste vriendin.

Dan is er Dollie.

Dollie is een duif.

Ze zit vaak op het dak.

Ze koert wat.

Dollie is een beetje lui.

Maar heel lief.

Verder is er meneer Pen.

Hij is een schrijver.

Hij zit de hele dag achter zijn typemachine.

Hij schrijft boeken.

Hij is altijd moe.

En een beetje chagrijnig.

Maar hij heeft een goed hart.

En dan is er de familie Stam.

Dat zijn de buren van Pluk.

Ze hebben zes kinderen.

Thijs, Tijs, en nog meer.

Het is een drukke familie.

De moeder heet mevrouw Stam.

De vader heet meneer Stam.

Ze zijn gewoon.

Maar aardig.

Pluk leert iedereen kennen.

Hij gaat naar de keuken van mevrouw Helderder.

Daar ziet hij Zaza.

Zaza zit op het aanrecht.

Ze zegt: goedemorgen.

Pluk zegt: goedemorgen.

Ze praten wat.

Zaza vertelt over de flat.

Ze kent alle bewoners.

Pluk luistert goed.

Dan gaat hij naar het dak.

Daar zit Dollie.

Dollie koert.

Pluk zegt: hallo.

Dollie kijkt even.

Dan koert ze weer.

Pluk lacht.

Hij vindt haar lief.

Later klopt hij bij meneer Pen.

Meneer Pen zit achter zijn typemachine.

Hij zucht.

Hij zegt: ik ben moe.

Pluk zegt: ik kom later wel.

Meneer Pen knikt.

Pluk gaat naar de familie Stam.

De kinderen rennen rond.

Het is een chaos.

Mevrouw Stam zegt: sorry, het is hier druk.

Pluk zegt: dat is niet erg.

Hij voelt zich al thuis.

Hij heeft nu vrienden in de flat.

Zaza, Dollie, meneer Pen en de familie Stam.

Ze wonen allemaal in de Petteflet.

En Pluk woont er nu ook.

Pluk leert ook de Dikke Herrie kennen.

Dat is een grote, luide man.

Hij is de buurman van Pluk.

Hij speelt de hele dag harde muziek.

Pluk vindt dat niet fijn.

Maar hij lost het op.

Hij vraagt de Dikke Herrie om zachter te doen.

Dat werkt.

Pluk is niet bang.

Hij zegt wat hij denkt.

Dat is een belangrijk deel van zijn karakter.

Hij is klein.

Maar hij heeft een grote mond als het nodig is.

En hij heeft zijn hijskraan.

Daarmee kan hij dingen doen die andere mensen niet kunnen.

Hij kan bijvoorbeeld een piano optillen.

Of een boom verplaatsen.

De hijskraan is zijn superkracht.

Op een dag hoort Pluk de muziek weer.

Het is heel hard.

De muren trillen.

Pluk gaat naar de deur van de Dikke Herrie.

Hij klopt aan.

De Dikke Herrie doet open.

Hij is groot.

Hij is luid.

Hij zegt: wat moet je?

Pluk zegt: de muziek is te hard.

Ik kan niet slapen.

De Dikke Herrie lacht.

Hij zegt: dat is mijn probleem niet.

Pluk zegt: het is ook mijn probleem.

Ik woon hier ook.

De Dikke Herrie kijkt verbaasd.

Zo klein, maar zo direct.

Hij zegt: oké, ik zal zachter doen.

Pluk zegt: dank je.

Hij gaat terug naar zijn kamer.

De muziek wordt zachter.

Pluk kan weer denken.

Hij kan weer slapen.

De Dikke Herrie is niet boos.

Hij vindt Pluk eigenlijk wel grappig.

Zo klein, maar zo dapper.

Pluk heeft het probleem opgelost.

Zonder ruzie.

Zonder te schreeuwen.

Gewoon door te zeggen wat hij denkt.

En dat werkt.

De Dikke Herrie draait de muziek nu wat zachter.

Niet altijd.

Maar wel vaak.

Pluk is tevreden.

Hij heeft laten zien dat je klein kunt zijn.

Maar toch sterk.

En hij heeft zijn hijskraan.

Daarmee kan hij alles.

Een piano optillen.

Een boom verplaatsen.

De hijskraan is zijn superkracht.

Op een dag rijdt Pluk met zijn hijskraan achter de Petteflet.

Hij ziet een opening tussen twee gebouwen.

Hij stopt en kijkt naar binnen.

Daar is een stukje groen.

Er staan hoge bomen.

Er bloeien bloemen in veel kleuren.

Vlinders fladderen rond.

Vogels zingen in de takken.

Pluk stapt uit zijn kraan.

Hij loopt voorzichtig naar binnen.

Hij voelt het zachte gras onder zijn voeten.

Dit is de Torteltuin.

Hij ontmoet er de eekhoorns.

Ze springen van tak naar tak.

De konijnen komen nieuwsgierig dichterbij.

Pluk lacht.

Hij is graag in de Torteltuin.

Hij komt er elke dag.

Hij zit onder een grote boom.

Hij kijkt naar de lucht.

Hij voelt zich vrij.

Maar dan hoort hij twee mannen praten.

Ze zeggen dat de Torteltuin weg moet.

Er komt een nieuw gebouw.

De flat wordt uitgebreid.

De bomen moeten worden gekapt.

De dieren raken hun huis kwijt.

Pluk is boos.

Dat mag niet gebeuren.

Hij besluit om de Torteltuin te redden.

Hij gaat naar Zaza.

Hij gaat naar Dollie.

Hij gaat naar meneer Pen.

Hij gaat naar de familie Stam.

Samen bedenken ze een plan.

Het plan is simpel maar slim.

Ze gaan naar de burgemeester.

Ze vertellen hem dat de Torteltuin belangrijk is.

Voor de dieren, voor de kinderen, voor de lucht.

De burgemeester luistert.

Maar hij zegt: ik kan niets doen, het is al besloten.

Pluk geeft niet op.

Hij gaat naar de krant.

De krant schrijft een artikel over de Torteltuin.

Mensen in de stad lezen het.

Ze zijn het eens met Pluk.

Ze willen de Torteltuin houden.

Er komt een handtekeningenactie.

Honderden mensen tekenen.

De burgemeester ziet dat het menens is.

Hij verandert zijn besluit.

De Torteltuin blijft.

Pluk en zijn vrienden hebben gewonnen.

Iedereen is blij.

Er is een feest in de tuin.

Met limonade en muziek.

De Dikke Herrie speelt nu vrolijke muziek, niet te hard.

Zelfs meneer Pen lacht.

Maar het verhaal is nog niet voorbij.

Pluk beleeft nog veel meer avonturen.

Hij helpt de familie Stam als hun kinderen zoekraken.

Hij lost een probleem op met de lift, die steeds stukgaat.

Hij zorgt ervoor dat Zaza niet wordt weggejaagd door een nieuwe bewoner.

En hij ontmoet een mevrouw die heel verdrietig is.

Pluk troost haar.

Hij is niet alleen een jongen met een hijskraan.

Hij is een vriend voor iedereen.

In de Petteflet leert hij dat je met vrienden alles kunt bereiken.

Zelfs als je klein bent.

Zelfs als je alleen woont.

Je bent nooit echt alleen als je vrienden hebt.

Pluk staat in zijn torenkamer.

Hij kijkt uit het raam.

Hij ziet de stad beneden.

Hij ziet de Petteflet.

Hij ziet de Torteltuin.

De bomen zijn nog daar.

De bloemen zijn nog daar.

Zaza zit op de vensterbank.

Dollie zit op het dak.

Meneer Pen typt beneden.

De familie Stam is in hun huis.

Pluk glimlacht.

Hij heeft een huis.

Hij heeft een hijskraan.

Hij heeft vrienden.

Het leven is niet perfect.

Maar het is goed.

Pluk is tevreden.

Pluk loopt naar beneden.

Hij gaat naar de Torteltuin.

De eekhoorns komen naar hem toe.

De konijnen springen rond.

De vogels zingen.

Zaza loopt met hem mee.

Dollie vliegt boven zijn hoofd.

Meneer Pen komt ook.

Hij lacht zelfs een beetje.

De familie Stam komt met de kinderen.

Ze drinken limonade.

De Dikke Herrie speelt vrolijke muziek.

Niet te hard.

Iedereen is blij.

De Torteltuin is gered.

Pluk heeft gewonnen.

Zijn vrienden zijn er nog.

Het leven is goed.

Annie M.G.

Schmidt schreef dit boek lang geleden.

In die tijd moesten kinderen luisteren.

Maar Pluk is anders.

Hij is vrij.

Hij neemt beslissingen.

Hij komt op voor de natuur.

Hij is aardig voor dieren.

Hij is een voorbeeld.

Niet omdat hij perfect is.

Maar omdat hij doet wat goed is.

Hij is klein.

Maar hij doet grote dingen.

Hij vindt vrienden op gekke plekken.

Een kakkerlak.

Een duif.

Een chagrijnige schrijver.

Iedereen kan zijn vriend zijn.

Pluk vecht voor de Torteltuin.

De Torteltuin is niet zomaar een tuin.

Het is een plek van vrijheid.

Het is een plek van schoonheid.

Pluk geeft niet op.

Hij wint.

Dat geeft hoop.

Het boek laat zien dat je klein kunt zijn.

En toch grootse dingen kunt doen.

Je kunt opkomen voor wat je dierbaar is.

Je kunt vrienden vinden.

Overal.

Iedereen kan je vriend zijn.

Dat is de kracht van dit verhaal.

Dat is de kracht van Pluk.

Als je dit boek leest, voel je je weer kind.

Je gelooft dat een hijskraan echt kan helpen.

Je gelooft dat een kakkerlak je vriend kan zijn.

Je gelooft dat je de wereld een beetje beter kunt maken.

Dat is de kracht van Annie M.G.

Schmidt.

Ze schrijft met humor en warmte.

Ze neemt kinderen serieus.

En ze laat zien dat het gewone leven bijzonder is.

De Petteflet is een flat zoals elke flat.

Maar met Pluk erin wordt het een avontuur.

Dus als je ooit een klein appartement ziet met een rood hijskraantje ervoor, kijk dan goed.

Misschien woont Pluk daar.

En wie weet, nodigt hij je uit voor een glas limonade.

Wil je dit verhaal zelf lezen of luisteren?

Pak dan het boek erbij.

Of luister naar de Nederlandse versie.

En als je woorden tegenkomt die je niet kent, geen probleem.

Op dutchfluency.com slash transcripts kun je op elk woord tikken en de vertaling zien.

Zo leer je spelenderwijs.

Net als Pluk: klein beginnen, maar nooit opgeven.

0:00
Aanpassen

Tekst

Modus

Audio

Pauze