

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Eva woont in Groningen en werkt in een keuken.
Ze maakt vaak eten voor veel mensen.
Vandaag begint ze vroeg, om zeven uur.
Buiten is het koud, maar binnen is het warm.
Ze was haar handen en doet haar jas uit.
Dan hoort ze iets op de radio.
In Ter Apel zijn te veel mensen bij elkaar.
Veel mensen hebben daar geen goede plaats om te slapen.
Groningen gaat helpen.
Honderd mensen mogen een paar weken in Groningen blijven.
Eva zet de radio wat harder.
Ze denkt aan haar eigen fijne huis.
Iedereen moet rustig kunnen slapen, vindt ze.
Haar collega Peter komt binnen met twee grote tassen.
In de tassen zitten appels, brood en kaas.
Samen maken ze het ontbijt klaar.
Eva telt de kopjes op tafel.
Peter telt de borden.
Hij telt twee keer, want hij is nog moe.
Zijn koffie staat naast zijn hand.
Een uur later komt een gezin de keuken in.
Amir loopt vooraan, met zijn dochter Sara naast hem.
Sara is acht jaar en draagt een rode jas.
Haar moeder, Hana, houdt haar hand vast.
Ze kwamen gisteren uit Ter Apel.
Nu slapen ze hier.
Alles is nieuw voor hen.
Eva zegt rustig:
Goedemorgen.
Ik ben Eva.
Willen jullie iets eten?
Amir zegt ja en wijst naar het brood.
Hana vraagt om water.
Sara kijkt naar de appels.
Mag ik een rode?
Vraagt ze zacht.
Natuurlijk, zegt Eva.
Die past mooi bij jouw jas.
Sara lacht en pakt een appel.
Peter brengt thee, maar vergeet de kopjes.
Hij staat bij de tafel en kijkt naar zijn handen.
Zo kunnen we niet drinken, zegt Eva.
Misschien uit de pan, vraagt Peter.
Amir lacht nu ook.
Peter haalt snel vier kopjes.
Sara zegt:
Mijn appel heeft geen kopje nodig.
Iedereen lacht om haar grap.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram, dan stuur ik je een
speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Om haar grap.
Na het eten helpt Amir met de borden.
Hij werkte vroeger ook in een keuken.
Ik kan goed soep maken, zegt hij.
Eva vraagt welke soep hij graag maakt.
Soep met tomaten en veel groenten.
Peter houdt ook van soep.
Dan blijf ik eten, zegt hij.
Maar eerst ga ik werken.
Eva moet nog brood kopen voor morgen.
Hana en Sara gaan met haar mee.
Buiten schijnt de zon op hun gezicht.
Bij de supermarkt pakt Sara een mand.
Hana leest de prijs van de melk.
Ze vraagt Eva hoe je dat zegt.
Eva zegt de woorden langzaam.
Hana zegt ze nog eens.
Sara ziet koekjes in een blauwe doos.
Ze vraagt of er één doos mee mag.
Hana zegt:
Vandaag kopen we alleen brood en melk.
Eva vertelt dat Peter al koekjes heeft.
Sara kijkt blij naar haar moeder.
Dan is onze tas niet zo zwaar, zegt ze.
Hana lacht en betaalt het brood.
Terug in de keuken drinken ze samen thee.
Sara tekent een huis met een gele deur.
Naast het huis tekent ze een school.
Ze wil graag weer lezen en rekenen.
Eva weet dat er maandag een leraar komt.
Hij gaat met de ouders over school praten.
Sara schrijft alvast haar naam op papier.
Later maakt Amir soep met Eva en Peter.
De tomaten zijn rood en het water wordt warm.
Peter snijdt een ui en zijn ogen worden nat.
De ui vindt mij niet aardig, zegt hij.
Sara vindt dat heel grappig.
Het brood ruikt lekker.
Buiten horen ze een bus en mensen die praten.
Aan het eind van de dag eten ze samen.
Er komt veel kijken bij hulp aan honderd mensen.
Morgen zijn er weer andere mensen die helpen.
Vanavond is er eten en een rustige plaats.
Eva is moe, maar ook blij.
Sara geeft haar de tekening met de gele deur.
Tot de volgende keer.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlandse zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause