

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Sanne and Mark are old friends who meet every Thursday evening at a café in Utrecht for their informal "poetry club" — which so far consists mostly of coffee, arguing about what counts as a poem, and very little actual poetry.
Tonight Sanne brings a poem she has been working on for weeks, and Mark has opinions.
Lots of them.
Sanne: Hoi!
Sorry dat ik zo laat ben.
De trein stond weer eens stil bij Woerden.
Mark: Geen probleem.
Ik had al koffie besteld.
Die is trouwens bijna koud, dus je moet opschieten.
Sanne: Ja ja, ik ben er al.
Wat lees jij?
Is dat die bundel van Toon Tellegen die je vorige week noemde?
Mark: Nee, dat is een roman.
Ik ben even klaar met gedichten.
Ik snap er niks meer van.
Sanne: Hoezo niet?
Vorige week vond je het nog zo leuk.
Mark: Vorige week had ik een gedicht van Lucebert gelezen en ik dacht: oké, dit snap ik.
Maar nu heb ik er een van een dichter uit Groningen en ik begrijp echt geen woord.
Sanne: Mag ik het zien?
Mark: Alsjeblieft.
Lees maar.
Ik wacht wel.
Sanne: Hm.
Oké.
Ik lees het even hardop.
"De nacht vouwt zich open als een brief die niemand wil lezen…" Mark: Zie je?
Wat betekent dat nou?
Een nacht die een brief is?
Sanne: Het gaat niet om letterlijk betekenen, Mark.
Het gaat om het gevoel dat het oproept.
Mark: Ja, maar ik wil toch íets snappen.
Ik ben niet dom.
Sanne: Dat zegt toch niemand.
Gedichten zijn niet een toets.
Je hoeft ze niet op te lossen.
Mark: Jij zegt dat makkelijk.
Jij schrijft ze zelf.
Sanne: Dat is juist de reden dat ik het moeilijk vind om ze te lezen.
Ik ben altijd bang dat ik iets niet zie wat de dichter bedoelt.
Mark: Ik wist niet dat jij gedichten schreef.
Sanne: Ik schrijf niet echt.
Ik probeer het.
Ik heb er eigenlijk één bij me.
Ik wilde kijken wat jij ervan vond.
Mark: O, spannend.
Voorlezen!
Sanne: Nee, niet zo hard.
Wacht.
Ik lees het even zachtjes voor mezelf, ik heb het nog niet eerder voorgelezen.
Mark: Neem je tijd.
Ik doe alsof ik niet kijk.
Sanne: Oké.
Het heet "Water." Mark: "Water." Kort.
Ik hou ervan.
Sanne: Ssst.
Oké.
"Water schrijft mijn naam op het raam.
Tegen de ochtend is hij weg.
Ik doe alsof ik het niet erg vind dat de zee mij niet kent." Mark: Wow.
Sanne: Wat?
Is het slecht?
Mark: Nee, nee.
Ik ben gewoon even stil.
Dat gebeurt niet vaak.
Sanne: Je liegt.
Mark: Ik lieg niet.
Het is mooi.
Ik snap alleen het laatste stukje niet helemaal.
Waarom zou de zee jou moeten kennen?
Sanne: Dat is juist het punt.
Ze kent me niet.
Het gaat over iets kwijt zijn.
Over ergens bij willen horen en dat niet doen.
Mark: Ah.
Oké.
Dat is eigenlijk best verdrietig.
Sanne: Ja.
Dat is ook de bedoeling, denk ik.
Mark: Maar waarom is het water dan een hij?
"Water schrijft mijn naam." Ik dacht altijd dat water een het-woord was?
Sanne: Dat is het ook.
Water.
Ik heb het expres gedaan.
Ik wilde dat het water iets deed, iemand werd.
Mark: Mag dat zomaar?
Een het-woord als een hij gebruiken?
Sanne: In een gedicht mag alles.
Dat is het enige plekje waar je de regels een beetje mag breken.
Mark: Dat vind ik lastig.
Ik ben gewend aan regels.
Sanne: Ik weet het.
Daarom heb ik je nooit eerder iets laten zien.
Mark: Au.
Dat is eerlijk maar gemeen.
Sanne: Sorry.
Ik meende het niet zo.
Mark: Nee, het is oké.
Ik ben blij dat je het nu wel doet.
Echt.
Sanne: Dank je.
Ik was zenuwachtig.
Mark: Dat snap ik.
Ik zou ook zenuwachtig zijn als ik zoiets schreef.
Sanne: Schrijf jij eigenlijk nooit iets?
Mark: Ik schrijf wel eens een rijmpje.
Voor verjaardagen.
Dat telt niet.
Sanne: Waarom niet?
Een gedicht is een gedicht.
Mark: Nee, dat is niet waar.
Een rijmpje is gewoon iets wat rijmt.
Het is geen kunst.
Sanne: Wie zegt dat een gedicht kunst moet zijn?
Misschien is een rijmpje ook wel een gedicht.
Alleen een ander soort.
Mark: Nu ga je filosofisch doen.
Sanne: Ik ben altijd filosofisch.
Dat weet je.
Mark: Klopt.
En ik ben altijd de saaie die alles wil begrijpen.
Sanne: Je bent niet saai.
Je bent alleen heel precies.
Dat is ook een talent.
Mark: Dank je.
Ik denk dat ik dat even nodig had.
Sanne: Ik ook.
Ik was bang dat je het niks zou vinden.
Mark: Ik vind het echt mooi.
Alleen… dat ene woord.
"Mank"?
Wat is dat?
Sanne: Ah.
Dat heb ik eruit gehaald.
Ik had eerst "mank" staan, maar dat snapt niemand meer.
Het betekent kreupel, zeg maar.
Het is heel oud.
Mark: Gelukkig maar.
Ik dacht even dat ik gek werd.
Sanne: Nee, dat was mijn fout.
Ik moet niet te moeilijk willen doen.
Mark: Mag ik je één tip geven?
Sanne: Alsjeblieft.
Mark: Ik zou de laatste regel iets eenvoudiger maken.
Nu is het heel mooi, maar ik moest hem twee keer lezen.
Sanne: Dat is eigenlijk een goede tip.
Ik heb namelijk drie dagen aan dat ene couplet gewerkt.
Mark: Drie dagen?
Voor vier regels?
Sanne: Ja.
En dan zeg jij in twee seconden dat het simpeler moet.
Mark: Dat is de taak van de lezer.
Wij zijn wreed.
Sanne: Ik weet het.
Ik haat jullie.
Mark: Nee, je houdt van ons.
Zonder lezers was je gedicht gewoon stil.
Sanne: Dat is eigenlijk best een mooie zin.
Mag ik die stelen?
Mark: Voor één koffie mag je alles stelen.
Sanne: Deal.
Volgende week woensdag, zelfde tijd?
Mark: Ja, maar dan neem ik mijn rijmpje mee.
Kijken wat jij ervan vindt.
Sanne: O, dat wordt leuk.
Ik kijk niet streng, hoor.
Ik luister alleen heel goed.
Mark: Dat is precies hetzelfde.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause