Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De Blauwe Fiets

Het is maandagochtend. De zon schijnt.

Lisa loopt naar buiten.

Ze kijkt naar de plek waar haar fiets altijd staat.

Maar de fiets is weg.

Lisa schrikt.

Haar fiets is blauw.

Hij is nieuw.

Ze heeft hem pas twee weken.

Lisa voelt een koude wind.

Ze hoort vogels fluiten, maar ze is niet blij.

Ze kijkt nog een keer.

Nee, de fiets is echt weg.

Lisa belt haar vriend Tom.

Tom woont naast haar.

Hij is altijd rustig.

Tom komt naar buiten.

Hij kijkt naar de lege plek.

Wat vervelend, zegt Tom.

We gaan zoeken.

Lisa knikt.

Ze voelt zich verdrietig.

Tom geeft een klein knikje.

Kom, zegt hij.

We vinden hem wel.

Ze lopen door de straat.

De bakker is open.

De geur van vers brood komt naar buiten.

Lisa ruikt het.

Maar ze heeft geen honger.

Ze wil haar fiets vinden.

Tom kijkt goed om zich heen.

Hij ziet een oude mevrouw.

Ze heeft een hond.

De hond is klein en wit.

De hond blaft zacht.

Lisa kijkt naar de hond.

Ze denkt aan haar fiets.

De hond is lief, maar Lisa is verdrietig.

Tom vraagt:

Mevrouw, heeft u een blauwe fiets gezien?

De mevrouw denkt na.

Nee, zegt ze.

Maar er was een jongen.

Hij fietste snel weg.

Hij had een blauwe fiets.

Lisa wordt blij.

Welke kant ging hij op?

Vraagt ze.

De mevrouw wijst naar links.

Daar, zegt ze.

Hij ging naar het park.

Lisa en Tom kijken elkaar aan.

Dank u wel, zeggen ze.

Lisa en Tom gaan naar links.

Ze komen bij een park.

Er zijn veel bomen.

Het is rustig.

Lisa hoort de bladeren ritselen.

Ze ruikt het gras.

Dan ziet Lisa iets blauws.

Even tussendoor.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode

voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Het is haar fiets.

De fiets staat bij een bankje.

Een jongen zit op het bankje.

Hij eet een boterham.

Lisa loopt naar hem toe.

Hey, zegt ze.

Dat is mijn fiets.

De jongen kijkt op.

Hij schrikt.

Sorry, zegt hij.

Ik dacht dat het mijn fiets was.

Ze lijken op elkaar.

Lisa zucht.

Nee, zegt ze.

Mijn fiets heeft een sticker.

Kijk maar.

De jongen kijkt.

Hij ziet de sticker.

Oh ja, zegt hij.

Het spijt me.

Ik heb een blauwe fiets. Maar de mijne staat thuis.

Lisa is boos. Maar de jongen ziet er verdrietig uit.

Het is oké, zegt Lisa.

Iedereen maakt fouten.

De jongen geeft de fiets terug.

Dank je, zegt Lisa.

Ze stapt op haar fiets.

Tom lacht.

Zie je, zegt hij.

Alles komt goed.

Lisa lacht ook.

Ze voelt zich weer blij.

De zon schijnt nog steeds.

Lisa voelt de warmte op haar gezicht.

Thuis drinken ze limonade.

Lisa's moeder vraagt:

Heb je je fiets gevonden?

Lisa vertelt het verhaal.

Haar moeder lacht.

Wat een dag, zegt ze.

Lisa knikt.

Ja, zegt ze.

Maar nu weet ik dat Tom me altijd helpt.

Tom wordt een beetje rood.

Graag gedaan, zegt hij.

Lisa's moeder geeft Tom een koekje.

Tom eet het op.

Lisa lacht.

Ze is blij dat Tom haar vriend is.

Die avond zet Lisa haar fiets binnen.

Ze doet een extra slot erop.

Ze wil niet dat iemand hem nog een keer meeneemt.

Ze kijkt naar de blauwe fiets.

Hij is nog steeds mooi.

Ze is moe.

Ze gaat naar bed.

Morgen is er weer een dag.

Lisa denkt na.

Ze was verdrietig, maar nu is ze blij.

Tom is een goede vriend.

Ze voelt zich veilig.

Ze slaapt rustig.

Tot de volgende keer.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlands, alsjeblieft, tot horens.

Tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause