

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik ben in Amsterdam. Ik ga naar de Javastraat. De Javastraat is in Oost.
De Javastraat is leuk. Het is een autentieke straat.
Ik zie een man. De man heeft een potloot. Hij heeft ook inkt en waterverf. Hij maakt een tekening.
De tekening is van de Javastraat. Ik zie een huis.
Het huis is in de Javastraat. Het huis is groot. Het huis is oud.
Het huis is mooi. Er is een vrouw. De vrouw heeft een kind. Het kind speelt.
Het kind is blij. Ik zie een auto. De auto is snel. De auto is blauw.
De auto gaat naar het werk. Ik zie een café. In het café drinken mensen koffie.
De koffie is lekker. De mensen zijn blij. Ze praten. Ze lachen.
Ik loopt verder. Ik zie een boot. De boot is op het water. De boot is klein.
De boot is wit. Ik zie een feest. Het feest is in een huis. De mensen dansen.
Ze eten en drinken. Ze zijn blij. Het feest is leuk. Ik zie een winkel. De winkel verkopen kleren.
De kleren zijn mooi. De mensen kopen de kleren. Ik ga naar een park. Het park is groot. Het park is groen.
Er zijn veel bomen. Er zijn veel bloemen. De bloemen zijn mooi. Ik ga naar huis.
Mijn huis is ook in de Javastraat. Ik ben blij. Ik hou van de Javastraat. Ik hou van Amsterdam.
Ik maak ook een tekening. De tekening is van mijn huis. Ik gebruik een potloot. Ik gebruik inkt. Ik gebruik waterverf.
De tekening is mooi. Ik hou van de Javastraat. Ik hou van Amsterdam. Amsterdam is mijn stad. De Javastraat is mijn straat.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze