Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Schateiland: Een kaart, een eiland en een jongen die alles op het spel zet

Stel je voor, je bent een jonge, jonge en je vindt een oude kaart.

Op die kaart staat een eiland. En op dat eiland ligt een schat verborgen.

Wat zou jij doen?

Zou je alles achterlaten en op avontuur gaan?

Precies dat overkomt Jim Hawkins in het boek Schateiland van Robert Louis Stevenson.

Het verhaal komt uit achttienhonderddrieëntachtig en is nog steeds een van de beroemdste avonturenboeken ooit.

Vandaag neem ik je mee naar de wereld van piraten,

zeilboten en verborgen goud.

We volgen Jim van een rustig dorpje aan de kust tot een gevaarlijk eiland in de Caraïbische Zee.

Onderweg ontmoet hij vrienden, maar ook mensen die hij niet kan vertrouwen. En jij zit op de eerste

rij. Dus pak een kop thee, leun achterover en laat je meevoeren naar een tijd van zeilen en schatten zoeken.

zoeken. Dit is het verhaal van Schateiland. Het verhaal begint in Engeland, in een klein dorpje aan de zee.

Jim Hawkins woont daar met zijn moeder. Ze hebben een herberg, een klein hotel waar

reizigers kunnen slapen en eten. Jim is nog geen twintig en werkt hard in de herberg.

Op een dag komt er een oude zeeman binnen. Hij heet Billy Bones. Hij is groot en ruw.

Hij heeft een groot litteken op zijn wang. Hij draagt altijd een zeemanskist bij zich.

Hij zingt een vreemd liedje over een schat. Billy Bones betaalt Jim om hem te waarschuwen als er een

man met één been langskomt. Jim vindt het raar, maar hij doet het. De man met één been blijkt een

gevaarlijke piraat te zijn: Long John Silver. Billy Bones is doodsbang voor hem. Jim let goed op wie er binnen

komt. Hij kijkt naar elke gast in de herberg. Hij vraagt zich af waarom Billy Bones zo bang is.

Op een dag wordt Billy Bones ziek. Hij drinkt te veel rum. Daardoor wordt hij zwakker. Dan krijgt

hij bezoek van een blinde bedelaar. De bedelaar heet Blind Pugh. Blind Pugh geeft Billy Bones een briefje.

Op het briefje zit een zwarte vlek. Dat is een teken van de piraten. Het betekent dat je veroordeeld bent.

Billy Bones schrikt zo erg dat hij een hartaanval krijgt. Hij sterft ter plekke in de herberg. Jim en zijn

moeder blijven achter met de zeemanskist. Jim en zijn moeder openen de zeemanskist. Ze vinden kleren en

geld. Ze vinden ook een pakketje. In dat pakketje zit een kaart. Het is een schatkaart van een

eiland. Op de kaart staat een groot rood kruis. Daar ligt de schat van de beruchte piraat Captain

Flint. Jim kijkt naar de kaart. Hij beseft dat dit iets bijzonders is. Zijn moeder weet niet wat ze

moeten doen. Jim neemt de kaart mee. Hij wil meer weten over het eiland. Hij denkt aan het liedje van

Billy Bones. Nu begrijpt hij waarom de oude zeeman zo bang was. Jim gaat naar de dokter in het

dorp. De dokter heet Dr. Livesey. Hij gaat ook naar een rijke heer. Die heer heet Squire Trelawney. Jim

laat hun de kaart zien. De twee mannen worden meteen enthousiast. Ze besluiten een schip te kopen.

Ze willen naar het eiland zeilen. Squire Trelawney betaalt alles. Hij koopt een schip dat de

Hispaniola heet. Hij huurt een kapitein, Captain Smollett, en een bemanning. Hij vraagt ook een

kok: een man met één been, die Long John Silver heet. Jim weet niet dat dit dezelfde man is

waar Billy Bones zo bang voor was. Langzaam begint het avontuur. Jim zit op zijn knieën naast de kist

van Billy Bones. Zijn handen trillen een beetje. Voor hem ligt de kaart met het grote rode kruis.

Hij rolt hem voorzichtig op en stopt hem in zijn jas. Dan staat hij op en kijkt zijn moeder aan.

Hij zegt dat hij naar het dorp moet. Het is belangrijk. Zijn moeder knikt. Maar ze ziet er

bezorgd uit. Jim loopt de deur uit en voelt de koude zeewind op zijn gezicht. Hij loopt snel

over het pad naar het huis van Dr. Livesey. Onderweg denkt hij aan de schat en aan de gevaarlijke mannen.

Hij klopt hard op de deur. Dr. Livesey doet open en kijkt verrast. Jim zegt dat hij iets moet laten zien.

Iets heel bijzonders. Aan boord van de Hispaniola kijkt Jim rond. Hij ziet ruwe zeelieden met littekens en

vuile kleren. Maar hij ziet ook vriendelijke mannen die lachen. Long John Silver komt naar hem toe. Hij lacht

en legt een hand op Jims schouder. Hij zegt: 'Welkom aan boord, mijn jongen.' Silver leert Jim hoe hij

het zeil moet hijsen. Jim vindt hem aardig. Hij voelt zich veilig bij Silver. Maar Captain Smollett kijkt

somber. Hij vertrouwt de bemanning niet. Hij heeft gehoord dat sommige mannen praten over een schat. Hij

roept Jim en de dokter bij zich. Hij zegt dat ze de wapens moeten bewaken. Jim knikt en doet wat de

kapitein zegt. Hij voelt dat er iets niet klopt. Op een avond zit Jim in een appelton. Het is een groot

vat waar appels in bewaard worden. Hij is moe en valt in slaap.

reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram dan stuur ik je een speciale kortingskode

Als hij wakker wordt,

hoort hij stemmen vlakbij. Het zijn Long John Silver en een paar andere zeelieden. Jim houdt zijn

adem in. Silver zegt: 'We laten de kapitein en de dokter hun werk doen. En als we het eiland bereiken,

nemen wij de schat over. Jim hoort alles. Zijn hart klopt snel. Hij beseft dat Silver een

piraat is. Silver heeft de leiding over een groep muiters. Jim blijft stil en wacht tot ze weg

gaan. Dan klimt hij uit het vat. Hij rent naar de kapitein en de dokter. Hij vertelt alles wat hij heeft

gehoord. Nu weet de goede groep dat er verraad is. Captain Smollett, Dr. Livesey, Squire

Trelawney en Jim zijn met een paar trouwe zeelieden. De piraten zijn met meer. Ze zeilen samen verder,

maar iedereen is op zijn hoede. Als ze het eiland zien, besluit kapitein Smollett om de goede groep aan

land te laten gaan. Ze willen een veilige plek zoeken. Jim gaat mee met een groepje. Op het eiland ziet hij iets

vreemds: een man in dierenvellen, helemaal alleen. De man rent weg. Jim volgt hem voorzichtig.

Dan blijkt het Ben Gunn te zijn, een man die drie jaar geleden op het eiland is achtergelaten door piraten.

Ben Gunn is blij Jim te zien. Hij vertelt dat hij de schat niet heeft gevonden, maar hij heeft wel een plan.

Hij wil helpen. Ondertussen breekt er ruzie uit op het schip. De piraten komen in opstand. Long John

Silver neemt de controle over. Hij probeert de goede groep te doden, maar die vlucht naar een oude

versterking op het eiland, een klein fort. Jim en zijn vrienden verdedigen zich. Er volgt een gevecht.

Mensen sterven. Jim is bang, maar hij blijft dapper. Op een dag sluipt Jim weg van het fort. Hij wil

iets doen. Hij vindt de Hispaniola, het schip, terug in een baai. Twee piraten bewaken het. Jim kruipt

aan boord en verrast hen. Hij neemt het schip over en laat het vastlopen op een zandbank. Als hij teruggaat

naar het fort, ziet hij dat de piraten het fort hebben ingenomen. Jim is nu alleen. Jim zit alleen

in het fort als de piraten hem grijpen. Twee mannen trekken hem ruw overeind. Ze duwen hem naar

Long John Silver. Silver kijkt hem aan met een koude glimlach. Hij zegt: 'Wel, mijn jongen, daar ben je

dan.' De piraten roepen dat ze Jim willen doden. Een man trekt zijn mes. Silver steekt zijn hand op en zegt:

'Nee, hij blijft leven.' Silver wil Jim gebruiken om de schat te vinden. Jim is bang, maar hij blijft

stil. Hij weet dat hij nu in groot gevaar is. Silver neemt Jim mee door het bos. De piraten lopen achter hem

aan. Jim moet de weg wijzen naar het rode kruis op de kaart. Na uren lopen komen ze bij een grote open plek.

Daar staat een oude boom. Jim ziet een groot gat in de grond. De schat is al gegraven. Het gat is leeg.

De piraten schreeuwen van woede. Ze kijken naar Silver met boze ogen. Dan komen Dr. Livesey en Ben

Gunn tevoorschijn uit de struiken. Ze schieten met hun geweren. De piraten vluchten weg in paniek. Long John

Silver laat zijn wapen vallen en geeft zich over. Jim rent naar de dokter. Hij is weer vrij. Ben

Gunn vertelt wat er is gebeurd. Hij heeft de schat al eerder gevonden. Drie jaar geleden vond hij het goud op het

goud. Er zijn munten en gouden bekers. Ze laden alles op de Hispaniola. Het schip is

zwaar van de schat. Long John Silver mag mee terug naar Engeland. Maar op een dag onderweg is

Silver weg. Hij heeft een zak goud meegenomen. Hij is ontsnapt in een kleine boot. Niemand ziet hem

ooit nog terug. Jim en zijn vrienden komen thuis in Engeland. Ze zijn nu rijk. Jim heeft veel meegemaakt.

Hij weet nu dat sommige mensen niet te vertrouwen zijn. Maar hij heeft ook zijn eigen moed gevonden. Hij

was bang maar hij bleef sterk. Het avontuur zit in je hart. Dat heeft Jim geleerd. Je hoeft niet

groot te zijn om dapper te zijn. Soms is een gewone jongen de held van het verhaal. Schat

eiland gaat over meer dan alleen een schat. Het gaat over vriendschap en verraad. Jim vertrouwt

Silver was niet alleen slecht. Hij redt Jim een paar keer. Mensen zijn niet zwart of wit. Ze zijn

grijs. Dat is een belangrijke les. Het boek laat ook zien dat hebzucht gevaarlijk is. De piraten

willen alleen goud. Daardoor verliezen ze alles. Jim wil avontuur. Maar hij leert dat geld niet

het belangrijkste is. Wat blijft zijn de vriendschappen en de moed die je toont als het moeilijk wordt. Als je

niet mag missen. Het is spannend, grappig en soms een beetje eng. Je leert woorden zoals schat,

verraad en avontuur op een natuurlijke manier. En je ziet dat een gewone jongen grote dingen kan doen.

Ik hoop dat je genoten hebt van dit verhaal. Als je de tekst wilt meelezen en moeilijke woorden wilt

vertalen, ga dan naar DutchFluency.com slash transcripts.

0:00
Aanpassen

Tekst

Modus

Audio

Pauze