Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Een vreemde avond bij De Kuip

Sanne stond voor de spiegel met haar nieuwe voetbalsjaal.

Vandaag ging ze met haar vader naar De Kuip.

Ze was al vaker naar een wedstrijd geweest.

Toch vond ze de reis naar Rotterdam steeds bijzonder.

Haar vader Willem zocht ondertussen naar zijn kaartjes.

Die zaten gewoon in de zak van zijn jas.

Buiten rook het naar regen en warme patat.

Bij het stadion liepen veel mensen in dezelfde richting.

Een jongen verkocht sjaals bij een kleine tafel.

Willem keek even, maar liep toen weer verder. ‘Je hebt er thuis al zes,’ zei Sanne lachend. ‘Zeven,’ zei hij. ‘Die van vroeger telt ook mee.’ Binnen zochten ze hun stoelen tussen de andere bezoekers.

Sanne zat naast een vrouw met een rode muts.

De vrouw had een grote beker koffie bij zich. ‘Hopelijk blijft mijn koffie vandaag warmer dan mijn handen.’ Sanne lachte en trok haar eigen mouwen wat verder.

Het was koud, maar ze had er zin in.

Op het veld begonnen de spelers met de wedstrijd.

Willem boog naar voren en volgde iedere bal.

Sanne keek ook naar de mensen om haar heen.

Een klein jongetje zwaaide steeds met een grote vlag.

Zijn vader vroeg hem een beetje lager te zwaaien. ‘Anders zie ik straks alleen nog maar jouw vlag.’ Toen zag Sanne plotseling fel rood licht boven het stadion.

Eerst dacht ze aan een lamp op het dak.

Maar het licht bewoog en er kwam rook bij.

Even later verscheen er nog zo'n rode streep. ‘Pap, wat is dat daar?’ vroeg ze zacht.

Willem keek omhoog en schudde langzaam zijn hoofd.

Het brandende spul kwam van buiten het stadion naar binnen.

Dat begreep Willem niet, en Sanne vond het eng.

Ze hoorde harde knallen tussen het zingen van de mensen.

Een paar bezoekers stonden op om beter te kijken.

De vrouw naast Sanne zette haar koffie onder haar stoel. ‘Blijf maar even zitten,’ zei ze vriendelijk tegen Sanne.

Willem legde zijn hand kort op de arm van zijn dochter. ‘We blijven samen, en we luisteren naar de mensen hier.’ Een medewerker in een gele jas liep langs hun rij.

Sanne vroeg hem of ze beter konden vertrekken. ‘Blijf voorlopig rustig op uw plek,’ antwoordde hij.

Daarna liep hij verder naar een andere groep bezoekers.

Sanne keek weer naar het veld, maar miste een pass.

Het rode licht had haar aandacht van de wedstrijd gehaald.

Ze begreep niet waarom iemand zoiets zou doen. ‘Voetbal is toch al spannend genoeg?’ vroeg ze aan Willem.

Haar vader knikte en keek haar even aan. ‘Ik kom voor de spelers, niet voor die knallen.’ Na een tijdje dacht Sanne weer meer aan het voetbal.

Ze klapte mee toen een speler langs een ander rende.

Ook het jongetje zwaaide weer vrolijk met zijn vlag.

Deze keer hield hij hem netjes onder vaders neus.

Sanne voelde zich rustiger, al keek ze soms omhoog.

Ze wilde gewoon genieten van de rest van de avond.

Later liepen Willem en Sanne samen naar de uitgang.

Buiten stonden agenten bij een auto met blauwe lampen.

Ze namen twee mensen mee in een politieauto.

Sanne bleef dicht naast haar vader op de stoep.

Thuis las Willem dat de politie twee mensen had meegenomen.

Het had te maken met het brandende spul bij De Kuip.

In de trein terug deelde Sanne haar koekjes met Willem.

Zijn maag maakte zoveel geluid dat ze moest lachen. ‘Volgende keer eten we eerst,’ zei ze tegen hem.

Willem vond dat een uitstekend plan voor hun volgende wedstrijd.

Ze wilden graag weer samen gaan, maar zonder zulke knallen.

Sanne stuurde haar moeder een bericht: ‘We komen naar huis.’ Een uur later hing haar sjaal weer aan de kapstok.

Haar moeder stond in de gang en gaf haar een knuffel.

Sanne vertelde over de wedstrijd en de rode lichten.

Daarna zette ze haar schoenen netjes naast de deur.

Ze was blij dat ze weer veilig thuis was.

Voor het slapen zwaaide ze nog naar haar vader.

Tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause