
Alice in Wonderland: het meisje dat een konijn volgde en alles op zijn kop zette

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Heb je ooit iets gedaan omdat je gewoon nieuwsgierig was, ook al wist je dat het misschien geen goed idee was?
Een meisje in een oud boek doet precies dat.
Ze ziet een wit konijn met een zakhorloge voorbij rennen, en ze rent achter hem aan.
Dat is het begin van een van de beroemdste verhalen uit de wereldliteratuur.
Alice in Wonderland, geschreven door Lewis Carroll.
Het boek kwam uit in 1865.
En de volledige titel is, Alice's Adventures in Wonderland.
Carroll was een wiskundedocent in Engeland.
En hij vertelde het verhaal eerst aan een echt meisje dat Alice heette.
Later schreef hij het op.
Vandaag neem ik je mee naar die rare, wonderlijke wereld.
Ik ben Rick en dit is Boekisodes.
We beginnen op een warme middag in Engeland.
Alice zit naast haar zus aan de rand van een rivier.
Haar zus leest een boek, maar Alice verveelt zich.
Er staan geen plaatjes in het boek en Alice houdt van plaatjes.
Dan ziet ze plotseling een wit konijn met roze ogen voorbij rennen.
Dat is op zich al vreemd, maar het konijn draagt ook nog een jasje
en haalt een zakhorloge tevoorschijn.
Het kijkt op het horloge en roept:
Oh je, oh je, ik kom te laat.
Alice springt op.
Een konijn met een horloge, dat wil ze wel eens onderzoeken.
Ze rent achter het dier aan.
Het konijn verdwijnt in een groot konijnenhol onder een heg.
Alice gaat er zonder nadenken achteraan.
Ze kruipt naar binnen en valt opeens.
Ze valt en valt.
Heel diep.
Terwijl ze valt, kijkt ze rustig om zich heen.
Ze ziet kasten en boeken langs de muur.
Ze pakt een potje met een etiket erop.
Er staat: sinaasappelmarmelade.
Maar helaas, het potje is leeg.
Ze zet het terug en blijft vallen.
Ze denkt na over hoe diep dit hol wel niet is.
Zou ze dwars door de aarde vallen?
Zou ze aan de andere kant bij mensen uitkomen die onderste boven lopen?
Ze blijft kalm, alsof vallen heel gewoon is.
Eindelijk landt ze zachtjes op een hoop bladeren.
Ze staat op en ziet een lange gang met veel deuren.
Alle deuren zijn op slot.
Midden in de gang staat een klein tafeltje met een gouden sleuteltje erop.
Alice past het sleuteltje op alle deuren.
Maar het is te klein voor de grote deuren.
Dan ziet ze een klein gordijn.
Achter het gordijn is een piepklein deurtje.
Niet groter dan een muizenhol.
Het sleuteltje past.
Maar Alice is veel te groot om erdoor te gaan.
Ze kan alleen met één oog naar binnen kijken.
Ze ziet een prachtige tuin met fonteinen en bloemen.
Ze wil er zo graag naartoe.
Dan ziet ze op het tafeltje een klein flesje met een etiket.
Drink mij.
Alice aarzelt even.
Wat als het vergif is.
Maar ze is nieuwsgierig.
Ze drinkt.
Het smaakt naar kersentaart.
Room.
Ananas.
En nog veel meer lekkere dingen.
Opeens voelt ze zich raar.
Ze krimpt.
Ze wordt zo klein als een muis.
Nu kan ze door het deurtje.
Maar de sleutel ligt nog op de tafel.
En die is nu veel te hoog.
Ze probeert te klimmen, maar ze glijdt uit.
Ze begint te huilen.
Grote tranen rollen over haar wangen.
Dan ziet ze een klein koekje met de woorden.
Eet mij.
Ze eet het op.
En ja hoor, ze groeit weer.
Ze wordt zo groot dat haar hoofd tegen het plafond stoot.
Ze huilt nog harder.
En haar tranen worden een grote plas.
Ze is nu meer dan twee meter lang.
Ze kan niet meer door het deurtje.
Ze zit vast in de gang.
Alice staat nog steeds in de lange gang.
Ze is meer dan 2 meter lang.
Haar hoofd raakt bijna het plafond.
Dan hoort ze voetstappen.
Het witte konijn komt weer voorbij.
Het draagt handschoenen en een waaier.
Alice zegt, meneer, kunt u mij helpen?
Het konijn schrikt heel erg.
Het laat de handschoenen vallen.
De waaier valt ook op de grond.
Het konijn rent snel weg.
Alice pakt de waaier op.
Ze wappert zichzelf koel.
Opeens voelt ze zich raar.
Ze krimpt weer.
Ze wordt zo klein als een muis.
Ze valt in een grote plas water.
Het is de plas van haar eigen tranen.
Ze zwemt in haar eigen verdriet.
Het water is koud en diep.
In het water ziet Alice een muis.
De muis zwemt naast haar.
Alice probeert een gesprek te beginnen.
Ze zegt, vind je katten ook zo lief?
De muis wordt heel boos.
Hij zwemt snel weg.
Alice roept nog, maar de muis luistert niet.
Even later komt er een groep dieren.
Er is een dodo, een papegaai en een jonge adelaar.
Ze zwemmen allemaal naar de kant.
Alice zwemt ook naar de kant.
Iedereen is nat en koud.
De dodo stelt een race voor.
Dan worden ze allemaal droog.
Iedereen rent in het rond.
Er zijn geen duidelijke regels.
Na een tijdje stopt de race.
De dodo zegt, Iedereen heeft gewonnen.
Iedereen krijgt een prijs.
Alice moet de prijzen uitdelen.
Ze geeft snoepjes uit haar zak.
De dieren zijn tevreden.
Alice snapt er niets van.
Dan hoort ze een stem in de verte.
De stem zegt, waar zijn mijn handschoenen?
Het is het witte konijn weer.
Alice rent weg.
Ze komt bij een klein huisje.
In dat huisje woont de hertogin.
Alice gaat naar binnen.
Ze ziet een grote keuken.
De hertogin zit op een kruk.
Ze heeft een baby op schoot.
De kokkin roert in een enorme pan soep.
Er vliegen borden en pannen door de lucht.
Even tussendoor bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Er vliegen borden en pannen door de lucht.
De hertogin gooit de baby naar Alice.
Ze zegt, hier, jij past maar op.
Alice pakt de baby vast.
Maar het kind verandert in een varkentje.
Alice zet het buiten neer.
Het varkentje loopt weg.
Dan ziet Alice de Cheshire kat.
De kat grijnst altijd.
De kat kan verdwijnen en weer verschijnen.
Eerst alleen zijn grijns.
Dan zijn ogen.
Dan zijn hele lijf.
Alice vraagt.
Welke kant moet ik op?
De kat zegt, dat hangt ervan af waar je naartoe wilt.
Alice weet het niet.
De kat verdwijnt langzaam.
Hij grijnst tevreden.
Alice loopt verder.
Ze komt bij een gekke theepartij.
Aan een lange tafel zitten de hoedenmaker en de haas.
Tussen hen in zit een slaapmuis die de hele tijd in slaap valt.
Op tafel staat een heleboel theekopjes.
Maar er is geen thee.
De hoedenmaker stelt raadsels voor die geen antwoord hebben.
Hij vraagt.
Waarom is een raaf als een schrijf tafel?
Alice denkt diep na.
Maar ze weet het niet.
De hoedenmaker geeft ook geen antwoord.
Het gesprek gaat alle kanten op.
De haas gooit thee in het gezicht van de slaapmuis.
De slaapmuis vertelt een verhaal over drie zutjes die in een put woonden.
Alice wordt boos, want niemand luistert naar haar.
Uiteindelijk loopt ze weg.
Ze zegt, dit is de domste theepartij die ik ooit heb gezien.
Ze gaat verder het bos in.
En ziet een boom met een deurtje erin.
Ze gaat naar binnen en komt weer in de lange gang met de kleine deur.
Nu pakt ze het gouden sleuteltje.
Eet een stukje van de paddenstoel die ze nog heeft.
En wordt klein genoeg voor het deurtje.
Eindelijk komt ze in de prachtige tuin.
In de tuin staan witte rozen.
Drie tuinlieden schilderen de witte rozen rood.
Alice vraagt waarom.
Ze zeggen, de hartenkoningin wil rode rozen.
Anders verliest ze haar hoofd.
Dan komt er een optocht.
De hartenkoning en de hartenkoningin lopen voorop.
De koningin is streng en groot.
Ze kijkt boos naar de tuinlieden.
Ze roept af met hun hoofd.
Alice is verbaasd.
De koningin nodigt Alice uit voor een potje croquet.
Maar het spel is vreemd.
De ballen zijn egels.
De hamers zijn flamingo's.
En de poortjes zijn soldaten die krom staan.
Alice probeert te spelen.
Maar haar flamingo draait steeds zijn hoofd om.
De koningin wordt boos op iedereen.
Ze schreeuwt de hele tijd: Af met zijn hoofd.
Alice ontmoet de griffioen.
En de schildpad met het kalfsgezicht.
De schildpad vertelt over zijn schooltijd in de zee.
Hij zingt een lied over soep.
Alice luistert maar snapt er weinig van.
Dan wordt ze geroepen voor een rechtszaak.
De rechtszaak gaat over gestolen taarten.
De hartenboer wordt beschuldigd.
De hartenkoning zit op de troon.
De hartenkoningin naast hem.
Er zijn veel dieren als jury.
Het witte konijn leest de aanklacht voor.
De hoedenmaker getuigt.
Maar zijn verhaal slaat nergens op.
Dan wordt Alice geroepen als getuige.
Ze is opeens weer gegroeid.
Ze is nu heel groot.
De koningin zegt.
Af met haar hoofd.
Alice zegt.
Jullie zijn maar een stelletje kaarten.
Dan gooit ze de kaarten door de lucht.
De kaarten vliegen op en veranderen in bladeren.
Alice wordt wakker.
Ze ligt naast haar zus aan de rivier.
Haar zus veegt de bladeren van haar gezicht.
Alles was een droom.
Alice vertelt haar zus over haar avontuur.
Haar zus glimlacht en denkt na.
Ze stelt zich voor.
Hoe wonderland zou zijn voor een kind?
Alice staat op en gaat naar huis voor thee.
Ze is blij dat ze weer thuis is.
Maar ze zal de rare wereld nooit vergeten.
Wat maakt dit boek zo bijzonder?
Het gaat over nieuwsgierigheid.
Alice is niet dapper of sterk.
Ze is gewoon nieuwsgierig.
Ze volgt een konijn, drinkt een onbekend drankje.
En eet koekjes zonder te weten wat er gebeurt.
Daardoor beleeft ze het grootste avontuur.
Het boek laat ook zien dat volwassenen vaker raar doen.
De koningin schreeuwt om hoofden af te hakken.
De Hoedenmaker praat onzin en niemand luistert echt.
Alice is het enige kind.
En ze blijft vriendelijk en nieuwsgierig.
Soms is de wereld om je heen verwarrend.
En dat is oké.
Je hoeft niet alles te begrijpen.
Soms is het genoeg om te blijven vragen en te blijven kijken.
Dat is de les die Alice ons leert,
zonder dat iemand het hardop zegt.
Het verhaal eindigt met een droom die voorbij is.
Maar de herinnering blijft.
Alice wordt wakker.
En wij als lezers zijn ook wakker geworden uit een rare droom.
Toch voelt wonderland echt.
De personages zijn grappig en een beetje eng,
maar nooit saai.
Het boek is meer dan 150 jaar oud.
En nog steeds lezen mensen over Alice.
Misschien omdat we allemaal wel eens willen ontsnappen
naar een wereld waar niets logisch is.
Waar je kunt krimpen en groeien.
Waar katten kunnen verdwijnen.
En waar een theepartij nooit ophoudt.
Als je dit boek leest, voel je je even een kind.
En dat is een fijn gevoel.
Wil je de tekst mee lezen?
En op moeilijke woorden teken voor vertalingen?
Dat kan op Dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze