

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het was maandagochtend.
Ik zat in de keuken met een kop koffie.
De koffie was warm en rook lekker.
De zon scheen door het raam.
Het licht was geel en maakte de keuken vrolijk.
Ik hoorde de vogels buiten.
Ze zongen.
De keuken rook ook naar vers brood.
Mijn buurman, Henk, belde aan.
Hij was boos.
Zijn gezicht was rood.
Zijn ogen waren groot.
Hij zei: 'Kijk eens naar deze rekening.
Het klopt niet!' Hij hield het papier omhoog.
Het trilde in zijn hand.
Het papier maakte een zacht geluid.
Ik keek naar het papier.
Het was een rekening van de supermarkt.
Er stond: drie appels voor vijf euro.
Twee broden voor vier euro.
Een pak melk voor twee euro.
Totaal: twaalf euro.
Maar ik rekende snel.
Drie appels is vijf euro.
Twee broden is vier euro.
Dat is negen euro.
Plus twee euro voor melk is elf euro.
Niet twaalf.
Henk zei: 'Zie je?
Het klopt niet.
Ik heb het twee keer gecontroleerd.' Hij wees naar de cijfers.
Zijn vinger tikte op het papier.
Tik, tik, tik.
Ik nam een slok koffie.
De koffie was nog warm.
De smaak was een beetje bitter.
Ik dacht: misschien is het een fout.
Maar Henk was heel zeker.
Hij zei: 'Ik ga terug naar de winkel.
Dit is niet goed.' Zijn stem was luid.
De stem echode in de keuken.
Ik zei: 'Rustig aan, Henk.
Het is maar een euro.' Maar Henk schudde zijn hoofd.
'Nee,' zei hij.
'Het gaat om het principe.' Ik herinnerde me een keer dat ik te veel betaalde in een winkel.
Ik zei niets.
Nu voelde ik me een beetje dom.
Henk liep naar de deur.
De deur maakte een zacht geluid.
Het was een klik.
Ik keek naar de rekening.
Het was een klein bedrag.
Maar Henk had gelijk.
Het klopte niet.
De winkel had een fout gemaakt.
Ik dacht aan mijn eigen rekeningen.
Soms let ik niet goed op.
Maar deze keer was het duidelijk.
Ik hoorde de voetstappen van Henk op de gang.
Ze waren snel en vast.
Toen werd het stil.
Ik zat alleen in de keuken.
De zon scheen nog steeds.
Het licht viel op de tafel.
Ik keek naar de rekening op tafel.
Het was een wit papiertje met zwarte letters.
De letters waren klein.
Ik dacht aan een keer dat ik te veel betaalde.
Dat was ook een kleine fout.
Maar ik zei niets.
Nu begreep ik Henk beter.
Na een uur hoorde ik de bel.
Het was Henk.
Hij kwam binnen en lachte.
Zijn gezicht was niet meer rood.
'Ik heb het opgelost,' zei hij.
'De kassière zei sorry.
Ze gaf me een euro terug.' Zijn ogen glommen.
De euro glom in zijn hand.
Ik zei: 'Goed gedaan, Henk.' Hij zei: 'Ja, het is belangrijk om op te letten.' We dronken samen koffie.
De koffie rook weer lekker.
De geur vulde de keuken.
De zon scheen nog steeds.
Het was een rustige ochtend.
Maar ik voelde me blij.
Soms is het goed om voor jezelf op te komen.
Zelfs voor een euro.
De rekening lag op tafel.
Het was een klein stukje papier.
Maar het vertelde een verhaal over eerlijkheid.
En over Henk, die niet opgaf.
Ik glimlachte.
Ik dacht: kleine dingen tellen ook.
Het was een goede les.
Ik leerde dat ik beter moet opletten.
Net als Henk.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze