

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik ben in de auto. Ik rij veel. Ik rij tussen twee plaatsen.
De plaatsen zijn station Lombardijen en Zuid.
Veel mensen rijden hier. Veel mensen rijden zwart.
Zwart rijden is niet goed. Er zijn ook broos. De broos zijn slim.
Ze hebben een knop gevonden. De knop maak de porte open.
De porte gaan open voor calamiteiten. De broos gebruiken de knop voor zwart rijden.
Dit is niet goed. Dan kom ik in Zuid. In Zuid zijn veel mannetjes.
De mannetjes hangen rond. Ze bloen ook. Ze dragen zwarte kleding.
Ik moet tussen hen in rijden. Dit is niet fijn. Ik zie de politie.
De politie helpt niet. De politie moet de mannetjes stoppen.
Maar de politie doet niets. Dit is niet goed. Ik ben niet blij.
Ik ben boos. Zwart rijden is niet goed. De politie moet helpen.
Maar de politie doet niets. Ik ga naar huis. Ik pakkeer de auto.
Ik ga naar binnen. Ik drink koffie. Ik eet brood.
Ik denk na. Wat kan ik doen? Ik weet het niet.
Ik ben nog steeds boos. Ik wil iets doen.
Maar wat? Ik moet nadenken.
Misschien kan ik de politie bellen. Misschien kan ik een brief schrijven.
Ik weet het niet. Zwart rijden is niet goed.
De politie moet helpen. De politie moet de broos stoppen.
Ik wil dat het stopt. Ik wil veilig rijden. Ik wil blij zijn.
Maar nu ben ik niet blij. Nu ben ik boos.
Ik drink mijn koffie. Ik eet mijn brood. Ik denk na.
Ik wil iets doen. Ik wil dat het stopt.
Zwart rijden is niet goed. Ik wil dat het stopt.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze