Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
# Recap Dutch News Stories - A1: 2026-10-31-3d Hieronder volgen de afleveringen van de afgelopen 3 dagen.
Vat ze samen in één natuurlijke Nederlandse Deep Dive aflevering: geef per aflevering de kerngedachte, link de verhalen aan elkaar waar dat kan, en sluit af met wat luisteraars uit de afgelopen 3 dagen kunnen meenemen. ## Taalniveau Dit is een A1 aflevering.
Spreek heel rustig en in heel korte zinnen.
Gebruik alleen woorden die een A1-leerder kent.
Vermijd lange bijzinnen, beeldspraak en moeilijke werkwoordstijden.
Herhaal kernideeën in eenvoudige bewoordingen. ## Kees en het schip Kees werkt bij Damen.
Hij werkt aan schepen.
Hij draagt een blauwe broek.
Zijn tas is ook blauw.
In zijn tas zit brood.
Er zit ook een appel in.
Kees eet graag een appel.
Vandaag is de lucht grijs.
Het water is ook grijs.
Kees kijkt naar een schip.
Joop staat bij het water.
Hij werkt ook bij Damen.
Hij heeft koffie voor Kees.
De koffie is warm.
Kees ruikt de koffie.
Hij neemt een slok.
Joop eet een stuk brood.
Er zit kaas op het brood.
Een vogel kijkt naar de kaas.
Joop zegt: 'Dit brood is voor mij.' Kees lacht om Joop.
De vogel loopt naar het water.
Dan komt Els naar hen toe.
Els werkt ook bij Damen.
Ze heeft een papier.
Ze zegt: 'Het werk stopt voor 225 mensen.' Kees zet zijn koffie neer.
'Ook voor mij?' vraagt hij.
Els zegt: 'Ja, ook voor jou.' Kees kijkt naar zijn handen.
Hij zegt een tijd niets.
Het water gaat op en neer.
Hij hoort een vogel.
Joop staat naast hem.
'Hoe gaat het?' vraagt Joop.
Kees zegt: 'Niet zo goed.' Hij neemt zijn tas.
Zijn appel zit nog in de tas.
Hij eet nu niet.
Hij drinkt ook niet.
Zijn koffie is koud.
Kees loopt naar de bus.
Hij zit bij het raam.
Hij ziet het water.
Hij ziet ook het schip.
Hij werkt graag met zijn handen.
Hij werkt graag aan schepen.
Nu stopt zijn werk bij Damen.
De bus rijdt door de stad.
Kees kijkt naar buiten.
Er valt regen op het raam.
Kees gaat naar een winkel.
Zijn vrouw Fatima werkt daar.
Ze verkoopt brood en kaas.
Kees staat bij de deur.
Fatima ziet zijn gezicht.
'Hoe gaat het?' vraagt ze.
Kees zegt: 'Mijn werk bij Damen stopt.' Fatima komt naar hem toe.
'Ga even zitten,' zegt ze.
Kees gaat op een stoel zitten.
Fatima geeft hem een glas water.
Kees drinkt het water.
Hij eet nu zijn appel.
De appel is fris.
In de winkel ruikt het naar brood.
Een vrouw koopt kaas.
Een man koopt zes eieren.
Kees kijkt naar de mensen.
Dan pakt hij een pen.
Fatima geeft hem een stuk papier.
Kees tekent een schip.
Hij tekent ook het water.
Op het schip staat Joop.
Joop heeft brood in zijn hand.
Naast Joop staat een vogel.
De vogel heeft een hoed op.
Fatima kijkt naar het papier.
'Een vogel met een hoed?' vraagt ze.
Kees lacht.
'Ja, hij werkt ook bij Damen!' Fatima lacht ook.
Kees legt zijn pen neer.
'Ik zoek ander werk,' zegt hij.
Fatima knikt.
Kees pakt zijn tas.
Zijn tekening gaat in de tas.
Hij belt Joop.
'Ik zoek werk,' zegt Kees.
Joop zegt: 'Ik help je zoeken.' Kees zegt: 'Dank je, Joop.' Buiten stopt de regen.
Kees loopt naar het water.
Hij ziet een klein schip.
Hij kijkt naar zijn handen.
Hij denkt aan zijn werk.
Hij denkt ook aan Joop.
Nu voelt hij zich wat beter.
Hij pakt zijn appel.
Er is nog één stuk.
Dat eet hij op.
Tot de volgende keer. ## Vijf mensen aan tafel Ik ben Rick.
Ik ben leraar in Den Haag.
Vandaag ben ik op school.
Het regent.
Ik kijk door het raam.
De straat is nat.
Mijn koffie is warm.
Ik ruik de koffie.
Ik neem een kleine slok.
Ik lees het nieuws.
Ik lees over CDA en D66.
Ze zijn niet blij.
Ik lees ook over JA21.
Ik zie BBB en SGP.
Samen praten is niet makkelijk.
Ik denk aan onze school.
Daar eten vandaag vijf mensen samen.
Jan en Lien komen binnen.
Jan heeft brood.
Lien heeft een pan soep.
De soep is rood.
De pan is warm.
Ik ruik tomaat.
Dat ruikt goed.
Jan zet het brood op tafel.
Lien zet de pan naast het brood.
Bram komt ook binnen.
Mieke loopt naast hem.
Kees komt als laatste.
Ze kijken naar het eten.
Bram kijkt naar de soep.
Mieke kijkt naar het brood.
Kees kijkt naar de lege borden.
Bram zegt: 'Ik wil geen rode soep.
Ik wil groene soep.' Mieke zegt: 'Ik wil geen brood.
Ik wil een ei.' Kees zegt: 'Ik wil een groot bord.
Dit bord is klein.' Jan kijkt naar Lien.
Lien kijkt naar Jan.
Ze zijn niet blij.
De soep is warm.
Het brood ligt klaar.
Maar niemand eet.
Ik ga bij de tafel staan.
Ik kijk naar de vijf mensen.
Dan kijk ik naar mijn koffie.
Mijn koffie is nu koud.
Ik drink toch een slok.
Mijn neus gaat een beetje omhoog.
Jan lacht.
Lien zegt: 'We hebben rode soep.
We hebben ook brood.
Er zijn geen eieren.' Bram kijkt naar de rode soep.
Hij pakt een lepel.
Hij eet een klein beetje.
Dan eet hij nog een beetje.
'Lekker,' zegt hij.
Mieke kijkt naar het brood.
Er ligt kaas naast.
Ze neemt een klein stuk kaas.
Dan neemt ze wat brood.
'Ook lekker,' zegt ze.
Kees kijkt nog naar zijn bord.
Hij houdt het naast zijn hoofd.
Zijn hoofd is groot.
Het bord is klein.
Jan lacht weer.
Nu lacht Kees ook.
Ik pak een ander bord.
Het is heel groot.
Ik zet het voor Kees.
Er ligt één klein stuk brood op.
Kees kijkt naar het brood.
Dan kijkt hij naar mij.
'Nu is mijn brood heel klein.' We lachen allemaal.
Kees neemt het kleine bord.
Het grote bord gaat naar Jan.
Jan legt er meer brood op.
Nu kan iedereen erbij.
Lien doet soep in vijf kommen.
De kommen zijn rood.
De soep is ook rood.
Bram kijkt in zijn kom.
'Alles is rood,' zegt hij.
'Je neus ook,' zegt Mieke.
Bram raakt zijn neus aan.
Er zit een beetje soep op.
Hij lacht.
Ik geef hem een doek.
Zijn neus is weer schoon.
Nu eten de vijf mensen.
Jan eet brood met kaas.
Lien eet warme soep.
Bram eet zijn kom leeg.
Mieke neemt nog wat brood.
Kees heeft genoeg op zijn bord.
Ik zit ook aan tafel.
Ik krijg een kom soep.
De soep is lekker warm.
Buiten valt nog steeds regen.
Binnen ruikt het naar tomaat.
Ik hoor vijf mensen lachen.
Ik ben blij.
Tot de volgende keer.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause