Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

De Zware Doos in Amsterdam

Hallo.

Ik ben Rick.

Ik ben leraar.

Ik kom uit Den Haag.

Vandaag vertel ik een verhaal.

Het verhaal is in Amsterdam.

Het is koud in Amsterdam.

Het is heel koud.

Het regent een beetje.

De regen is nat.

Jan loopt op straat.

Jan is een man.

Hij heeft een jas.

De jas is groen.

De jas is oud.

Jan heeft het koud.

Hij loopt naar het plein.

Het plein is groot.

Er zijn veel mensen op het plein.

De mensen staan in een rij.

De rij is lang.

Heel erg lang.

Jan staat ook in de rij.

Hij wacht.

Hij wacht lang.

Hij kijkt naar de lucht.

De lucht is grijs.

Jan heeft niet veel geld.

Alles in de winkel is duur.

Het eten is duur.

Het drinken is duur.

Jan heeft een dochter.

Zij is een kind.

Zij heet Emma.

Emma is zes jaar.

Emma heeft honger.

Jan wil eten voor Emma.

Jan wil brood.

Jan wil fruit.

Op het plein staat een vrouw.

De vrouw heeft veel dozen.

De dozen zijn groot.

De dozen zijn bruin.

Wat zit in de doos?

In de doos zit eten.

Het eten is voor Jan.

Het is een cadeau van de stad.

De stad is Amsterdam.

Amsterdam helpt de mensen.

Dat is heel mooi.

Jan is nu bij de vrouw.

De vrouw lacht.

Zij is heel lief.

Zij heeft een rode trui.

"Hallo," zegt de vrouw.

"Hallo," zegt Jan.

"Hier is een doos," zegt de vrouw.

"De doos is voor jou." Jan pakt de doos.

Oef!

De doos is zwaar.

Heel zwaar.

Jan lacht.

Een zware doos is goed.

Een zware doos heeft veel eten.

"Dank je wel," zegt Jan.

"Graag gedaan," zegt de vrouw.

"Eet smakelijk!" Jan loopt naar huis.

Hij loopt met de doos.

De doos is nog steeds zwaar.

Jan zijn armen doen pijn.

Maar Jan is blij.

Hij voelt de regen niet meer.

Hij voelt de kou niet meer.

Hij denkt aan het eten.

Hij denkt aan Emma.

Jan loopt door de straat.

Hij ziet een hond.

De hond is bruin.

De hond kijkt naar de doos.

De hond ruikt het eten.

"Nee hond," zegt Jan.

"Dit is voor Emma." De hond loopt weg.

Jan loopt verder.

Hij is bijna thuis.

Jan is thuis.

Het huis is klein.

Maar het huis is warm.

Emma is in het huis.

Emma speelt met een pop.

De pop is mooi.

"Papa!" zegt Emma.

Zij ziet de doos.

"Wat is dat?" "Dat is een doos," zegt Jan.

"Een doos met eten." Emma komt kijken.

Jan zet de doos op tafel.

De tafel is van hout.

Jan maakt de doos open.

Hij kijkt in de doos.

Emma kijkt ook in de doos.

Wat zien zij?

Zij zien heel veel eten.

Zij zien brood.

Het brood is vers.

Zij zien melk.

De melk is wit.

Zij zien appels.

De appels zijn rood.

Zij zien peren.

De peren zijn groen.

En zij zien kaas.

Een heel groot stuk kaas.

Emma houdt van kaas.

Jan houdt ook van kaas.

"Kaas!" roept Emma.

"Ik wil kaas!" Jan lacht.

"Ja, wij eten kaas." Jan pakt een mes.

Hij snijdt de kaas.

Hij geeft een stuk aan Emma.

Emma eet de kaas.

"Mmm," zegt Emma.

"De kaas is lekker." "Ik ben een muis," zegt Emma.

"Muizen eten kaas." Jan lacht hard.

"Jij bent een grote muis," zegt Jan.

Jan eet ook kaas.

De kaas is heel lekker.

"Nog een stukje kaas?" vraagt Jan.

"Ja, nog een stukje kaas," zegt Emma.

Zij eten veel kaas.

De kaas is geel.

De kaas is zacht.

Zij eten en eten.

De kaas is bijna op.

Dat is grappig.

De doos is een goed idee.

Amsterdam is een goede stad.

Jan heeft nu eten.

Emma heeft nu eten.

Zij hebben geen honger meer.

Zij hebben een volle buik.

Het regent nog steeds buiten.

Maar binnen is het goed.

Binnen is het warm.

Binnen is er brood.

Binnen is er melk.

En binnen is er kaas.

Jan is blij.

Emma is blij.

Zij spelen samen.

Zij spelen met de pop.

De dag is mooi.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze