Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Het vreemde geval van Dr. Jekyll en Mr. Hyde (2/7)

Stel je voor: je bent een gerespecteerde dokter in Londen, rond het jaar achttienhonderdzesentachtig.

Iedereen vertrouwt je.

Je hebt vrienden, een mooi huis, een goede naam.

Maar je hebt ook een geheim.

Een geheim dat je niet met iemand kunt delen.

Wat zou je doen?

Zou je het geheim bewaren, of zou je het op een dag toch vertellen?

In het boek dat we vandaag bespreken, worstelt een man met precies deze vraag.

Het boek heet Het vreemde geval van Dr.

Jekyll en Mr.

Hyde, geschreven door Robert Louis Stevenson.

Het is een kort boek, maar het is beroemd over de hele wereld.

Vandaag vertel ik je het verhaal.

Ik ben Rick, en dit is Boekisodes.

We beginnen in Londen, in de negentiende eeuw.

De straten zijn smal en donker.

De mist hangt vaak laag boven de huizen.

De mensen dragen nette kleren.

Ze letten goed op hun reputatie.

Als je een goede naam hebt, is dat heel belangrijk.

Als je die naam verliest, ben je alles kwijt.

In deze wereld woont dokter Henry Jekyll.

Hij is een rijke dokter en wetenschapper.

Hij is aardig en beleefd.

Iedereen mag hem graag.

Jekyll woont in een groot huis.

Aan de achterkant staat een apart gebouw.

Daar is zijn laboratorium.

Daar doet hij proeven.

Hij doet dat ver weg van de ogen van andere mensen.

Niemand weet precies wat hij daar doet.

De deur van het laboratorium blijft meestal dicht.

Jekyll gaat er vaak naar binnen en komt er pas veel later weer uit.

De mensen in de buurt vinden het vreemd.

Maar ze vertrouwen de dokter.

Hij heeft tenslotte een goede naam.

Jekyll heeft een goede vriend: meneer Utterson.

Utterson is een advocaat.

Hij werkt met wetten en papieren.

Hij is rustig en serieus.

Hij houdt van orde.

Hij let goed op de regels.

Hij wil graag dat alles netjes is.

Utterson is de verteller van een groot deel van het verhaal.

Door zijn ogen zien we wat er gebeurt.

Hij begrijpt niet alles meteen.

Daardoor begrijp jij als lezer ook niet alles meteen.

Dat maakt het verhaal spannend.

Utterson kijkt goed om zich heen.

Hij luistert naar wat mensen zeggen.

Hij stelt vragen als iets hem niet duidelijk is.

Maar hij blijft altijd rustig en beleefd.

Hij schrijft dingen op die hij belangrijk vindt.

Zo probeert hij grip te houden op de wereld om hem heen.

Soms lukt dat niet.

Dan blijft hij met vragen achter.

Die vragen neemt hij mee naar huis.

En de volgende dag gaat hij weer verder met zoeken.

Er is nog een belangrijk persoon: Richard Enfield.

Hij is een familielid van Utterson.

Ze maken vaak samen een wandeling door de stad.

Ze lopen dan door dezelfde straten.

Ze praten over gewone dingen.

Op een dag vertelt Enfield een vreemd verhaal aan Utterson.

Dat verhaal gaat over een kleine, lelijke man.

Die man liep midden in de nacht een klein meisje omver.

Het meisje deed zich pijn.

De man heette Hyde.

Enfield vertelt dat Hyde geen spijt had.

Hij was koud en wreed.

Maar het vreemdste was dit: Hyde had een cheque bij zich.

Op die cheque stond de naam van dokter Jekyll.

Waarom gaf dokter Jekyll geld aan zo iemand?

Utterson weet het niet.

Hij wordt nieuwsgierig.

Hij vraagt Enfield om meer te vertellen.

Enfield zegt wat hij weet, maar veel is het niet.

Utterson denkt er daarna nog vaak aan.

Het verhaal laat hem niet meer los.

Vanaf dat moment wil hij weten wie Hyde is.

En waarom hij met dokter Jekyll te maken heeft.

Utterson zit aan zijn bureau in zijn kantoor.

Voor hem ligt het testament van dokter Jekyll.

Hij leest de woorden langzaam en zijn wenkbrauwen gaan omhoog.

Er staat dat alles naar Edward Hyde gaat.

Niet naar familie.

Niet naar vrienden.

Naar een man die niemand kent en die niemand aardig vindt.

Utterson legt het papier neer en schudt zijn hoofd.

Hij zegt zacht tegen zichzelf: dit klopt niet.

Hij kent Jekyll al jaren.

Jekyll is een verstandige man.

Waarom zou hij dit doen?

Utterson staat op en loopt naar het raam.

Buiten is het koud en grijs.

Hij weet dat hij hier niet kan blijven zitten.

Hij moet antwoorden vinden.

Hij pakt zijn jas en zijn hoed.

Eerst gaat hij naar dokter Lanyon.

Lanyon ontvangt hem in zijn woonkamer.

Hij ziet er moe uit.

Utterson vraagt naar Jekyll.

Lanyon schudt zijn hoofd en kijkt weg.

Hij zegt dat hij Jekyll niet meer ziet.

Jekyll is veranderd.

Hij is stiller geworden en hij trekt zich terug.

Lanyon weet niet waarom.

Utterson vraagt door, maar Lanyon wil niets meer zeggen.

Utterson bedankt hem en gaat naar huis.

Onderweg denkt hij aan Hyde.

Hij wil die man met eigen ogen zien.

Een paar avonden later loopt hij door de mistige straten.

Dan ziet hij hem.

Hyde is klein en bleek.

Zijn gezicht staat hard.

Utterson spreekt hem aan.

Hyde kijkt hem even aan en verdwijnt dan snel in de mist.

Utterson blijft alleen achter.

Hij voelt zich ongemakkelijk en koud van binnen.

Op een donkere avond zit een dienstmeisje bij haar raam.

Ze kijkt naar buiten en ziet een oude man op straat lopen.

De man is sir Danvers Carew.

Hij is een bekende politicus en hij is altijd vriendelijk.

Plotseling komt Hyde tevoorschijn.

Hij heeft een stok in zijn hand.

Hij slaat de oude man.

Niet een keer, maar vele keren.

Het meisje slaat haar handen voor haar mond.

Ze valt flauw.

Als de politie komt, is Carew dood.

Hyde is verdwenen.

In de zak van de dode man vinden ze een brief voor dokter Jekyll.

Utterson hoort het nieuws en gaat meteen naar Jekyll.

Jekyll belooft dat hij Hyde nooit meer zal zien.

Hij laat een brief zien waarin Hyde zegt dat hij weg is.

Utterson gelooft hem, maar hij voelt dat er iets niet klopt.

Na de moord wordt het rustig in de stad.

Hyde is nergens te vinden.

Jekyll lijkt weer normaal te leven.

Hij geeft feesten en is vriendelijk tegen iedereen.

Maar dan komt er een periode waarin Jekyll zich weer terugtrekt.

Hij weigert bezoek en blijft binnen.

Utterson probeert hem te spreken, maar hij komt niet binnen.

De deur blijft dicht.

Utterson staat op de stoep en wacht.

Hij klopt nog een keer.

Niemand doet open.

Hij loopt langzaam naar huis en voelt zich machteloos.

Iets houdt Jekyll weg van de wereld.

Utterson weet alleen niet wat.

Op een dag krijgt Utterson bezoek van dokter Lanyon.

Lanyon ziet er slecht uit.

Hij is bleek en bang.

Zijn handen trillen een beetje.

Utterson schrikt als hij hem ziet.

Lanyon zegt dat hij iets vreselijks heeft meegemaakt.

Hij wil niet meer over Jekyll praten.

Utterson vraagt wat er is gebeurd.

Lanyon schudt zijn hoofd en staat op.

Hij wil naar huis.

Utterson brengt hem naar de deur.

Lanyon zegt nog één keer dat hij er niet over kan praten.

Dan gaat hij weg.

Utterson blijft achter met veel vragen.

Hij weet niet wat hij moet denken.

Hij voelt dat er iets ergs is gebeurd.

Kort daarna sterft dokter Lanyon.

Utterson hoort het nieuws en gaat naar het huis.

Daar krijgt hij een brief.

De brief is van Lanyon.

Op de envelop staat dat hij pas na zijn dood geopend mag worden.

Utterson neemt de brief mee naar huis.

Hij legt hem op zijn bureau.

Hij kijkt ernaar, maar hij durft hem niet te lezen.

De brief blijft daar liggen.

Dagen gaan voorbij.

Utterson werkt, eet en slaapt, maar de brief blijft in zijn hoofd.

Hij weet dat het antwoord in die envelop zit.

Toch wacht hij.

Hij is bang voor wat erin staat.

Op een avond wordt Utterson naar het huis van Jekyll geroepen.

Het is laat en de straten zijn stil.

De bediende doet de deur open.

Hij ziet bleek en zijn handen trillen.

"Meneer Utterson, ik ben zo bang," zegt hij zacht.

"Ik heb stemmen gehoord in het laboratorium." Utterson luistert.

Hij hoort ook iets.

Een geluid als voetstappen, heen en weer.

De bediende vertelt dat dokter Jekyll al dagen niet naar buiten komt.

De deur van het laboratorium is op slot.

Niemand mag naar binnen.

Utterson voelt dat er iets mis is.

Hij weet dat hij nu moet handelen.

Hij pakt een zware stoel en loopt naar de deur van het laboratorium.

Utterson en de bediende slaan samen tegen de deur.

Het hout kraakt en breekt.

De deur vliegt open.

Binnen is het donker en het ruikt vreemd.

Op de grond ligt een kleine man.

Het is Hyde.

Hij beweegt niet meer.

Naast hem ligt een leeg flesje.

Hyde heeft zichzelf vergiftigd.

Utterson kijkt om zich heen.

Waar is dokter Jekyll?

Hij zoekt in elke hoek van de kamer.

Maar Jekyll is nergens.

Op de tafel liggen twee brieven.

Een brief is van Jekyll aan Utterson.

De andere brief is van Lanyon.

Utterson pakt ze op.

Zijn handen beven.

Nu kan hij eindelijk lezen wat er echt is gebeurd.

In de brief van Lanyon staat een vreemd verhaal.

Op een avond kreeg Lanyon een briefje van Jekyll.

Jekyll vroeg hem dringend om naar het laboratorium te komen.

Hij moest een laatje meenemen.

In dat laatje stond een flesje met een vloeistof.

Lanyon deed wat Jekyll vroeg.

Hij ging naar het laboratorium en wachtte.

Even later kwam er een kleine man binnen.

Het was Edward Hyde.

Hyde pakte het flesje en dronk de vloeistof op.

Toen gebeurde iets ongelooflijks.

Voor de ogen van Lanyon veranderde Hyde in dokter Jekyll.

Lanyon kon het niet geloven.

Hij was zo geschokt dat hij er ziek van werd.

Hij kon het niet verdragen.

Daarom stierf hij.

Lanyon schreef alles op in zijn brief.

Hij wilde dat iemand de waarheid zou weten.

Maar hij kon het zelf niet meer aan.

De brief lag dagen op tafel.

Utterson durfde hem eerst niet te openen.

Nu leest hij de woorden van zijn oude vriend.

Hij ziet hoe bang Lanyon was.

Hij voelt de schok die Lanyon heeft gevoeld.

De brief verklaart veel.

Maar Utterson begrijpt nog niet alles.

Er is nog een brief.

Die is van Jekyll zelf.

Utterson opent de envelop.

Hij begint te lezen.

En jij als luisteraar leest mee.

In de brief van Jekyll staat zijn hele verhaal.

Jekyll was altijd al gefascineerd door de twee kanten van de mens.

Aan de buitenkant was hij een nette, vriendelijke dokter.

Iedereen vertrouwde hem.

Maar van binnen had hij ook donkere verlangens.

Hij wilde die verlangens uitleven zonder zijn goede naam te verliezen.

Daarom maakte hij een drankje.

Als hij dat dronk, veranderde hij in Edward Hyde.

Hyde was klein en lelijk.

Maar hij was ook vrij.

Hij kon doen wat hij wilde, zonder schaamte.

In het begin vond Jekyll dat heerlijk.

Hij voelde zich jong en sterk.

Hij kon even ontsnappen aan zijn nette leven.

Maar langzaam werd Hyde sterker.

Jekyll veranderde steeds vaker zonder dat hij het wilde.

Op een dag werd hij wakker als Hyde.

Hij had het drankje niet gedronken.

Hij was zijn controle kwijt.

Hij probeerde te stoppen, maar het lukte niet.

De moord op Carew was het dieptepunt.

Daarna durfde hij niet meer naar buiten.

Uiteindelijk kon hij alleen nog maar als Hyde leven.

En Hyde kon niet zonder het drankje overleven.

Toen het flesje leeg was, was er geen weg terug.

Hyde koos de dood.

Jekyll verdween voor altijd.

Utterson blijft achter met de brieven en met het geheim.

Wat zegt dit verhaal ons?

Het gaat over de twee kanten in ieder mens.

Jekyll is niet alleen maar goed, en Hyde is niet alleen maar slecht.

Ze zijn allebei deel van dezelfde man.

Stevenson laat zien dat je je donkere kanten niet kunt wegstoppen.

Als je ze probeert te verbergen, worden ze misschien wel sterker.

Dat is een les die nog steeds waar is.

Iedereen heeft wel eens een slechte gedachte of een verlangen dat hij niet wil laten zien.

Het boek zegt niet dat je die gevoelens moet volgen, maar het zegt wel dat je ze moet erkennen.

Jezelf kennen is beter dan jezelf verbergen.

Het verhaal eindigt met de dood van Hyde en de verdwijning van Jekyll.

Utterson blijft achter met de brieven en met het geheim.

Hij zal het nooit aan iemand kunnen vertellen.

De stad Londen gaat door, maar voor Utterson is niets meer hetzelfde.

Dit boek is de moeite waard omdat het spannend is en omdat het je aan het denken zet over jezelf.

Het is kort, maar het blijft lang hangen.

Ik hoop dat je het net zo boeiend vond als ik.

Volgende keer bespreken we een ander beroemd boek over een geheimzinnige figuur: Dracula.

En als je mee wilt lezen, kun je op dutchfluency.com slash transcripts op elk woord tikken en de vertaling zien.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause