
Twintigduizend mijlen onder zee: een geheim onder water

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Stel je voor. Je bent op een schip in de 19e eeuw. Plotseling zie je iets groots en glisterens door het waterschieten.
Het is geen walfis, het is geen schip. Wat is het dan wel?
Dit is precies de vraag die zeelieden over de hele wereld bezig houdt in het jaar 1868.
Schepen verdwijnen, kapiteinsraken in paniek en iedereen heeft het over een zeemonster.
Vandaag duiken we in het beroemde boek 20.000 nijlen onder zee van Jules Verne, gesreven in 1870.
Het is een verhaal over wetenschap, vrijheid en de wonderen van de Oceaan.
En het begint allemaal met een geheimzinnig licht onder water.
Het is 1968 en de wereldboven water verandert snel.
Wetenschappers bouwen machines en mee te sterren, maar onder het water op een vlak ligt nog een groot donker gat.
Professor Pierre Aronaxe woont in Parijs en bestudeert het leven in de zee.
Hij is een echte wetenschapper, hij is nieuwsgierig en precies, hij wil altijd antwoorden vinden.
Zijn dienaar, Conseil, reist met hem mee. Conseil is rustig en trouw.
Hij kent alle namen van vissen en planten uit zijn hoofd.
Samen vormen ze een grappig team, de professor denkt na en Concee ordend en onthouden alles.
Op een dag krijgt Aronaxe een uitnodiging.
Een Amerikaanschip gaat op zoek naar een gevaarlijk zeemonster.
Het monster valt al maanden schepen aan.
Aronaxe twijfelt geen moment.
Dit is zijn kans om iets onbekendst te bestudeeren.
Hij pakt zijn spullen en zegt tegen Conseil dat hij meegaat.
Concee knikt en gaat mee.
Samen stappen ze aan boord van de Eberham Lincoln.
Het schip vaart de stille Oceaan op.
De bemanning is gespannen.
Iedereen tuurt naar de horizon.
Ze zoeken een glimp van het geheimzinnige wezen.
Aan boord ontmoet Aronaxe een andere man.
Ned Land is een Canadese harpo-nieer.
Hij is groot en sterk.
Hij houdt niet van stilzitten.
Zijn specialiteit is harpoenen goryen.
En hij is de beste van zijn tijd.
Ned is niet onder de indruk van wetenschap.
Hij vertrouwt liever op zijn handen en zijn instinkt.
Aronax stelt een vragen over het monster.
Ned haalt zijn schouders op.
Hij zegt dat hij het dier gewoon wil vangen.
Dan praten ze over de zee en over de lange reis.
Ned wil actie en geen teorie.
De dagen op zee zijn lang.
De mannen kijken door verre kijkers naar het water.
Af en toe ziet iemand een schaduw.
Dan is het weer niets.
Ned staat vaak bij de boeg met zijn harpoen in de hand.
Hij wacht op zijn moment.
Aronax schrijft alles op in zijn notitieboek.
Conseil noemt de namen van vissen die langszwemmen.
De bemanning wordt stiller.
Iedereen voelt dat er iets gaat gebeuren.
De zee blijft vlak en geheimzinnig.
Niemand weet waar het monster is.
Dan komt er een bericht van de uitkijk.
In de verte verschijnt een langwerpe glansend object.
Het schiet door het water.
Het beweegt sneller dan een walfis.
Het laat een spoor van licht achter.
Ned Land pakt zijn harpoen en gooit.
Het wapen ketst af op een harde huid.
Dan slaat het monster terug.
Met een enorme klapp wordt de Abraham Lincoln geraakt.
Aronax conzij en Ned vallen in het water.
Ze zwennen in het donker tussen de golven.
Ze denken dat ze verloren zijn.
De drie mannen voelen plotseling iets hards.
Het is een metale oppervlak.
Het is geen monster.
Het is een onderzeer.
Ze worden aan boord getrokken.
Binnen is het donker.
Dan verschijnen er mannen met maskers.
Ze worden in een kleine cell gezet.
Even later brengt een bemanningslit
hen naar een grote, mooi ingerichte kamer.
Daar staat een man op hen te wachten.
Hij heet Kapitijn Nemo.
Hij is niet groot, maar zijn ogen zijn fel.
Hij spreekt meerdere talen en draagt een zeemansuniform.
Nemo vertelt dat ze op de nautilus zijn.
Zijn eigen onderzeer.
Hij heeft de wereld boven water verlaten.
Hij wil daar niets meer mee te maken hebben.
Ze zwemmen in het donker, tussen de golven
en denken dat ze verloren zijn.
Het water is koud en hoog.
Aronnax voelt zijn krachten afnemen.
Conseil blijft naast hem zwemmen en houdt hem vast.
Ned slaat wild om zich heen en zoekt een uitweg.
Dan voelen ze iets hards.
Het is een metalen oppervlak.
Ze klemmen zich eraan vast.
Het is geen monster.
Het is een onderzeeër.
Even later gaat er een luik open en worden ze naar binnen getrokken.
De drie mannen worden aan boord gebracht.
Binnen is het donker.
Dan verschijnen er mannen met maskers.
Niemand zegt een woord.
Ze worden in een kleine cel gezet.
De deur gaat dicht en het blijft stil.
Aronnax kijkt rond en ziet alleen kale wanden.
Ned bonkt met zijn vuist op de deur.
Conseil zegt niets en wacht rustig af.
Even later brengt een bemanningslid
hen naar een grote, mooi ingerichte kamer.
Daar staat een man op hen te wachten.
Kapitein Nemo.
Nemo is niet groot, maar zijn ogen zijn fel en zijn houding is trots.
Hij spreekt meerdere talen en draagt een soort zeemansuniform.
Hij stelt zich voor en noemt zijn schip bij naam.
Nemo vertelt dat ze op de Nautilus zijn.
Zijn eigen onderzeeër.
Hij heeft de wereld boven water verlaten.
Hij wil daar niets meer mee te maken hebben.
Aronnax luistert aandachtig naar elke zin.
Ned kijkt wantrouwig naar de kapitein.
Conseil blijft stil en observeert.
De drie mannen begrijpen dat dit geen gewoon schip is.
Nemo zegt dat ze niet meer terug kunnen naar de bewoonde wereld.
Niemand mag weten dat de Nautilus bestaat.
Aronnax, Conseil en Ned zijn nu gevangenen, maar wel bijzondere gevangenen.
Nemo behandelt hen als gasten, maar hij laat hen niet gaan.
Aronnax is eerst boos. Dan wint zijn nieuwsgierigheid.
Hij wil alles weten over de Nautilus en de oceaan.
Ned Land is woedend en balt zijn vuisten.
Conseil blijft kalm en probeert iedereen te begrijpen.
De kapitein kijkt hen een voor een aan en wacht op hun reactie.
De drie mannen blijven aan boord van de Nautilus.
Ze krijgen een eigen ruimte en mogen rondkijken.
Toch staat er altijd een bemanningslid bij de deur.
Aronnax begint vragen te stellen over het schip.
Nemo beantwoordt ze kort maar duidelijk.
Ned loopt heen en weer en zoekt naar een uitweg.
Conseil schrijft namen van vissen in zijn hoofd.
De sfeer is rustig, maar gespannen.
Niemand weet hoe lang het duurt en niemand weet wat Nemo nog van plan is.
De reis begint.
De Nautilus zakt langzaam onder het wateroppervlak.
Aronnax staat bij het grote raam en houdt zijn adem in.
Eerst wordt het groen, dan diep blauw.
Kleurrijke vissen schieten voorbij.
Sommige met strepen, andere met glinsterende schubben.
Verderweg ziet hij koraalwouden die bewegen in het water.
Diepe kloven gaan omlaag tot waar geen licht meer komt.
Aronnax licht zijn handen.
Even tussen door bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Hij zegt zacht: dit heb ik nooit durven dromen.
Conseil schrijft namen op in zijn boekje.
Ned Land kijkt met samengeknepen ogen naar buiten.
De oceaan is geen lege ruimte meer, maar een levende wereld vol licht en beweging.
Nemo komt bij hen staan en legt uit hoe de Nautilus werkt.
Hij haalt elektriciteit uit de zee en gebruikt die voor licht, warmte en beweging.
Aronax luistert met open mond.
Hij stelt vraag na vraag en Nemo antwoordt geduldig.
De professor beseft dat hij naar een geniale uitvinder kijkt.
Nemo is niet alleen een zeeman, maar ook een man die de wetenschap beter begrijpt dan wie dan ook.
Aronax voelt bewondering en tegelijk een klein beetje angst.
Deze man is machtig en niemand kan hem tegenhouden.
Na dit gesprek kijkt Aronax met andere ogen naar het schip.
Hij wil alles leren over de nautelus en over de mandiem heeft gebouwd.
Op een dag neemt Nemo zijn gasten mee op een onderwaterwandeling.
Ze dragen zware pakken en lopen langzaam over de zeeboodem.
Het is stil en blauw en overal om hen heen zwemmen vissen.
Aronax voelt zijn eigen adem in de helm.
Dan ziet hij in de verte iets groot op reizen.
Het zijn muuren en zuilen, bedekt met Koral.
Het is Atlantis.
De legendarische stad die volgens oude verhalen in zee is verdwenen.
Aronax staat still en kijkt.
Hij voelt zich klein en tegelijk verwonderd.
Dit is waarom hij wetenschapper is geworden, om zilke momenten te beleven.
Nemo wenkt hen en ze lopen verder tussen de ruïnes.
Aronax raakt hem zelf aan en ziet kleine vissen wegschieten.
Hij probeert alles in zich op te nemen.
Conseil blijft dichtbij hem en wijst naar een gebroken trap.
Netland kijkt rond met een strak gezicht en zegt niks.
Na een tijd geeft Nemo een teken dat ze teruggaan.
Langzaam lopen ze naar de Nautilus.
Aronnax kijkt nog een keer om naar de verzonken stad.
Hij weet dat hij dit nooit zal vergeten.
Maar niet alles is mooi.
Op een dag wordt de Nautilus aangevallen door een groep enorme inktvissen.
Ze grijpen de onderzee er vast met hun lange armen.
Het schip schudt en kraakt.
De bemanning moet vechten om los te komen.
Nemo en zijn mannen gebruiken bijlen en harpoenen.
Ned Land gooit zijn harpoen met al zijn kracht.
Het water kleurt zwart van de inkt.
Een van de bemanningsleden wordt meegesleurd en verdwijnt in de dipte.
Aronax ziet het gebeuren en kan niks doen.
Nemo kijkt toe en zijn gezicht wordt hard.
Hij zegt geen woord en blijft staan tot de laatste arm is afgehaakt.
Dan geeft hij bevel om verder te varen.
De bemanning is stil en kijkt naar de plek waar hun kameraad verdween.
Aronax voelt een koude rilling.
Hij ziet voor het eerst hoe gevaarlijk de zekant zijn.
En hij ziet hoe ver Nemo wil gaan om zijn schip te beschermen.
Die avond blijft Aronax lang wakker.
Hij denkt aan het gezicht van Nemo en aan de man die niet meer terugkomt.
Op een nacht kan Aronax niet slapen.
Hij loopt door de gangen van de Nautilus en komt bij het groter raam.
Buiten is het water donker en still.
Dan ziet hij kapitijn Nemo staan.
Nemo kijkt naar iets buiten het raam.
Aronax kijkt ook en ziet een groot schip op de zeebodem liggen.
Het schip is gezonken en bedekt met zeewier.
Door de ramen ziet Aronnax dode zeelieden in het vrak.
Nemo staat roerloos en zegt niks.
Zijn gezicht is bleek en zijn handen zijn tot vuis te gebalt.
Aronax voelt dat hier iets zwaars gebeurt, maar hij durft niks te vragen.
Dan begint Nemo te praten.
Hij vertelt dat hij ooit een gewoon leven had.
Hij had een vrouw en kinderen en woonde in een huis aan de kust.
Maar op een dag kwamen er mensen die hij vertrouwde.
Die mensen vermoorden zijn familie.
Nemo wist toen niet meer waarom hij nog op de wereld moest blijven.
Sinds die dag haat hij de wereld boven water.
Hij heeft de Nautilus gebouwd om daar weg te zijn.
Met zijn schip valt hij schepen aan die hij als faiander ziet.
Aronnax hoort het aan en wordt stil.
Hij begrijpt de pein van Nemo, maar hij keurt de vraak niet goed.
Hij beseft dat hij niet op een onderzoek schip zit, maar op een wapen.
Netland heeft er genoeg van.
Hij loopt heen en weer in zijn kamer en slaat met zijn vuist op tafel.
Hij zegt dat hij niet langer wil blijven.
Hij wil frisse lucht, zon en een echt schip onder zijn voeten.
Aronax en Konsei zitten bij hem en luisteren.
Net ligt uit dat ze moeten wachten tot de Nautilus dicht bij de kust komt.
Dan kunnen ze met de reddingsboot weg.
Aronax twijfeld, want hij wil nog meer van de zee zien.
Conseil blijft kalm en zegt weinig.
Samen bespreken ze het plan tot laat in de nacht.
Ned haalt aan dat hij niet zonder hen wil gaan.
Op een dag vaart de Nautilus dicht bij de kust van Noorwegen.
Ned zegt dat dit hun kans is.
Ze gaan naar de reddingsboot en maken alles klaar.
Maar dan begint het schip te schudden.
Het water om hen heen draait rond en wordt een enorme draaikolk.
Dit is de Maelstrom.
De Nautilus wordt meegesleurd en kraakt aan alle kanten.
Aronnax roept naar Conseil en Ned, maar het lawaai is te groot.
Ze worden van elkaar gescheiden en uit de onderzeeër geslingerd.
Ze vallen in het koude water en zwemmen wanhopig naar de kust.
Daar trekken vissers en op het strand.
Aronnax komt terug naar Frankrijk.
Hij gaat aan zijn bureau zitten en schrijft alles op wat hij heeft meegemaakt.
Hij schrijft over de Nautilus, over de reis en over kapitein Nemo.
Hij weet niet of Nemo nog leeft.
Hij hoopt dat de kapitein ooit rust vindt.
De professor heeft de diepzee gezien zoals niemand voor hem.
Hij weet nu dat de oceaan mooi is, maar ook gevaarlijk.
En hij heeft geleerd dat vrijheid niet vanzelf komt.
Nemo zocht vrijheid door zich af te sluiten, maar vond geen vrede.
Aronnax legt zijn pen neer en kijkt naar buiten.
Twintigduizend mijlen onder zee is een boek over de kracht van wetenschap.
Aronnax laat zien dat nieuwsgierigheid je ver kan brengen,
maar ook dat kennis zonder wijsheid gevaarlijk is.
Nemo is een genie, maar zijn wraak maakt hem eenzaam.
Het boek vertelt ook over vrijheid.
Ned Land wil niets liever dan vrij zijn, en zijn verlangen is heel menselijk.
De zee is in dit verhaal geen achtergrond, maar een personage.
Mooi, geheimzinnig en soms wreed.
Jules Verne schreef een avontuur dat je laat nadenken over wat we doen met onze kennis en
met onze vrijheid.
Als je van spanning houdt en tegelijk iets wilt leren over de zee,
dan is dit boek iets voor jou.
Het neemt je mee naar een wereld die nog steeds tot de verbeelding spreekt.
En als je de tekst wilt meelezen terwijl je luistert,
ga dan naar Dutch Fluency.
Kom slash transcripts, waar je op woorden kunt klikken en vertalingen ziet.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause