

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
# Recap Reddit Dialogues in Dutch - A1: 2026-10-31-3d Hieronder volgen de afleveringen van de afgelopen 3 dagen.
Vat ze samen in één natuurlijke Nederlandse Deep Dive aflevering: geef per aflevering de kerngedachte, link de verhalen aan elkaar waar dat kan, en sluit af met wat luisteraars uit de afgelopen 3 dagen kunnen meenemen. ## Taalniveau Dit is een A1 aflevering.
Spreek heel rustig en in heel korte zinnen.
Gebruik alleen woorden die een A1-leerder kent.
Vermijd lange bijzinnen, beeldspraak en moeilijke werkwoordstijden.
Herhaal kernideeën in eenvoudige bewoordingen. ## Nieuws en boosheid RICK: Hé, ik lees een bericht.
EMMA: Wat voor bericht?
RICK: Over het nieuws en boosheid.
SOPHIE: Boosheid?
Dat is gek.
RICK: Ja, het nieuws maakt mensen boos.
EMMA: Ik kijk niet veel naar het nieuws.
SOPHIE: Ik kijk elke dag naar het nieuws.
RICK: En word jij boos?
SOPHIE: Nee, ik blijf kalm.
EMMA: Jij?
Kalm?
Echt niet!
SOPHIE: Jawel, ik ben heel kalm.
Ik kijk naar het nieuws en ik drink thee.
Dan blijf ik kalm.
EMMA: Thee?
Dat is saai.
SOPHIE: Nee, thee is lekker.
En het is rustig.
RICK: Nou, ik kijk liever naar een film.
EMMA: Ik ook!
Films zijn leuk.
SOPHIE: Maar het nieuws is belangrijk.
RICK: Ja, maar het is ook veel.
EMMA: Ik word moe van het nieuws.
Elke dag hetzelfde.
SOPHIE: Dat snap ik.
Het is veel.
Maar ik kijk toch.
RICK: Laten we koffie drinken.
EMMA: Goed idee!
Ik heb dorst.
SOPHIE: Ik ook.
Koffie is lekker.
Maar ik drink thee.
RICK: Ik ga koffie maken.
EMMA: Met melk en suiker?
RICK: Nee, zwart.
Dat is beter.
SOPHIE: Ik neem thee.
Ik drink geen koffie.
Koffie is vies.
EMMA: Thee is ook lekker.
Met honing?
SOPHIE: Ja, honing is lekker.
Ik heb honing.
RICK: Oké, ik maak koffie en thee.
SOPHIE: Dank je, Rick.
EMMA: Jij bent een goede gastheer.
RICK: Haha, ik doe mijn best.
SOPHIE: En het nieuws?
Laten we dat vergeten.
EMMA: Ja, even geen nieuws.
Geen boosheid.
RICK: Gewoon koffie en thee.
SOPHIE: En een koekje?
RICK: Ja, ik heb koekjes!
EMMA: Heerlijk!
Ik neem er twee.
SOPHIE: Ik ook.
Koekjes zijn fijn.
Ik neem er drie.
RICK: Drie?
Oké, jij bent slim.
EMMA: Sophie is altijd slim.
En lui.
SOPHIE: Haha, ja.
Ik ben slim en lui.
RICK: Oké, dan ga ik nu naar de keuken.
EMMA: Wacht, ik kom ook.
Ik help je.
SOPHIE: Ik blijf hier.
Ik ben lui.
Ik wacht op de thee.
RICK: Haha, lui zijn is ook fijn.
EMMA: Sophie, jij bent altijd lui.
SOPHIE: Nee, ik ben slim.
Ik wacht.
Wachten is slim.
RICK: Slim en lui.
Dat kan.
EMMA: Ik help Rick wel.
Samen zijn we snel.
RICK: Dank je, Emma.
Jij bent lief.
SOPHIE: Ik ben ook lief.
Ik wacht op de thee.
En op de koekjes.
EMMA: Haha, oké.
RICK: Tot zo!
Ik ben terug met koffie.
SOPHIE: En thee!
RICK: Ja, thee ook.
EMMA: En koekjes!
RICK: Natuurlijk, koekjes ook.
Met chocola?
EMMA: Ja, chocola is lekker!
SOPHIE: Chocola?
Heerlijk!
Ik ben benieuwd.
RICK: Ik ben terug in een minuut.
EMMA: We wachten.
Ik wacht met Sophie.
SOPHIE: Ja, we wachten.
En we praten niet over het nieuws.
EMMA: Nee, geen nieuws.
Alleen koffie, thee en koekjes.
RICK: Tot zo!
EMMA: Tot zo!
SOPHIE: Tot zo!
RICK: Hé Emma, weet je nog dat we vorige week naar het nieuws keken?
EMMA: Ja, dat was saai.
En ik werd boos.
SOPHIE: Zie je?
Het nieuws maakt mensen boos.
RICK: Maar jij blijft kalm, Sophie.
SOPHIE: Ja, ik drink thee en ik eet een koekje.
Dan ben ik kalm.
EMMA: Ik eet ook een koekje.
Maar ik word nog steeds boos.
SOPHIE: Dat is niet goed.
Probeer thee.
Thee is rustig.
RICK: Ik drink koffie.
Koffie is ook rustig.
EMMA: Nee, koffie is niet rustig.
Koffie is druk.
SOPHIE: Haha, koffie is druk.
Thee is rustig.
Ik heb gelijk.
RICK: Oké, oké.
Jij hebt gelijk.
Maar ik hou van koffie.
EMMA: Ik hou van koekjes.
Koekjes zijn het beste.
SOPHIE: Koekjes zijn lekker.
Maar niet te veel.
Drie is genoeg.
RICK: Drie?
Jij zei net drie.
Dat is veel.
SOPHIE: Nee, drie is niet veel.
Drie is slim.
EMMA: Haha, Sophie is slim en lui.
SOPHIE: Ja, en ik ben lief.
Vergeet dat niet.
RICK: We vergeten het niet.
Jij bent lief.
EMMA: Oké, ik ga nu helpen.
Kom, Rick.
RICK: Ja, ik kom.
Tot zo, Sophie.
SOPHIE: Tot zo.
Ik wacht.
En ik ben kalm.
EMMA: Met thee en koekjes?
SOPHIE: Ja, met thee en koekjes.
En geen nieuws.
RICK: Tot de volgende.
Ga naar dutchfluency.com.
Daar vind je meer.
Veel plezier met Dutch Fluency. RICK: Hoi Sophie.
Hoi Daan.
SOPHIE: Hoi Rick.
Ik drink koffie.
DAAN: Ik drink bier.
Het is vrijdag.
RICK: Ja.
Ik kijk op mijn telefoon.
SOPHIE: Wat zie je?
RICK: Een man.
Hij is op het nieuws.
DAAN: O, die man.
Hij praat hard.
SOPHIE: Hij praat veel.
Ik hoor hem niet goed.
RICK: Hij zegt: wij worden omvolkt.
DAAN: Wat?
Dat woord ken ik niet.
SOPHIE: Ik ook niet.
Het is een raar woord.
RICK: Ja.
Ik snap het niet.
DAAN: Hij is boos.
Dat zie ik.
SOPHIE: Hij wijst met zijn hand.
RICK: Ja.
Hij zwaait met zijn arm.
DAAN: Hij drinkt water.
Kijk maar.
SOPHIE: Hij heeft een blauwe jas.
RICK: Nee.
Hij heeft een grijze jas.
DAAN: Jij kijkt goed, Rick.
RICK: Ik kijk naar de jas.
Niet naar de man.
SOPHIE: De man praat over mensen.
DAAN: Welke mensen?
RICK: Dat zegt hij niet.
Hij zegt: wij en zij.
SOPHIE: Wij en zij?
Dat is vaag.
DAAN: Ja.
Ik zie geen mensen.
Alleen een man.
RICK: Hij staat op een plein.
Er is veel wind.
SOPHIE: Hij heeft geen hoed.
Zijn haar is nat.
DAAN: Het regent daar.
Kijk maar.
RICK: Ja.
De mensen hebben een jas aan.
SOPHIE: De mensen lopen weg.
Ze gaan naar huis.
DAAN: Hij praat alleen.
Dat is zielig.
RICK: Ja.
Hij is alleen met zijn telefoon.
SOPHIE: Nee.
Hij heeft een microfoon.
DAAN: O ja.
Een grote microfoon.
RICK: Hij praat in de microfoon.
SOPHIE: Ik drink mijn koffie.
De koffie is warm.
DAAN: Mijn bier is koud.
Dat is goed.
RICK: Ik eet een nootje.
Wil jij er een?
SOPHIE: Ja, lekker.
Dank je.
DAAN: Ik wil ook een nootje.
RICK: Hier.
Pak maar.
SOPHIE: De man praat nog.
Hij is moe.
DAAN: Ja.
Hij knippert met zijn ogen.
RICK: Hij heeft dorst.
Hij drinkt veel water.
SOPHIE: Ik heb ook dorst.
Ik drink koffie.
DAAN: Ik drink bier.
Dat is beter.
RICK: Nee.
Water is goed.
Bier is ook goed.
SOPHIE: De man is klaar.
Hij loopt weg.
DAAN: Mooi.
Ik kijk naar mijn bier.
RICK: Ik kijk naar de tafel.
De tafel is vies.
SOPHIE: Ja.
Er is een vlek.
Dat is bier.
DAAN: Oeps.
Dat is mijn bier.
RICK: Ha.
Jij maakt een vlek.
SOPHIE: Geen probleem.
De tafel is oud.
DAAN: Ik haal een doekje.
RICK: Nee.
Blijf zitten.
Het is vrijdag.
SOPHIE: Ja.
Het is vrijdag.
Proost!
DAAN: Proost!
Op de man met de microfoon.
RICK: Nee.
Op ons.
Op de kroeg.
SOPHIE: Ja.
Op de kroeg.
En op de koffie.
DAAN: En op het bier.
Ik betaal.
RICK: Nee.
Ik betaal.
Jij bent mijn vriend.
SOPHIE: Jullie zijn lief.
Ik lach.
DAAN: Rick is een goede man.
Hij betaalt.
RICK: Ik ben een man met een portemonnee.
SOPHIE: Ha.
En met een nootje.
DAAN: En met een telefoon.
De telefoon is zwart.
RICK: Ja.
Mijn telefoon is zwart.
En jouw telefoon?
DAAN: Mijn telefoon is wit.
Kijk maar.
SOPHIE: Mijn telefoon is rood.
Dat is mooi.
RICK: Ja.
Rood is mooi.
De man is weg.
SOPHIE: Goed zo.
Ik wil geen man.
Ik wil koffie.
DAAN: Ik wil bier.
En ik wil slapen.
RICK: Ik wil ook slapen.
Maar eerst betalen.
SOPHIE: Tot de volgende.
Ik ga naar huis.
DAAN: Tot de volgende.
Ik ga ook.
RICK: Tot de volgende.
Open de speler op dutchfluency.com.
Tik op een woord.
Veel plezier met Dutch Fluency.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause