Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Verdieping: 19 t/m 21 oktober

Je staat in de keuken, je hebt mensen uitgenodigd voor een etenje,

je hebt echt alles perfect geplend in zo'n app op je telefoon.

En dan wijgert dat kleine schermtje ineens dienst.

Ja, dat is supermaakt app-crest en de bezorger is nergens te bekennen.

Precies.

En plosteling sta je daar dus, staren naar een lege koekast.

En besef je ineens iets heel gek.

Dat je eigenlijk nergens bent?

Ja, zonder die digitale, onzichtbare draad ben ik eigenlijk voorkomenhulpeloos.

Ik ben ineens een staad om gewoon mijn eigen avond eten te regelen.

Welkom bij deze nieuwe uitgebreide analyse.

Vinden we dat we er weer in kunnen duiken?

Zeker weten.

Vandaag spitten we, speciaal voor jou als luisteraar, die flinterdenne grens uit tussen onze

eluysie van totale controle en onze werkelijke vaak verborgen kwetsbaarheid.

We leunen in ons moderne leven namelijk zo zwaar op complexe systemen.

Zoals algoritmes, stroomnetwerken, stromnetwerken.

Medische protocollen ook?

Oh ja, absoluut.

En we weten nauwelijks meer wat we moeten doen als de stecker er figuurlijk of zelfs

letelijk uit wordt getrokken.

Dus dan gaan we vandaag goed naar kijken.

En de bronnen die we daarvoor gebruiken, die zijn eigenlijk verrassend onortodoks.

We hebben vandaag geen zware akademische rapporten voor ons liggen.

Gelukkig niet, nee.

Nee, precies.

We kijken naar vier alle dagse, ogescheinelijk hele simpelen verhalen uit Nederland.

Ze zijn zelfs geschreven op een heel toegankelijk beeen, taal niveau.

Maar laat je daar door echt niet mensleider?

Nee, zeker niet.

We gaan deze verhalen behandelen als een soort moderne parabels.

Ze bevatten namelijk de perfecte blauw drukken om bloot te leggen hoe wij als mensen

reageren op systeemvalen, van een haperend lichaam tot een valende app.

Ja, en zelfs van kleine ongemakket tot levensgevaarlijke fysieken en digitale branden.

Precies, maar voordat we die diep te ingaan wil ik voor de transferantie wel even einding heel

helder maken, richting jou als luisteraar.

Ja, dat is wel even belangrijk om te benoemen.

In een van de bronnen die we straks bespreken, en je die draait om digitale veiligheid,

vormt een groot schalige e-mail hack bij de Duitser-Politieke Partij AFD, de aanleiding.

En specifiek rondom politica Alice Weidel.

Klopt, en wij gebruiken dit pur en alleen als de feitelijke vong die in dat verhaal het gesprek

over digitale kwetsbaarheid aanzet.

Ja, we nemen hier een nadrukkelijk geen enkelpolitiek standpunt in, nog links nog rechts.

We kijken pur naar de feiten uit de bron.

We kijken zeker naar het fenomeen hoe mensen daar in hun dagelijks leven op regeren.

Helder, nou goed, laten we dan beginnen bij de meest basale vorm van een valend systeem,

ons eigen biologische netwerk.

Laten we de kaasers van Eva in enstgededen bij pakken.

Ja, prachtig verhaal is dat.

Ja, ze heeft een uitje gepland naar de grotsfabriek met haar vriendin Kim.

En er zit echt zo'n schitterend fiesueel detail in de tekst.

Kim draagt speciaal voor die toer een groene jas.

Echt exact in de kleur van het grotsloog.

Ja, dat is zo'n geweldig detail.

Heel leuk.

En ze lopen daar dus door die fabriek omringt door dat perfect afgestelde ritmische

gezoom van die industriele machines.

Alles is onder controle.

Tot dat het mis gaat.

Precies.

Uit het niet crashed Eva's eigen interne systeem.

Zonder duidelijke reden akutsiek, ze zakt gewoon in elkaar en beland in het ziekenhuis.

En dan zit daar broer Bramna's haar bed met, en dit herken je vast van die typische slapen ziekenhuis

Oh ja, die vooral naar warm waters maakt.

Exact.

Maar goed.

Wat zien we hier eigenlijk gebeuren?

Dit is eigenlijk een klassiek voorbeeld van een single point of failure, zeg maar.

Maar dan in de menselijke biologie.

Eva functioneert prima tot dat een onzichtbare vaktor haar hele functionaliteit platlecht.

Ja, bij zo'n hoestnade gaat.

En ze op land direct in een hiper gecontroleerd medische steem.

Het ziekenhuis onderzoekt haar, ze fixet akuten probleem en sturen haar na huis.

Opgelost zou je zeggen.

Ja, maar dit is dus cruciaal dat menische systeem repareren niet de psychologische schok.

Ze is op dat moment nog steeds helemaal uitbelands.

De echte stabilisatie die komt niet van een protocol of van een arts.

Nee, die stabilisatie wacht letterlijk op haar bij de voordeur.

Zodra ze thuis kon, en ze die geur van nat gras ruikt, het regende blijkbaar, staat daar buurvrouw

vaatimen.

Met de pan soep toch?

Ja, en dampende pan verse soep, tomaat en knoflook.

En dat escalert dan op een hele leuke manier in een plan om zaterdag met de hele straat

die soep buiten op te eten.

Dat mooi.

Het medische vangnet laat haar los, en direct neemt het sociale, hiper lokale vangnet het over.

Maar oké, laten we dit even uitpakken.

Ik vind het eerlijk gezegd ook een zwaktebod.

Hoe zo een zwaktebod?

Nou ja, is het niet gewoon vreselijk arbitraar dat je herstel afhangt van de toevallige aanwezigheid

van een atente buurvrouw.

Ik bedoel, als vaatimatoevallige op vakantie is in Spanje zit even daar in haar eentje op

de bank.

Ja, maar dan benader je het vanuit een puur utiliterperspectief.

Als of een buurvrouw een soort reserve onderdeel is dat we in de schuur op vooraat moeten

hebben.

Ja, oké, zo klinkt het wel.

Maar wat hier van signeren het is, is dat het dieper gaat, dat sociale systeem die buurtgemeenschap

is helemaal niet ontworpen om zo'n efficiënten zijn als een machine in die biefabriek.

Het is een gedecentraliseerd organisch netwerk.

Dus het is niet erg dat het onverspelbaar is.

Precies.

Als voorzieningen en instituties tekortschieten, schakelt onze evolutionaire drang tot gemeenschap in

woon in.

Het voeden van een verzwakt stam lid is letterlijk een van de oudste overlevingsmechanismen

met die we hebben.

Oh wow, zo had ik er nog niet naar gekeken, een standlit voede.

En dat oerinstinct wordt in de tweede casus op een bijna komische manier naar het heden getrokken.

We springen namelijk letterlijk van de ene vaatimaar naar de andere.

Oh ja, dat we halen in utrecht.

Pieter staat op een zaterdag oogtend in de keuken.

Buiten regent het, hij heeft een etenstje geplant met z'n zus, die overigens toevallig

ook evenheid en z'n buren.

En hij heeft alles strak georganiseerd.

Boodschappen besteld via de Albert Heijn.

En we weten wat er dan gebeurt.

Ja, bam.

Dat digitale fundament valt weg.

Storing, app crasht, bestelling vertraagt.

En Pieter staat gefrustreerd in een koekast waar, even kijken, alleen drie wortels twee

eieren wat boter en een bijna lege vleesmelk liggen.

Hij is zelfs boos op de melk.

Hij is gewoon boos op de hele situatie.

Terwijl hij in die valende app nog precies kan zien wat hij zou moeten hebben.

Tomaten, brood, kaas, komkommer.

Tot een contrast is dat eigenlijk, hè?

enorm.

Het algoritme presenteert hem een virtuele overvloed, maar de fysieke realiteit is puren schaarste.

We zien hier de kwetsbaarheid van het oudsorse van ons logisch dikedenkwerk.

We besteden onze voedselvoorziening gewoon uit aan de server.

Zodat hij server plat ligt, ontstaat er kortsluiting in zijn hoofd.

Hij weet letterlijk niet meer hoe hij om in jouw woorden te spreken, zijn stam lid even aan moet voeden.

Exact.

En zijn reactie is inwezig precies hetzelfde als we bij de eerste eeuw aan zagen.

Ja, hij grijpt ook terug naar de gemeenschap, want wie staat er voor de deur, zijn eigen buurvrouw

weer Fatima?

Dit keer in een gele regias.

Zij had haar voorraad, dus wel op orde.

Zeker.

Ze heeft als aardoppel zijn een flinke zok uit, ze besluiten samen, fysieke, door die regen er

buiten te gaan letterlijk, samen, jagen en verzamelen in de wijk.

Geweldig.

Maar even over die inefficiatie waar ik net over had, ik haak er net even af bij dat woord, want

kijk nou dat verhal van Eva.

Broerbrand trekt in de keuken tot drie keer toe de verkeerde laden open, als hij lepel zoekt

voor de soep.

En Pieter snijdt uien met vaatima, z'n oogetraane en haar roept direct, ik hel niet om de vertrachten

bestelling hoor.

Oh ja, typisch.

En in de winkel gauw thuis zomaar een pakstrop wavels in de man, gewoon omdat ze een

koffie anders zo alleen is.

Is dat niet hopeloos inefficiënt, waar gelijk met een app die met één klik alles voor

je regelt, maakt die afhankelijkheid van apps ons niet gewoon heel hopeloos?

Nou weet je wat het is.

Die zogenaamde inefficiatie is juist de kern van onze veerkracht, technologische systeem,

zoals zo'n supermarkt app, die zijn binaire, ze werken 100 procent of ze vallen totaal.

Een server ligt plat of er draait.

Ja, dus geen weg meer.

Nee, precies.

Menselijke netwerken daarin tegen zijn heel erg rommelig.

Bram die de verkeerde laden opentrekt, Pieter die jankt van de uien en grappjes maakt

Ik drink eenzaam mijn koffie, dat is geen inefficiëntie, dat is adaptief gedrag.

Oh, dus die humor heeft een functie?

Absoluut, het verlaagt stress en het versterkt sociale cohesie.

Een app zou Pieter na een storing nooit een straatwandeling adviseren om op te vrolijken.

Dat algoritme mist gewoon empathie.

Het menselijke vangnet werkt juist omdat het zo rommelig en zintuiglijk is.

Right.

Een app heeft geen empathie, het kent alleen regels, dat is echt een goede invalshoek.

Maar kijk, een haperende app of een zieke buurvrouw is een prima rector.

Dat zijn uiteindelijk verstoringen die je oplost met wat creativiteit en hulp van de buren.

Zo gaat het ongemak.

Het valt mij.

Ja.

Maar hier wordt het echt interessant.

Ik wil nu met jou, luisteraar, de stap maken naar een casus waarin het falen van een

systeem direct leidt tot levensgevaar.

Ja, dat wordt het een heel ander verhaal.

We stappen vanuit die veilige gezellige keukens over naar een donderdagavond in een oude flat in

Hengelo.

Het regent.

De straat is alleen zwak verlicht door gele lantaarnpalen.

Peter, een bewoner van de bovenste verdieping, zit rustig op de bank TV te kijken.

God, pure routine, hij is helemaal ontspannen.

Grappig.

Tot een vreemde geur zijn woonkamer binnen sluipt.

Eerst bagatelliseert hij het nog, denk ik, een sigaretje van de buren, maar die geur wordt

sterker.

Het wordt echt scherp, prikkelt in zijn neus.

En dan gaat hij toch even kijken.

Hij stapt de gang op.

En daar ziet hij een dikke, grijze sluier van rook onder de deur van zijn buurvrouw.

Met trillende handen belt hij direct 1-1-2, binnen een mum van tijd kleurt die hele straat blauw

van de zwaailichten.

Paniek natuurlijk.

Het complete huis, mensen staan gedesoriënteerd, sommigen gewoon nog in hun pyjama en die koude

regen buiten.

Maar dan, en dit is de crux, speelt zich bovenop het dak een drama af.

Oh ja, mevrouw de vries.

Mevrouw de vries, een ouder bewonster van de derde verdieping.

Zij is in blinde paniek geraakt.

En in plaats van naar beneden te vluchten, naar buiten, is ze de trap opgestormd, het dak

op.

Bizar eigenlijk.

Ja.

De brandweer moet er met een enorme ladder aan te pas komen om haar helemaal huilend en ontredderd

naar beneden te halen.

En de aanleiding voor dit hele drama, de buurma was simpelweg een pand op het vuur vergeten,

een kleine handeling.

Ja, als we dit even in een breed perspectief plaatsen, het laat zo pijnlijk helder zien hoe

kwetsbaar gedeelde ecosystemen zijn waarin we leven.

En je noemt net dat domino effect bij die app, dit is de fysieke variant.

Die vergeten pan is de dominosteen die die hele flat kan omgooien.

Ja, een flatgebouw is een systeem waarbij jouw veiligheid direct afhangt van de ander.

Ja, en dan stel ik jou als luisteraar echt te vragen, zijn we eigenlijk wel voorbereid op dit

soort moment of vertrouwen we gewoon blind op de brandweer.

Want wat mij zo bezighoudt, dat gedrag van mevrouw De Vries, waarom rent een volwassen

vrouw in een brandend gebouw naar het dak.

We weten toch rationeel gezien allemaal dat hitte en giftige rook opstijgen.

Normaal gesproken wel, ja.

Naar boven vluchten in zo'n afgesloten flat is eigenlijk een doodlopende weg, waarom negeert

ze elke vorm van logica.

Omdat logica, zeg maar, een functie is van je prefrontale cortex.

Dus het meest ontwikkeld de deel van ons brein dat verantwoordelijk is voor analyse en planning.

Maar in een moment van acute, existentiële dreiging, dus die rook in dat vuur, schakelt het

brein die prefrontale cortex letterlijk uit.

Om energie te besparen of zo?

Ja, voor onmiddellijke actie.

Het reptielenbrein, de amygdala, neemt de controle 100 procent over.

En dat oude deel van het brein doet geen abstracte analyse, zo van luchtje of waar er ook

net toe gaat.

Het werkt met hele simpele regels, zoals vluchten.

Precies, een van die regels is, de dreiging komt van beneden dus veiligheid ligt boven.

Het is wel fysiek afstand creëren tot de vuurbron.

Het is onlogisch, maar evolutionair gezien is het een ouderverklaarbare paniekreactie.

Wow, ze is dus op dat moment compleet overgeleverd aan de brandweer.

Ja, ze verliest elke controle.

Dat verklaart haar paniek, maar er zit nog een tweede reactie in dit verhaal, die van Peter,

de man die 1-1-2 belde.

Hij slaapt die nacht noodgedwongen bij z'n zus.

De geur van de rook trekt nog de volgende ochtend uit zijn kleren.

Ja, zoiets blijft echt hangen.

Ja, letterlijk en figuurlijk.

Maar zodra hij wakker wordt, gaat hij naar de bouwmarkt en hij koopt een brandblusser.

Is dat niet gewoon een klassiek geval van toeval of zit daar meer achter?

Oh, daar zit psychologisch gezien, enorm veel achter.

Het kopen van die brandblusser is een manier om de interne locus of control te herstellen.

Wat betekent dat precies, locus of control?

Nou, trauma en paniek ontstaan heel vaak door een gevoel van totale machteloosheid.

Peter voelde zich machteloos toen die ook onder de deur door kwam.

Door nu zelf een blusser te kopen, transformeert hij zichzelf van een passief slachtoffer

naar iemand met regie.

Hij wacht niet meer op de bluswagen of de brandweer.

Exact, hij erkent een kwetsbaarheid, maar hij pakt actief de controle terug.

Hij heeft nu zelf een eerste verdedigingslinie gebouwd.

En het bouwen van die verdedigingslinie is echt de perfecte brug naar ons laatste verhaal.

Want net zoals Peter fysiek een felrode brandblusser koopt om gevaar te weren,

moeten we onszelf tegenwoordig ook wapenen tegen onzichtbaar gevaar.

Digitale brandjes, zeg maar.

Ja, we gaan naar een bibliotheek in Delft.

Regenachtige avond, er is een cursus digitale vaardigheid aangegaan.

Aan een tafeltje zit een vrouw, met een schriftje, twee potloden en een kleine felrode laptop.

Kijk, en dit is het moment waarop dat macro-evenement, die grote politieke hack, opeens relevant wordt voor het dagelijks leven.

Ja, de aanleiding voor de les is dus een nieuwsbericht dat de cursisten op hun telefoon krijgen.

Die massale e-maildiefstal bij de AFD waarbij 400.000 e-mails buit zijn gemaakt.

Een onvoorstelbaar aantal.

Ja, enorm zegt dat direct.

Ze leest dat astronomische getal voor en slaat direct de brug naar haar eigen leven.

Ze zegt vol verbazing dat zij meer berichten dan hij in zijn hele leven zelf schrijft.

Mooie vergelijking.

Zeker.

Ze trekt zo'n abstract geopolitiek incident helemaal naar het microniveau.

Een e-mail is gewoon een brief in een digitale envelop.

Als zij dus mailt over haar werk of de kinderen, dan hoort dat niet op straat te liggen.

En dat is dus een heel fundamenteel inzicht.

De beveiliging kampt namelijk met een gigantisch perceptieprobleem.

Een evolutionaire mismatch eigenlijk.

Wacht een mismatch? Hoe zie je dat?

Denk even terug aan mevrouw de vries in Hengelo.

Ons brein is geëvolueerd op de savanne.

We zijn extreem gevoelig voor zichtbare, fysieke gevaren.

We zien vlammen, ruiken rook of horen een wild dier.

En bam, Adrenaline.

We komen direct in actie.

Precies.

Maar we hebben evolutionair gezien helemaal geen instinct voor een hacker in een andere tijdzone,

die geruisloos in een database inbreekt.

Een zwak wachtwoord verspreidt geen scherpe brandlucht.

Nee, we ruiken niks.

En omdat we het via onze zintuigen niet waarnemen, negeert ons brein het.

We vinden beveiliging vaak saai of irritant.

We vullen liever gewoon wachtwoord 1, 2, 3 in, omdat de dreiging onwerkelijk is.

Terwijl de impact echt gigantisch kan zijn.

Ja.

En Noordoor breekt dat.

Ze visualiseert die data als fysieke brieven van haar zus.

Ja.

En dan komt haar broer zonder binnenlopen.

Met zeiknatte haren, grappend dat de wind hem een gratis knipper gegeven.

Hij helpt mee met de les en hij deelt van die gebroken, kruimelige koekjes uit zijn fietsstas uit.

Prachtig sfeerbeeld.

Ja, toch.

Maar goed.

Hij begint Noordoor direct te plagen.

Hij ziet haar tas, met een gigantische print van een kattenkop.

En zegt, laat maar raden, je nieuwe wachtwoord is de naam van je kat.

En wat doet Noordoor?

Ze weigert mee te gaan in die lolligheid.

Ze draait het scherm van haar rode laptop echt heel bewust weg, schermt het af voor haar broer.

En kiest in opperste concentratie een heel complex wachtwoord.

En dan, hoewel haar mobiel diep weggestopt zit en ze hem helemaal moet opgraven,

stelt ze ook tweestapsverificatie in.

En die specifieke actie, die tweestapsverificatie, is exact hetzelfde als wat Peter in Hengelo deed met die brandblusser.

Dan moet je echt even uitleggen.

Een wachtwoord en een brandblusser, dat voelt als appels en peren.

Oké, kijk, een standaard wachtwoord.

Dus iets wat je weet is eigenlijk alleen de voordeur dichttrekken.

Iedereen die je nagemaakt hebt of de sleutel heeft, kan nog binnenlopen.

Klinkt logisch.

Maar tweestapsverificatie voegt daar een fysieke dimensie aan toe.

Iets wat je hebt, zoals de telefoon in die jaszak van Noor.

Een account beveiligen zonder tweestapsverificatie is eigenlijk hetzelfde als de voordeur van die flat in Hengelo

wagenwijd open laten staan op de gang, terwijl die pan volop op het vuur staat te branden.

Wow, dat is een goede analogie.

En Noor snapt dat dus ook, want ze schrijft heel stellig op.

Geef je wachtwoord nooit aan anderen, ook niet als iemand nog een gaatje probeert te maken.

Zelfs niet voor een heel groot stuk appeltaart, en Noor is bloedserieus.

Een klein stuk helpt dus ook niet.

Ze trekt echt een grens.

Ze erkent haar kwetsbaarheid.

Ze is de regie over haar onzichtbare digitale veiligheid net zo hard aan het terugpakken als Bram over zijn fysieke veiligheid.

Ze weigert een passief slachtoffer te zijn, ze bouwt haar eigen muur.

Ja, dus als we dit allemaal samenvatten, wat betekent dit dan voor jou als luisteraar?

Of het nou gaat om fysieke ziekte en een brouwerij, die technologische hapering van de AH-app,

die brand in de pan of een digitale lek?

Al die systemen zijn poreus.

Precies.

Ze kunnen breken.

Precies.

De oplossing in al deze verhalen ligt niet in het blind vertrouwen op de techniek of de instanties.

Het ligt in gezond verstand, preventieve acties, zoals die brandblusser of dat wachtwoord,

maar bovenal in de warmte van de mensen om ons heen.

Die soep van Fatima, de gebakken koekjes van Sandra.

Ja.

En dat brengt me bij een gedachte die ik jou luisteraar nog wil meegeven, iets om even over na te denken vandaag.

Vertel.

Stel dat straks jouw belangrijkste systemen uitvalt.

Ja, inderdaad, precies.

Of je lichaam dwingt je tot stilstand.

Heb jij dan een spreekwoordelijke buurvrouw Fatima in de buurt met een zak uien?

Maar misschien nog veel belangrijker in deze onvoorspelbare wereld.

Ben jij zelf bereid om die Fatima te zijn?

Of die brandweerman die de ladder vasthoudt voor een onbekende?

Dat is een gedachte waar we nog even op mogen kauwen.

Heel erg bedankt dat je de tijd hebt genomen om dit samen met ons helemaal uit te pluizen.

We hopen dat je vanaf nu net even anders naar je eigen systemen en naar je buren kijkt.

Dat hoop ik ook.

Voor nu een hele veilige en vooral verbonden dag toegewenst.

En doe jezelf een plezier, check af en toe even of je de pan niet op het vuur hebt laten staan.

Tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause