

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Stel je voor: je slaapt in een klein kamertje onder de trap.
Je hebt geen eigen kamer.
Je hebt geen vrienden.
Je familie behandelt je alsof je lucht bent.
En dan, op je elfde verjaardag, klopt er iemand op de deur.
Iemand heel groot, met een lange baard en een vriendelijke glimlach.
En hij zegt: jij bent een tovenaar.
Wat zou jij doen?
Vandaag vertel ik je het verhaal van Harry Potter en de Steen der Wijzen, geschreven door de Britse schrijfster J.K.
Rowling.
Het boek verscheen in negentienhonderdzevenennegentig en werd een van de meest gelezen boeken ter wereld.
Miljoenen mensen, jong en oud, lazen het in één adem uit.
En als je straks weet waarom, dan begrijp je ook waarom dit boek zo bijzonder is.
Ik ben Rick van Dutch Fluency, en dit is Boekisodes.
Welkom.
Laten we beginnen met de wereld van dit verhaal, en met de mensen die erin leven.
Harry Potter is een jongen van elf jaar.
Hij woont in een dorp in Engeland, bij zijn oom en tante: oom Dirk en tante Petunia.
Ze hebben ook een eigen zoon, Dirk junior, die dik en verwend is en altijd zijn zin krijgt.
Harry krijgt nooit zijn zin.
Hij slaapt onder de trap, hij draagt oude kleren van zijn neef, en niemand vertelt hem iets over zijn ouders.
Ze zijn dood, zeggen zijn oom en tante.
Ze zijn omgekomen bij een auto-ongeluk.
Punt.
Maar dat is niet waar.
Harry's ouders, Jakobus en Lily Potter, waren tovenaars.
Ze zijn gestorven omdat een heel gevaarlijke tovenaar hen aanviel.
Die tovenaar heet Voldemort.
Iedereen in de tovenwereld is bang voor hem.
Ze noemen hem liever niet bij zijn naam.
Ze zeggen: Hij-wiens-naam-niet-genoemd-mag-worden.
Voldemort probeerde ook de kleine Harry te doden, maar dat lukte niet.
De spreuk kaatste terug.
Voldemort verdween.
En Harry bleef over, met alleen een bliksemschichtvormig litteken op zijn voorhoofd.
Daarna brachten vrienden van zijn ouders hem naar zijn oom en tante.
Die wisten niets van magie en wilden ook niets weten.
Ze verstopten Harry en zijn verhaal zo goed mogelijk.
Maar je kunt magie niet voor altijd verstoppen.
Naast Harry zijn er twee andere hoofdpersonen die je heel goed moet kennen.
De eerste is Hermelien Griffel.
Ze is slim, soms een beetje te slim, en ze weet altijd het antwoord.
Ze leest veel boeken en houdt van regels.
In het begin is ze niet zo populair bij de andere kinderen, maar later wordt ze een van Harry's beste vrienden.
De tweede is Ron Wemel.
Ron komt uit een grote familie van tovenaars.
Ze hebben niet veel geld, maar wel veel liefde en humor.
Ron is grappig, loyaal en soms een beetje bang.
Hij en Harry worden al snel goede vrienden, want ze lijken op elkaar: allebei voelen ze zich soms onzeker, allebei willen ze bewijzen dat ze iets waard zijn.
En dan is er nog Hagrid.
Hagrid is een reus, bijna twee keer zo groot als een gewone man.
Hij heeft een grote baard en grote handen, en hij houdt van gevaarlijke dieren.
Maar zijn hart is zo zacht als boter.
Hij is de eerste die Harry de waarheid vertelt over wie hij is.
Nu weet je wie de belangrijkste mensen zijn.
Laten we het verhaal vertellen.
Het begint op een gewone ochtend bij de familie Duffeling, zo heten Harry's oom en tante in het Nederlands.
Harry is bijna elf jaar.
Er komt een brief voor hem in de bus.
Zijn oom pakt hem weg.
Er komen meer brieven.
Zijn oom gooit ze allemaal weg.
Uiteindelijk komen er zo veel brieven dat ze door de brievenbus vliegen, door de ramen komen, overal zijn.
Oom Dirk wordt gek van de brieven en neemt het hele gezin mee naar een verlaten hut op een rots in zee.
Maar dan, midden in de nacht, klinkt er een harde klop op de deur.
De deur valt open.
En daar staat Hagrid.
"Jij bent een tovenaar, Harry," zegt Hagrid.
En hij geeft Harry de brief die hij nooit heeft mogen lezen.
Het is een uitnodiging voor de Zweinstein Hogeschool voor Hekserij en Toverkunst.
Dat is de school waar Harry's ouders ook naartoe gingen.
Dat is de school waar Harry thuishoort.
Harry gelooft het eerst niet.
Maar Hagrid legt alles uit.
Over zijn ouders.
Over Voldemort.
Over het litteken.
En langzaam begint Harry te begrijpen: zijn leven was een leugen.
Zijn echte leven begint nu pas.
Hagrid neemt Harry mee naar Londen.
Ze gaan naar een geheime winkelstraat die alleen tovenaars kunnen vinden: de Wegisweg.
Daar koopt Harry alles wat hij nodig heeft voor school.
Een toverstaf.
Boeken.
Een uil die hij Hedwig noemt.
En hij haalt geld op uit een geheime bank, want zijn ouders hebben geld voor hem achtergelaten.
Op de Wegisweg ontmoet Harry ook voor het eerst een jongen die Draco Malfidus heet.
Draco is arrogant en onaangenaam.
Hij praat neerbuigend over mensen die geen tovenaarsfamilie hebben.
Harry mag hem meteen niet.
En dat gevoel verandert niet.
Dan komt de grote dag.
Harry moet naar het station King's Cross, perron negen en driekwart.
Dat perron bestaat niet op de gewone kaart.
Je moet door een muur lopen om er te komen.
Harry heeft geen idee hoe dat moet, maar dan ziet hij de familie Wemel.
Ron's moeder, mevrouw Wemel, helpt hem.
Harry loopt door de muur en staat ineens op een magisch perron, voor een rode stoomtrein.
In de trein leert Harry Ron kennen.
Ze praten, ze lachen, ze delen snoep.
Ze worden meteen vrienden.
Ze ontmoeten ook Hermelien, die al alles heeft gelezen en iedereen wil helpen.
En ze ontmoeten Draco nog een keer, die probeert Harry voor zich te winnen, maar Harry kiest duidelijk voor Ron.
Zweinstein is een oud kasteel met veel trappen, geheime gangen en pratende schilderijen.
Er zijn vier huizen: Griffoendor, Zwadderich, Huffelpuf en Ravenklauw.
Elk huis heeft een eigen karakter.
Griffoendor is voor de moedigen.
Zwadderich is voor de slimmen die macht willen.
Een pratende hoed, de Sorteerhoed, beslist welk huis je krijgt.
Harry wil niet in Zwadderich.
De hoed denkt even na.
Dan roept hij: "Griffoendor!" Ron en Hermelien gaan ook naar Griffoendor.
En Draco gaat naar Zwadderich.
Het schoolleven begint.
Harry heeft lessen in het maken van drankjes, het veranderen van dingen, de geschiedenis van magie en nog veel meer.
Sommige leraren zijn aardig.
Andere zijn streng.
Professor Sneep, de leraar drankjes, lijkt Harry meteen niet te mogen.
Hij stelt Harry moeilijke vragen voor de klas en kijkt hem aan met koude ogen.
Maar dan is er iets wat Harry heel goed kan: vliegen op een bezemsteel.
Tijdens de eerste vliegles vliegt Harry zo goed dat de leraar het meteen ziet.
En zo wordt Harry de jongste zoeker van Griffoendor in honderd jaar.
Een zoeker is een speler in Zwerkbal, de magische sport waarbij je op bezems door de lucht vliegt en een kleine gouden bal moet vangen die de Gouden Snaai heet.
Op een avond, vlak voor Halloween, gebeurt er iets ergs.
Er is een trol in het kasteel.
Iedereen moet naar zijn slaapzaal.
Maar Hermelien is op het toilet en weet niet van het gevaar.
Harry en Ron rennen naar haar toe om haar te waarschuwen.
Ze vinden de trol al in het toilet.
De trol is groot, stom en gevaarlijk.
Harry springt op zijn rug.
Ron gebruikt magie om de knuppel van de trol te laten vallen.
De trol valt.
Hermelien is gered.
Na die avond zijn de drie vrienden onafscheidelijk.
Want als je samen een trol verslaat, dan ben je vrienden voor het leven.
"Van dat moment af werd Hermelien Griffel een vriend.
Er zijn bepaalde dingen die je samen meemaakt, en dan kun je niet meer anders dan vrienden zijn," zo staat het in het boek.
Langzaam ontdekken Harry, Ron en Hermelien dat er iets vreemds speelt in Zweinstein.
Er is een verboden gang op de derde verdieping.
En in die gang zit iets wat bewaakt wordt door een enorme driekoppige hond.
Ze noemen hem Vluchtvogel.
Wat ligt er onder die hond?
Waarom is het zo geheim?
Harry denkt dat professor Sneep iets kwaads van plan is.
Sneep kijkt altijd naar hem.
Sneep stelt altijd moeilijke vragen.
En tijdens een Zwerkbalwedstrijd lijkt Sneep iets te doen waardoor Harry's bezem wild beweegt en hij bijna valt.
Hermelien ziet het en doet iets om Sneep te stoppen.
Maar er is meer.
Harry ontvangt met Kerst een onzichtbaarheidsmantel.
Een anonieme gever stuurt hem die.
Met die mantel kan hij 's nachts door het kasteel lopen zonder gezien te worden.
Op een nacht vindt hij de Spiegel van Neregeb.
Die spiegel laat je zien wat je het allerliefste wilt.
Harry ziet zijn ouders.
Ze glimlachen naar hem.
Hij staat er uren voor.
Dumbledoor, het hoofd van de school, legt Harry later uit wat de spiegel doet.
En hij waarschuwt hem: je kunt niet je hele leven voor een spiegel staan en dromen.
Je moet leven.
Dan ontdekken de drie vrienden de waarheid over wat er bewaakt wordt: het is de Steen der Wijzen.
Die steen kan goud maken en ook een drankje produceren dat iemand onsterfelijk maakt.
Dat betekent: nooit doodgaan.
En ze geloven dat iemand de steen wil stelen om Voldemort terug te brengen.
Harry, Ron en Hermelien besluiten zelf de steen te beschermen.
Ze gaan 's nachts door de verboden gang, langs Vluchtvogel, door een reeks magische hindernissen.
Er is een kamer vol vliegende sleutels.
Er is een levend schaakspel.
Ron speelt schaak voor het team en offert zichzelf op zodat Harry verder kan.
Ron wordt neergeslagen maar overleeft.
Harry gaat alleen verder.
En dan staat hij tegenover de vijand.
Maar het is niet Sneep.
Het is professor Quirrell, de leraar die altijd zo nerveus leek.
En op het hoofd van Quirrell, verstopt onder een tulband, zit het gezicht van Voldemort.
Voldemort is nog zwak, maar hij wil de steen om terug te komen.
"Geef me de steen," zegt de stem van Voldemort.
Maar Harry wil dat niet.
Hij wil de steen beschermen.
En iets bijzonders gebeurt: als Harry de steen in zijn zak vindt, via de Spiegel van Neregeb, kan Quirrell hem niet aanraken.
Als Quirrell Harry vastpakt, brandt zijn eigen huid.
Lily Potter, Harry's moeder, gaf haar leven voor haar zoon.
Die liefde beschermt Harry nog steeds.
Quirrell valt uiteen.
Voldemort vlucht.
En Harry verliest het bewustzijn.
Hij wordt wakker in de ziekenboeg.
Dumbledoor is er.
Hij legt alles uit.
De steen is vernietigd.
Voldemort is nog steeds ergens, maar zwak.
En Harry heeft gewonnen, niet door de sterkste magie, maar door liefde.
Nu we het verhaal kennen, wil ik even stilstaan bij wat dit boek eigenlijk zegt.
Want een goed boek gaat altijd over meer dan alleen het verhaal.
Het eerste thema is vriendschap.
Harry groeit op zonder vrienden.
Hij weet niet wat het is om iemand te hebben die voor je kiest.
En dan, in één jaar, vindt hij Ron en Hermelien.
Ze zijn heel verschillend: Ron is grappig en soms onzeker, Hermelien is serieus en soms te streng.
Maar samen zijn ze sterker dan alleen.
Rowling laat zien dat echte vriendschap niet perfect is.
Je hebt ruzie, je bent soms jaloers, je maakt fouten.
Maar je blijft voor elkaar kiezen.
Dat is het verschil.
Het tweede thema is moed.
Moed betekent niet dat je niet bang bent.
Moed betekent dat je iets doet ook al ben je bang.
Harry is bang voor Voldemort.
Ron is bang voor spinnen.
Hermelien is bang om regels te breken.
Maar ze doen het toch, als het nodig is.
Rowling zegt: moed is niet iets wat je hebt of niet hebt.
Het is iets wat je kiest.
Het derde thema is identiteit.
Wie ben jij?
Harry weet dat niet aan het begin.
Hij denkt dat hij een gewone jongen is die niemand wil.
Dan ontdekt hij dat hij beroemd is in een wereld die hij niet kende.
Maar beroemdheid maakt je niet tot wie je bent.
Wat je kiest, maakt je tot wie je bent.
Dat zegt Dumbledoor ook: het zijn onze keuzes, Harry, die laten zien wie we werkelijk zijn.
Het vierde thema is de strijd tussen goed en kwaad.
Voldemort wil macht.
Hij is bang voor de dood en wil onsterfelijk zijn.
Harry wil niets bijzonders.
Hij wil gewoon erbij horen.
En toch wint Harry.
Rowling zegt daarmee: pure macht is niet het sterkste.
Liefde is sterker.
Dat klinkt misschien simpel, maar het is een idee dat mensen al eeuwen bezighoudt.
Dit boek verscheen in negentienhonderdzevenennegentig.
De wereld veranderde snel.
Computers werden gewoon.
Het leven werd sneller en harder.
En dan schrijft Rowling een boek over een jongen die met de hand brieven schrijft, op een bezem vliegt en vriendschap vindt in een oud kasteel.
Misschien verlangden mensen naar iets dat langzamer was, warmer, meer menselijk.
Harry Potter gaf dat.
En nu het einde van het verhaal, en van deze aflevering.
Na de confrontatie met Voldemort herstelt Harry in de ziekenboeg.
Zijn vrienden zijn bij hem.
De school viert het einde van het jaar.
Griffoendor wint de huizenbeker, mede dankzij de punten die Dumbledoor geeft voor de moed van Harry, Ron en Hermelien.
Zelfs de verlegen Neville Longbottom krijgt punten, want hij probeerde zijn vrienden te stoppen toen hij dacht dat ze iets verkeerds deden.
Dat, zegt Dumbledoor, is ook moed.
Dan gaat Harry terug naar de familie Duffeling.
Maar nu is alles anders.
Hij weet wie hij is.
Hij heeft vrienden.
Hij heeft een wereld die op hem wacht.
En hij weet dat hij in de zomer terugkomt naar Zweinstein.
Wat blijft hangen na dit boek?
Voor mij is het de warmte.
Rowling schrijft over een magische wereld, maar de gevoelens zijn heel gewoon.
De eenzaamheid van Harry aan het begin.
De blijdschap als hij voor het eerst vrienden heeft.
De angst voor iets wat groter is dan jij.
En de ontdekking dat je toch iets kunt doen.
Dit boek is de moeite waard omdat het je herinnert aan iets wat je misschien al wist maar soms vergeet: je hoeft niet perfect te zijn om iets goeds te doen.
Je hebt gewoon mensen nodig die naast je staan.
Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van Boekisodes, de podcast van Dutch Fluency.
De transcript en de woordenlijst van vandaag vind je op dutchfluency.com slash transcripts.
Ja, en dan nu nog even iets anders.
Veel mensen vragen mij wel eens: waarom zou je dit boek nu nog lezen of luisteren, zeker als je volwassen bent?
En dan zeg ik altijd: omdat dit boek je iets leert over kiezen.
Harry staat voortdurend voor keuzes.
Hij kiest ervoor om niet alleen te blijven.
Hij kiest ervoor om zijn vrienden te vertrouwen, ook als dat eng is.
Hij kiest ervoor om door te gaan, zelfs als hij denkt dat hij gaat verliezen.
En dat is iets wat wij allemaal elke dag doen.
Misschien kiezen wij niet voor een tovenaarswereld, maar we kiezen wel of we iemand helpen die gepest wordt.
We kiezen of we eerlijk zijn tegen onszelf.
We kiezen of we blijven proberen als iets moeilijk is.
Wat mij ook raakt in dit boek is de manier waarop Rowling over familie schrijft.
Harry heeft geen lieve familie.
De Dufferlings behandelen hem niet goed.
Toch is familie niet alleen je bloed.
Harry vindt een nieuwe familie bij Ron en Hermelien.
En bij Hagrid, en bij Dumbledoor.
Soms is je echte familie de mensen die je steunen, die naar je luisteren.
En dat is een mooie boodschap voor iedereen die zich weleens alleen voelt.
Ik wil ook iets zeggen over de taal van het boek.
De Nederlandse vertaling heeft iets gezelligs.
Woorden als "Zweinstein" en " Dreuzels" klinken bijna als knuffels.
In het Engels is het "Hogwarts" en "Muggles", dat is ook leuk, maar voor ons Nederlanders voelt het eigen.
Rowling speelt met namen, en in de vertaling hebben ze daar goed over nagedacht.
Zo wordt Voldemort in het Nederlands "Marten Vilijn" of eigenlijk gewoon Voldemort, maar de naam is ook een mix van woorden.
Als je goed kijkt, zie je dat veel namen iets betekenen.
Zo kan je nog meer uit het boek halen.
Misschien heb je het boek al eens gelezen.
Of misschien heb je de film gezien.
Toch raad ik aan om het boek te luisteren of te lezen, want er zitten details in die je niet in de film ziet.
Zo mis je in de film bijvoorbeeld het verhaal over de spiegel van Neregeb.
Ja, die spiegel die laat zien wat je diep in je hart verlangt.
In het boek heeft Harry daar een bijzondere ontmoeting.
Hij ziet zijn ouders in de spiegel.
Dumbledoor legt uit dat de spiegel geen wijsheid geeft, het laat alleen zien wat je wilt.
En dat is een les: we moeten niet blijven dromen in een spiegel, maar de echte wereld ingaan.
Een ander moment dat mij altijd bijblijft is het schaakspel.
Niet het grootste gevecht, maar een gewoon bordspel, maar dan levensgroot.
Ron moet opgeven, letterlijk, om Harry en Hermelien verder te laten gaan.
Dat is vriendschap: jezelf opzijzetten voor de ander.
En Hermelien, die altijd alles weet, zegt dat ze ergens heeft gelezen dat je bij toverschaak moet opofferen.
Ze is bang, maar ze doet het.
Het laat zien dat je niet alleen slim moet zijn, je moet ook durven.
En dan natuurlijk de grote ontmoeting met professor Sneep, of eigenlijk met Voldemort.
Harry is maar elf jaar.
Hij heeft net ontdekt dat hij een tovenaar is.
Hij heeft geen vader of moeder.
En toch staat hij tegenover het grootste kwaad.
Hij offert zichzelf bijna op.
Hij is bereid om te sterven om de steen te beschermen.
En dan gebeurt er iets wonderlijks: hij wordt niet geraakt.
Waarom?
Niet omdat hij beschermd is door een spreuk.
Nee, omdat hij het kwaad in zijn hart niet wil.
Hij heeft geen kwade gedachten over Voldemort.
En dat maakt hem sterk.
Dat vind ik een prachtige les: pure liefde en moed zijn sterker dan haat.
Misschien is dit boek zo populair omdat het over herkenbare dingen gaat.
Iedereen kent het gevoel van niet erbij horen.
Iedereen weet hoe het is om bang te zijn voor iets nieuws.
En iedereen wil graag ontdekken dat je bijzonder bent.
Rowling geeft ons die fantasie.
Ze laat ons zien dat er altijd een deur is naar een wereld vol magie, ook al is die wereld soms dichterbij dan we denken.
Zijn er geen tovenaars onder ons?
Wie weet.
Misschien is de persoon die naast je in de bus zit wel iemand die veel meer kan dan je denkt.
Maar het belangrijkste is niet of je kan toveren.
Het belangrijkste is wat je in je hart draagt.
Ik wil nog één ding zeggen voordat we afronden.
Als je dit boek nog niet kent, begin er dan mee.
Als je het al kent, lees het nog eens.
Of luister naar het verhaal.
Je zult zien dat je elke keer iets nieuws ontdekt.
De wereld van Harry Potter blijft groeien.
Er zijn zeven boeken, en na dit eerste boek wil je gewoon door.
Dit was mijn verhaal over "Harry Potter en de Steen der Wijzen".
Ik hoop dat je ervan genoten hebt.
Misschien heb je ook herinneringen aan dit boek.
Deel ze met mij, of stuur een bericht naar Dutch Fluency.
Ik lees het graag.
En vergeet niet: je hoeft niet perfect te zijn om iets goeds te doen.
Je hebt gewoon mensen nodig die naast je staan.
En die mensen, die vind je, net zoals Harry, op de meest onverwachte plekken.
Bedankt voor het luisteren.
Tot de volgende aflevering van Boekisodes, de podcast van Dutch Fluency.
Deze aflevering is opgenomen met liefde voor taal en verhalen.
De transcript en de woordenlijst vind je op dutchfluency.com slash transcripts.
En als je nog meer wilt leren, kijk dan op de website voor nieuwe lessen.
Tot ziens, en blijf lezen.
Of luisteren.
Dat is ook goed.
Doe het in je eigen tempo.
En weet dat je elke dag een beetje magie kunt toevoegen aan de wereld.
Gewoon door te kiezen voor het goede.
Net zoals Harry.
Dat is het einde van deze Boekisode.
Ik ben Rick van Dutch Fluency.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze