

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Stel je voor: je stapt in een auto en rijdt weg van alles wat je kent.
Je hebt geen plan, geen geld, alleen een uitnodiging voor een huis waar niemand woont.
Zou je gaan?
In Het spookhuis van Shirley Jackson doet Eleanor precies dat.
Het boek verscheen in negentienhonderdnegenenvijftig en is nog steeds een van de engste verhalen ooit geschreven.
Vandaag vertel ik je het verhaal.
Over een huis dat leeft, over vier mensen die elkaar niet kennen, en over een vrouw die te veel alleen is geweest.
Blijf luisteren, want dit verhaal kruipt onder je huid.
Het verhaal begint met een brief.
Dokter Montague doet onderzoek naar paranormale verschijnselen.
Hij schrijft een brief naar een paar mensen.
Hij nodigt hen uit in een oud huis.
Het huis heet Hill House.
Het staat ergens afgelegen, ver van de bewoonde wereld.
Mensen zeggen dat het er spookt.
De dokter wil bewijzen dat geesten bestaan.
Hij nodigt twee gasten uit: Eleanor en Theodora.
Eleanor is een vrouw van in de dertig.
Ze woont bij haar zus en zorgt voor haar zieke moeder.
Ze voelt zich daar niet thuis.
Theodora is jonger, vrolijk en een beetje mysterieus.
Zij heeft een gave: ze kan dingen voelen die anderen niet zien.
Later komt ook Luke erbij.
Luke is de erfgenaam van het huis.
Hij is grappig en zorgeloos, maar hij heeft geen idee wat hij met zijn leven wil.
Samen vormen ze een vreemd groepje.
Ze zijn allemaal op zoek naar iets, al weten ze niet precies wat.
Hill House zelf is bijna een personage.
Het is groot, oud en scheef.
De muren staan niet recht.
De deuren sluiten niet goed.
Elke kamer ruikt anders.
Het huis is gebouwd door een man die er nooit gelukkig is geweest.
Zijn dochter is er overleden.
Sindsdien gaan er verhalen rond.
Mensen horen geluiden en zien schaduwen.
Dokter Montague wil bewijzen dat het allemaal echt is.
Maar al snel blijkt dat het huis niet zomaar een gebouw is.
Het heeft een wil.
En die wil is sterk.
De gasten voelen dat er iets is dat naar hen kijkt.
Ze horen dingen die ze niet kunnen verklaren.
Het huis trekt hen naar binnen, stap voor stap.
Dokter Montague denkt dat hij het kan meten en begrijpen.
Maar het huis laat zich niet meten.
Het laat zich niet begrijpen.
Het doet gewoon wat het wil, en dat is sterker dan de dokter ooit had gedacht.
Eleanor zit in de auto en kijkt naar buiten.
De auto rijdt langzaam over een smalle weg.
Aan het einde staat een hoge poort.
De chauffeur stopt en zet de motor uit.
Hij kijkt naar de poort en schudt zijn hoofd.
Hier ga ik niet verder, zegt hij.
Eleanor stapt uit.
Ze pakt haar koffer en kijkt naar de lange oprit.
Ze moet het laatste stuk lopen.
Bij de deur staat een vrouw met een streng gezicht.
Dat is mevrouw Dudley.
U blijft hier niet, zegt ze tegen Eleanor.
Ik zet het eten klaar en dan ga ik weg.
Eleanor knikt en zegt niets.
Ze kijkt hoe mevrouw Dudley in haar auto stapt en wegrijdt.
Dan is ze alleen in het grote huis.
De hal is donker en stil.
Ze hoort alleen haar eigen voetstappen op de vloer.
Ze zet haar koffer neer en wacht.
Dan hoort ze een stem achter zich.
Ze draait zich om en ziet een jonge vrouw in de deuropening.
Ik ben Theodora, zegt de vrouw.
Ik ben ook net aangekomen.
Eleanor stelt zich voor.
De twee vrouwen kijken elkaar aan en lachen.
Ze lopen samen door het huis.
Ze openen deuren en kijken in alle kamers.
Theodora maakt grapjes over de oude meubels.
Eleanor lacht hard.
Het voelt bijna als een vakantie.
Ze verkennen de gangen en de trappen.
Maar diezelfde avond horen ze een geluid.
Het komt diep uit het huis.
Het klinkt als een kind dat huilt.
Ze staan stil en luisteren.
Ze zeggen niets tegen elkaar.
Ze weten het allebei.
Dit is geen gewoon huis.
De volgende dag komt er een man aan bij het huis.
Het is Luke.
Hij stelt zich voor aan de vrouwen.
Ik ben de erfgenaam, zegt hij.
Maar ik heb geen geld.
Ik hoop dat dit huis mij iets oplevert.
Even later komt dokter Montague met zijn vrouw.
Zij is niet paranormaal begaafd.
Ze wil haar man alleen helpen.
Nu is het gezelschap compleet.
Ze gaan samen in de woonkamer zitten.
Ze spreken af om samen te blijven, wat er ook gebeurt.
Theodora en Eleanor delen een kamer.
Luke en de dokter slapen beneden.
De eerste nacht merken ze al dat het huis reageert.
Deuren gaan vanzelf open.
Er klinkt geklop op de muren.
Ze voelen koude plekken waar geen tocht is.
Theodora voelt iets aan haar hand in het donker.
Eleanor hoort haar naam fluisteren.
Luke ziet een gedaante bij het raam.
Ze proberen het weg te lachen.
Maar het lukt niet.
Op een avond besluiten ze een seance te houden.
Dokter Montague wil contact maken met de geesten.
Ze zitten in een kring en houden elkaars handen vast.
Het licht is gedimd.
De dokter sluit zijn ogen en roept de geesten op.
Eerst gebeurt er niets.
Het blijft stil in de kamer.
Dan begint de tafel te trillen.
Iemand klopt op de muur.
Theodora gilt en trekt haar handen terug.
Eleanor voelt een hand op haar schouder, maar als ze kijkt, is er niemand.
De seance loopt uit de hand.
De dokter probeert alles onder controle te houden, maar het huis is sterker.
Na die avond verandert er iets.
Eleanor wordt stiller dan eerst.
Ze trekt zich terug in zichzelf.
Ze voelt zich aangetrokken tot het huis, op een manier die ze zelf niet begrijpt.
Ze denkt dat het huis haar iets wil vertellen.
Theodora merkt het en maakt zich zorgen.
Luke ziet het ook en praat met haar.
Maar Eleanor luistert niet naar hen.
Ze blijft staren naar de muren en de trap.
Ze zegt weinig en gaat vroeg naar bed.
De anderen kijken elkaar aan.
Ze weten niet wat ze moeten doen.
Dan komt de nacht dat alles verandert.
Het is donker en stil in het huis.
Iedereen ligt in bed.
Plotseling hoort Eleanor een geluid bij haar deur.
Ze gaat rechtop zitten in het donker.
De deur beweegt, langzaam, alsof iemand ertegen duwt.
Ze roept Theodora, maar die reageert niet.
Het geluid wordt harder.
Het lijkt wel of er iemand tegen de muur slaat, steeds sneller.
Eleanor kruipt weg in een hoek van de kamer.
Ze hoort stemmen, gelach en gefluister.
Ze weet niet of ze wakker is of droomt.
Ze houdt haar handen voor haar oren, maar het geluid stopt niet.
De volgende ochtend vinden ze haar op de gang.
Ze is in de war en ziet bleek.
Ze zegt dat ze het huis heeft gehoord.
Dokter Montague wil haar laten rusten.
Hij zegt dat ze even moet bijkomen.
Maar Eleanor weigert.
Ze schudt haar hoofd en blijft staan.
Ze voelt zich thuis in het huis, zegt ze.
Theodora kijkt haar geschrokken aan.
Luke zegt niets en kijkt naar de grond.
De dokter zucht.
Dat is het engste van alles.
De dagen daarna wordt Eleanor stiller en vreemder.
Ze staat in de gang en legt haar hand tegen de muur.
Ze fluistert zinnen die niemand kan verstaan.
Theodora komt naast haar staan en vraagt wat ze doet.
Eleanor zegt dat het huis luistert.
Ze zegt dat ze hier wil blijven, voor altijd.
Theodora pakt haar arm en zegt dat ze moe is.
Eleanor trekt zich los.
Ze loopt naar haar kamer en sluit de deur.
Even later hoort Theodora haar praten tegen de lege kamer.
Luke ziet het ook.
Hij zegt tegen de dokter dat Eleanor niet meer normaal doet.
De dokter knikt en zegt dat ze moeten stoppen.
Maar het huis is nog niet klaar met hen.
Diezelfde nacht hoort Luke een geluid buiten.
Hij staat op en loopt naar het raam.
Daar ziet hij Eleanor op het dak staan.
Ze staat aan de rand en kijkt naar beneden.
Luke roept haar naam.
Ze roept terug dat ze naar beneden komt.
Luke rent de trap op en gooit de deur naar het dak open.
Hij grijpt haar arm en trekt haar naar binnen.
Eleanor lacht.
Ze zegt dat het huis haar riep.
Ze zegt dat ze bij het huis hoort.
Theodora komt de kamer binnen en begint te huilen.
Luke schreeuwt tegen Eleanor dat ze gek is.
Dokter Montague staat in de deuropening en zegt niets.
Hij ziet dat hij te ver is gegaan.
De volgende ochtend is iedereen moe en bang.
Ze pakken hun spullen in en zeggen weinig tegen elkaar.
Eleanor blijft alleen achter in de hal.
Ze kijkt naar de trap en naar de muren.
Ze fluistert iets tegen het huis.
Theodora roept haar naam vanaf de auto.
Eleanor antwoordt niet.
Ze loopt langzaam naar de deur.
Bij de deur blijft ze staan.
Ze draait zich om en rent terug naar binnen.
Luke rent achter haar aan en roept dat ze moet blijven staan.
Hij vindt haar in de bibliotheek.
Ze zit op de grond en wiegt heen en weer.
Ze zegt dat ze nooit weg wilde.
Ze zegt dat het huis haar nodig heeft.
Luke tilt haar op en draagt haar naar buiten.
Eleanor schreeuwt en slaat met haar armen.
Ze probeert zich los te trekken.
Theodora houdt de deur van de auto open.
Luke zet Eleanor op de achterbank.
Ze vecht nog even, dan wordt ze stil.
Ze kijkt uit het raam naar het huis.
De anderen stappen in en zeggen niets.
De auto rijdt weg over de lange oprit.
Hill House blijft achter, groot en stil.
Wat zegt dit boek over ons?
Het spookhuis is niet alleen een verhaal over geesten.
Het is een verhaal over eenzaamheid.
Eleanor is haar hele leven alleen geweest.
Ze zorgde voor haar moeder, ze woonde bij haar zus, ze had geen vrienden.
Het huis geeft haar iets wat ze nooit had: aandacht.
Zelfs als die aandacht eng is, voelt ze zich eindelijk gezien.
Dat is het echte gevaar van het huis.
Het trekt mensen aan die niets hebben.
En het laat hen nooit meer los.
Shirley Jackson laat zien dat angst niet altijd van buiten komt.
Soms zit de angst in jezelf.
Je moet alleen iemand vinden die hem wakker maakt.
Aan het einde van het boek is Eleanor terug in de auto.
Ze rijdt weg van Hill House.
Maar ze is niet meer dezelfde.
Ze kijkt uit het raam en ziet het huis in de verte.
Ze glimlacht.
De anderen zeggen niets.
Ze weten dat er iets is gebroken.
Het verhaal eindigt met een zin die je bijblijft: het huis is niet gek, het huis is gewoon zichzelf.
En Eleanor?
Die is eindelijk thuis.
Of niet.
Dat mag jij beslissen.
Dit boek is de moeite waard omdat het je laat voelen hoe dun de grens is tussen verbeelding en werkelijkheid.
En omdat het je laat nadenken over wat een huis met je kan doen.
Wil je het boek zelf lezen?
Pak dan de Nederlandse vertaling erbij.
En luister volgende keer naar Rebecca, een ander verhaal over een huis dat je niet loslaat.
Tik op de woorden in de speler op dutchfluency.com slash transcripts om vertalingen te zien.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause