Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

A1 Dutch News Podcast: Tom and the Red Bike, Max and the Big Man

Leuk dat je luistert naar deze speciale analyse.

Vandaag kijken we uitgebreid naar het nieuws van deze week.

En dan speciaal voor jou.

Op een heel makkelijk, behapbaar niveau eigenlijk.

Ja, welkom.

Wat we vandaag gaan doen is: we hebben vier nieuwsverhalen van de afgelopen week gepakt.

En we gaan die samen helemaal doornemen.

Precies. We halen de ingewikkelde woorden er gewoon af.

Het doel is echt dat we snappen wat er in de wereld gebeurt.

We leren een paar nieuwe woorden en vooral we maken het spreken van de Nederlandse taal weer.

Leuk en vooral heel simpel.

Dat is zo belangrijk, want vind jij het ook wel eens lastig als je naar je voornaam kijkt?

Dat je denkt, wow, wat een muur van moeilijke woorden.

Ja, dat je echt dat gevoel hebt dat je weer helemaal op nul begint, zeg maar.

Inderdaad.

En voel je daar als je blijft niet dom over, want dat heeft echt iedereen als je een nieuwe taal leert.

We gaan je vandaag laten zien dat je met hele simpele woorden, A1-niveau woorden

al ontzettend veel kunt vertellen.

Dat we maar met de beginnen bij ons eerste verhaal, dicht bij huis in het midden van de stad in Den Haag.

Oh ja, het grote plein in Den Haag.

We volgen Sarah, ze is 20 jaar en ze fietst op een hele mooie gele fiets naar het centrum.

En het begint allemaal heel vredig toch.

Ze fietst daar, de lucht is prachtig blauw en ze ruikt vers brood van de bakker op de hoek.

Heerlijk is dat.

Maar dan fietst ze de hoek om naar het grote plein en de rust is ineens compleet weg.

Het is daar ongelofelijk druk.

Ja, er is een groot protest aan de gang en een enorme groep mensen.

En als je daar dan ineens staat als taalleerder, dan is dat best wel overweldigend.

Dat is het zeker.

Er is zoveel te zien, Sarah ziet mensen met hele grote witte vlaggen.

En ze dragen grote witte borden met van die dikke zwarte letters erop.

En er wordt natuurlijk geschreeuwd, maar er staat ook een grote groep mannen in donkerblauwe kleren.

De politie, neem ik aan.

Precies, de politie, en die kijkt heel streng.

En dan ineens, midden in Aldot-Lawai, blaast de politie op een hoog fluitje.

En daarna maken ze een heel zwaar hard geluid met hun stemmen.

Ja, Sarah's vriend Pieter staat daar inmiddels ook in een groene jas.

En hij legt dan Sarah uit dat de politie de mensen eigenlijk gewoon wegstuurt.

Ze zeggen heel streng: ga weg.

En het bijzondere is dat dat dus werkt.

De gans verdwijnt, de mensen met de rood-witte vlaggen lopen weg.

En het hele plein wordt langzaam, maar zeker helemaal leeg.

Wat ik zo grappig vond aan dit verhaal, is wat er daarna gebeurt.

Het plein is leeg en ineens landt er een kleine grijze duif.

En die trippelt daar rond, alsof hij ineens de baas van het plein is.

Mooi contrast is dat er.

Van die enorme groep naar een kleine grijze duif.

Sarah en Pieter zijn in ieder geval blij met de rust.

Ze gaan samen naar een bruin café en drinken warme koffie uit witte kopjes.

Klinkt als een goede afsluiting.

Maar als ik er zo over nadenk, is het niet heel bijzonder hoe we dit verhaal net hebben verteld?

We hebben met alleen maar kleuren, een gele fietsbel, kleuren, rode witte vlaggen,

eigenlijk een heel schilderij gemaakt.

Ja, en dat is een geweldige truc als je een taal leert.

Het is soms lastig om snel te vertellen wat er op straat gebeurt.

Zeker als het druk is.

Maak je geen zorgen.

Focus je dan gewoon op de kleuren.

Dus in plaats van dat ik moet zoeken naar het woord voor...

ik zeg maar wat, oorlog of demonstratie, kijk ik gewoon naar de basis.

Exact, de basis is altijd simpel.

Bijvoorbeeld de fiets is geel, dat is een perfecte zin.

Oké, de fiets is geel, maar hoe laat ik dat iets natuurlijker klinken, een kleine upgrade, zeg maar?

Dan zet je de kleur voor het woord.

Dus dan wordt het de gele fiets, is heel mooi.

Je geeft de luisteraar eerst de kleur, het plaatje en dan pas het object.

Oh wow, ja, de gele fiets is heel mooi, dat voelt meteen een stuk rijker.

Weet je wat luisteraar, kijk nu even naar wat je aan het doen bent.

Ja, doe maar even mee.

Kies gewoon een ding dat je nu ziet in je omgeving en noem de kleur hard op.

Zeg bijvoorbeeld: de muur is wit of de stoel is blauw.

Doe het echt even hardop.

Heel goed, die kleine stapjes helpen enorm en als we dan toch over zinsuigen hebben,

laten we de drukke stad even achter ons laten.

Graag, waar gaan we heen?

We reizen naar de rust van het platteland, in het oosten van het land,

naar een boerderij in het dorpje Overasselt.

Oh, lekker rustig.

Het is vroeg in de ochtend, toch een uur of zeven.

Klopt. En ook hier kunnen we die kleuren weer gebruiken.

De lucht is prachtig blauw, de zon is mooi geel.

Want daar staat boer Piet, een hele blije boer.

Op de boerderij staan je zintuigen echt op scherp.

Piet loopt naar buiten en hij geeft koud water aan zijn vijf zwartwitte koeien.

En hij maakt eens een heel zwaar geluid.

Ja, en even verderop kijken tien bruine kippen nieuwsgierig toe.

Het is echt zo'n ontspannen ochtendritueel.

Want daar komt de buurman langs.

Buurman Karel.

Hij draagt een gele regenjas en hij heeft zijn hond bij zich.

Een bruine, best wat grappige hond, die Rex heeft.

En Rex is nog een enthousiasteling.

Hij ziet die kippen, rent erop af en blaft heel hard.

Hoef!

De kippen schrikken zich rot natuurlijk, grote schrik,

maar goed, daarna gaan de mannen lekker naar binnen, ze zitten aan tafel

en drinken warme thee.

En hier verandert de zintuiglijke ervaring.

Want in die keuken ruikt de thee heel sterk naar kruiden.

En ze eten vers brood.

Heerlijk.

En later op de dag in de middag eet Piet zijn lievelingseten in alle rust op.

Groene, lekkere boter met kaas.

Maar over dat ruiken, soms wil je vertellen over wat je ruikt of hoort,

maar kun je net niet op de woorden komen.

En dat is echt helemaal niet erg.

Ja, ik vind geuren omschrijven in een andere taal altijd een van de moeilijkste dingen.

Je voelt je dan soms met je dom,

omdat je wel weet wat je ruikt, maar het woord plakt niet.

Precies, praten over je zintuigen is in het begin gewoon topsport voor je brein.

Hoe omschrijf je de geur van die theekruiden of dat verse gras?

Ja, hoe doen we dat in het Nederlands?

In het Nederlands gebruiken we heel vaak het werkwoord ruiken,

in combinatie met naar.

Let even op, zoals in, ik ga naar de supermarkt.

Doe je dan alsof de geur een soort richting heeft?

Ja, precies.

Dat kan je zo over nadenken.

De geur begint bij het gras en reist door de lucht richting jouw neus.

Dus je zegt het ruikt naar gras.

Ah, dat is een hele mooie manier om het te onthouden.

Het komt van het gras naar mij.

Oké, het ruikt naar gras is dus de basis, en wat is de upgrade?

Daarvoor ga je er een oordeel aan toevoegen, iets positiefs of negatiefs.

Bijvoorbeeld: het ruikt lekker naar gras en koeien.

Het ruikt lekker naar gras en koeien.

Het klinkt alsof ik echt naast een koe in het gras zit, zeg maar.

Luisteraar, laten we dit meteen even oefenen.

Goed idee.

Haal eens even diep adem door je neus.

Gewoon nu, wat ruik jij op dit moment?

Zeg hardop, het ruikt hier naar en vul het zelf maar in.

Misschien ruikt het naar koffie of naar regen.

En als je niets specifiek ruikt, kun je altijd zeggen.

Het ruikt hier naar fris, lucht, alles is goed.

Zolang je het maar hardop zegt.

Precies.

Oké, we hebben nu het lawaai van de stad gehad en de geuren van de boerderij.

Maar soms komt de drukke buitenwereld zomaar onze rustige huiskamer binnen, toch?

Zeker, vaak via een klein schermpje.

En dat brengt ons bij ons derde nieuwsverhaal.

We gaan naar een grote stad, naar Rotterdam.

We zijn in de woonkamer van twee broers, Max, die is 8 jaar, en zijn grotere broer Finn van 10.

Het is een zonnige zaterdag.

En zoals zoveel kinderen op een zaterdag zitten ze samen naar een tablet te kijken.

En ze zien een nieuwsvideo over een grote bijeenkomst in New York.

En op dat scherm zien ze een hele grote man met heel opvallend geel haar.

Donald Trump.

We kijken nu even mee door de ogen van die kinderen, Max.

Precies, we kiezen geen partij.

We beschrijven alleen wat een kind van 8 ziet.

En Max ziet gewoon een man die heel hard praat en zwaait wild met z'n handen.

Ja, Finn, de oude broer, luistert naar wat er gezegd wordt en legt aan Max uit dat de man boos is

op een groep mensen die eigenlijk heel goed werk doet.

En dat is voor de logica van een kind van 8 heel raar.

Max snapte er niets van.

Waarom zou je boos zijn op mensen die goed werk doen?

Hij vindt het gewoon onlogisch.

En dan heel mooi, eigenlijk, wordt Max gelukkig heel snel afgeleid.

Hij kijkt op van het scherm naar buiten.

Wat ziet hij?

Hij ziet op straat een schattig klein wit hondje lopen.

Met een hele korte staart en het hondje huppelt daar maar een beetje rond.

En in een klap is die hele boze man op het scherm vergeten.

Max kijkt naar buiten en roept.

Ik wil ook een hond.

Finn is er wel niet eens. Die wilde wat twee.

Zo grappig hoe kinderen dat doen.

Een moeder roept vervolgens vanuit de keuken,

want er staat vers brood en koud hem wel klaar.

De politiek is compleet verdwenen uit hun hoofd.

En daar zit een enorme les in voor ons.

Nieuws over politiek is in een andere taal vaak veel te moeilijk en veel te abstract.

Je voelt je gefrustreerd alsof je niks begrijpt.

Je slaat dicht omdat je het over beleid of wetten wil hebben.

Maar laat die frustratie even los.

We kunnen het heel simpel houden net als Max.

Hij is heel fascinerend.

Het hondje kan zo'n zwaar politiek onderwerp direct relativeren.

Hij kijkt naar een hondje en verandert zijn eigen emotie.

Dat is precies wat ik me afvroeg.

Hoe kunnen wij zeggen, hoe we ons voelen,

zonder dat we de emotie van dat scherm of van het nieuws hoeven over te nemen?

Door een grens te trekken.

In je taal, je start met een basis in over de situatie.

Bijvoorbeeld, de man is boos.

Oké, de man is boos.

Maar als ik dan mijn eigen emotie er tegenover wil zetten,

zeg ik dan gewoon, de man is boos en ik ben blij.

Bijna, om echt een emotioneel contrast te maken,

Zoiets muurtje op te bouwen, gebruik je het woord, maar.

Dus de upgrade is, de man is boos, maar ik ben blij.

Oh wow, de man is boos, maar ik ben blij.

Daarmee zeg je eigenlijk, ik zie wat er gebeurt, maar het raakt me niet.

Ik kies mijn eigen gevoel.

Inderdaad, je laat je niet meeslepen.

Je benoemt emotie met ik ben.

Dus heel krachtig.

Luisteraar, kies eens een emotie die je nu op dit moment echt voelt.

En zeg het hard op, gewoon waar je nu zit.

Zeg ik ben...

Ik ben blij, ik ben moe of ik ben rustig.

Het maakt niet uit wat het is.

Als je maar even stilstaat bij je eigen gevoel.

Heel erg mooi.

Nou, maakt dus een wereldleider op zijn tablet,

maar ons laatste verhaal gaat over hoe het er in het echt aan toe gaat

als wereldleiders elkaar ontmoeten.

Ja, we gaan van de woonkamer in Rotterdam

naar een heel groot, belangrijk Witte Huis in Amerika.

Buiten in de groene tuin zingen mooie blauwe en gele vogels.

Maar we gaan naar binnen, naar de keuken.

Daar staat kok Jan.

Jan is hard aan het werk.

Hij bakt ronde, gele koekjes.

En de hele keuken ruikt zoet, echt naar boter en suiker, heerlijk.

Er is belangrijk bezoek op komst.

Een grote gast uit China, Li, hij komt binnen in een mooi strak zwart pak.

En Jan hoort de zware voetstappen op de vloer.

Klop, klop, klop.

Li ontmoet daar Don. Don woont in het witte huis.

Hij draagt een hele opvallende rode das.

De mannen gaan samen aan een grote zware bruine tafel zitten.

En kok Jan brengt het heen.

Een rood kopje voor Don, een blauw kopje voor Li, en dan begint het gesprek.

En je verwacht misschien dat ze direct, hele zware politieke gesprekken voeren.

Maar het klinkt eigenlijk heel anders.

Ja, het is echt ouderwets beleefd.

Het is een soort dans, zeg maar.

Don zegt bijvoorbeeld iets aardigs.

Jij bent mijn vriend en Li reageert meteen met:

Jij bent ook mijn vriend.

Of Don zegt: Jij bent slim.

En Liek knikt en zegt: Jij bent ook slim.

Na afloop geeft Don zelfs kok Jan een compliment over de thee.

En Jan was heel blij, de kopjes af in warm zeepsopwater.

Het is zo simpel, maar vind jij het net als ik soms ook heel ongemakkelijk

om een gesprek vloeiend te houden, zeker in het Nederlands?

Dat is een heel bekend probleem.

Je krijgt een compliment en je weet niet goed hoe je beleefd en snel moet reageren.

Dat reageren in het moment is echt topsport voor je hersenen.

Je knikt, je zegt dank je.

En het gesprek valt een beetje stil.

Hoe kunnen we die connectie maken, net zoals Tom en Lisa deden met hun theekopjes in de hand?

Het geheim zit hem in één klein woordje om verbinding te maken.

Het woordje ook.

Het is een soort verbale spiegel.

Dus in plaats van dat ik een heel nieuw compliment moet bedenken in mijn hoofd?

Gebruik ik gewoon het woordje ook als brug.

Ja, de basiszin zou zijn: Jij bent slim.

Als iemand dat tegen jou zegt, is de makkelijkste upgrade om te reageren met: Jij bent ook heel slim.

Jij bent ook heel slim.

Ja, dat klinkt fantastisch. Het voelt gelijk warm en beleefd en je hergebruikt gewoon de woorden van de ander.

Precies, het houdt de druk af.

Luisteraar, laten we dit meteen even toepassen.

Denk eens aan iemand die je kent, een vriend of een collega.

Geef diegene in je hoofd een compliment en gebruik het woord ook.

Ja, zeg het maar gewoon hard op, bijvoorbeeld.

Jij bent ook een goede vriend.

Goede bal, beleefd terug. Jij bent ook aardig, echt, het werkt als een trein.

En daarmee hebben we in deze aflevering laten zien hoe je met heel simpele woorden ontzettend veel kunt bereiken in de taal.

Ongelooflijk hoe ver we zijn geraakt met alleen maar A1-woorden.

We gingen van een lawaaiig protest in Den Haag met al die kleuren.

Naar de absolute rust van een boerderij, waar we leerden hoe geuren naar ons toekomen.

En van een schreeuwende politicus op een tablet waar we leerden om onszelf te beschermen met het woord.

Maar...

Helemaal naar het hoogste diplomatieke niveau.

Maar we zagen dat een uiterst beleefde vriendschap soms alleen maar draait om het woordje ook.

Wat een reis.

Dat brengt me eigenlijk bij een gedachte, iets om over na te denken voor we afsluiten.

We hebben het vandaag over grote wereldzaken gehad.

Zeker.

Maar we gebruiken er echt alleen de meest simpele woorden.

En het doet je afvragen.

Als we nou eens alle ingewikkelde woorden, dat zware jargon in de politiek en op het journaal, als we dat nou eens weghalen,

is de wereld om ons heen eigenlijk niet veel simpeler dan we vaak denken.

Dat is een hele mooie gedachte.

Misschien gaat het uiteindelijk allemaal wel gewoon om een klein wit hondje dat op straat loopt.

Of een warm kopje thee en een bruine tafel.

Als je het zo bekijkt, wordt alles een stuk overzichtelijker.

Nou, ons dank voor het meedoen en het luisteren.

En vergeet niet blijf deze week vooral lekker hardop oefenen met wat we besproken hebben.

Gewoon thuis op de bank of in de auto.

Tot de volgende keer.

0:00
Aanpassen

Tekst

Modus

Audio

Pauze