Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

Storm op het Strand

Het is zaterdag.

Thomas zit op het strand van Renesse.

Hij is zestig jaar oud en komt uit Duitsland.

Hij heeft een rode stoel bij het water.

De zon schijnt en de lucht is blauw.

Thomas kijkt naar de golven.

Hij hoort het geluid van de zee.

Het is rustig en mooi.

De lucht ruikt naar zout en water.

Thomas ademt diep in.

Hij vindt het heerlijk hier.

Naast Thomas zit een Nederlandse vrouw.

Haar naam is Sofie.

Sofie heeft een boek in haar hand.

Ze leest niet.

Ze kijkt naar de zee, net als Thomas.

"Mooi weer vandaag," zegt Thomas in het Nederlands.

Zijn Nederlands is niet perfect, maar Sofie begrijpt hem goed.

"Ja, heel mooi," zegt Sofie.

Ze lacht naar hem.

Haar ogen zijn blauw, zoals de lucht.

Thomas lacht terug.

Hij voelt zich blij.

Na een tijdje wordt de lucht grijs.

De wind wordt harder.

Sofie kijkt omhoog.

Ze ziet donkere wolken.

Ze zijn dik en donkergrijs.

"Ik denk dat het gaat regenen," zegt ze.

Thomas knikt.

"Ja, ik zie het ook." Maar hij blijft zitten.

Hij wil nog even bij het water zijn.

Het geluid van de golven is nu harder.

De wind maakt een fluitend geluid.

De wind is nu heel sterk.

Andere mensen op het strand staan op.

Ze pakken hun tassen en handdoeken.

Ze lopen snel weg van het water.

Een man roept iets.

Zijn stem klinkt bang.

Sofie staat ook op.

"Kom," zegt ze tegen Thomas.

"We moeten gaan.

Het is niet veilig hier." Thomas staat langzaam op.

Hij pakt zijn tas.

Zijn handen trillen een beetje.

Dan is er een heel hard geluid.

Het klinkt als een grote knal.

Sofie schrikt.

Ze kijkt naar Thomas.

Thomas staat niet meer.

Hij ligt op het zand.

Het zand is nat en koud.

Sofie rent naar hem toe.

"Thomas!

Thomas!" Ze roept om hulp.

Andere mensen komen snel.

Iemand belt 112.

De hulp komt snel aan.

Een ambulance met een harde sirene.

De mensen op het strand zijn stil.

Ze kijken naar Thomas.

Een vrouw huilt zachtjes.

Een kind houdt de hand van zijn vader vast.

Sofie staat naast Thomas.

Ze wacht.

Haar hart klopt snel.

Ze hoort haar eigen adem.

De lucht is nu donker.

De regen begint te vallen.

De hulp doet alles wat ze kan.

Maar het is te laat voor Thomas.

Hij is niet meer.

Het nieuws gaat snel rond op het strand.

Mensen praten zacht met elkaar.

Ze zijn stil en bedroefd.

Een man schudt zijn hoofd.

Een vrouw veegt een traan weg.

Sofie loopt langzaam naar haar auto.

Ze denkt aan Thomas.

Aan zijn rode stoel.

Aan zijn lach.

Aan zijn slechte Nederlands.

Ze denkt: het leven kan snel veranderen.

Op een mooie dag kan er iets ergs gebeuren.

Ze voelt de koude wind op haar gezicht.

Thuis zet Sofie thee.

Ze gaat aan tafel zitten.

Ze kijkt uit het raam.

De regen valt nu hard.

De straat is leeg.

Ze denkt aan het strand.

Ze denkt aan de zee.

Ze denkt aan Thomas.

De thee is warm, maar ze voelt zich koud.

Deze dag vergeet ze nooit meer.

Ze weet nu: ga naar binnen als de lucht grijs wordt.

Wacht niet.

Het strand is mooi, maar de natuur is ook sterk.

Soms is de natuur sterker dan wij.

Sofie kijkt naar de regen.

Ze denkt aan de blauwe lucht van vanmorgen.

Ze denkt aan de lach van Thomas.

Het leven is mooi, maar ook kwetsbaar.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze