Dutch Fluency
Mein Niveau findenNiveau
Anmelden

Niveau A2 · Unregelmäßig, trennbar

Aantrekken konjugieren

aantrekken = anziehen

Infinitiv
aantrekken
Präteritum
trok aan · trokken aan
Perfekt
heeft aangetrokken

Kurze Antwort

Aantrekken bedeutet anziehen. Präteritum: trok aan (Singular) und trokken aan (Plural). Partizip Perfekt: aangetrokken, mit hebben: ik heb aangetrokken.

aantrekken üben

Präsens (tegenwoordige tijd)

iktrek aan
jijtrekt aan
hij/zij/hettrekt aan
wijtrekken aan
jullietrekken aan
zijtrekken aan

Präteritum (verleden tijd)

iktrok aan
jijtrok aan
hij/zij/hettrok aan
wijtrokken aan
jullietrokken aan
zijtrokken aan

Perfekt (voltooide tijd)

ikheb aangetrokken
jijhebt aangetrokken
hij/zij/hetheeft aangetrokken
wijhebben aangetrokken
julliehebben aangetrokken
zijhebben aangetrokken

Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ikhad aangetrokken
jijhad aangetrokken
hij/zij/hethad aangetrokken
wijhadden aangetrokken
julliehadden aangetrokken
zijhadden aangetrokken

Futur (toekomende tijd)

ikzal aantrekken
jijzult aantrekken
hij/zij/hetzal aantrekken
wijzullen aantrekken
julliezullen aantrekken
zijzullen aantrekken

Konditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou aantrekken
jijzou aantrekken
hij/zij/hetzou aantrekken
wijzouden aantrekken
julliezouden aantrekken
zijzouden aantrekken

aantrekken üben

Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.

1 von 60 ✓

Präsens

ik

So funktioniert dieses Verb

  • Unregelmäßiges Verb: Präteritum und Partizip folgen nicht dem regelmäßigen Muster mit -te/-de, also lerne die drei Formen zusammen: aantrekken, trok aan, aangetrokken.
  • Trennbares Verb. Im Hauptsatz geht die Vorsilbe aan ans Ende: ik trek aan. Im Nebensatz bleibt sie dran: ... dat ik aantrek, ... dat ik aantrok.
  • Im Partizip steht ge zwischen den beiden Teilen: aangetrokken.

Fragen zu niederländischen Verben

Was ist das Präteritum von aantrekken?

trok aan (ik, jij, hij/zij/het) und trokken aan (wij, jullie, zij).

Was ist das Partizip Perfekt von aantrekken?

aangetrokken, mit hebben: ik heb aangetrokken.

Wird aantrekken mit hebben oder zijn gebildet?

Mit hebben: ik heb aangetrokken, hij heeft aangetrokken.

Weitere Verben

Alle VerbenDe-oder-het-Prüfer

Willst du nicht mehr alles nachschlagen?

Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.

Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.