Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Irregular, separable

Aanvallen conjugation

aanvallen = to attack

Infinitive
aanvallen
Past
viel aan · vielen aan
Perfect
heeft aangevallen

Quick answer

Aanvallen means to attack. Past tense: viel aan (singular) and vielen aan (plural). Past participle: aangevallen, with hebben: ik heb aangevallen.

Practise aanvallen

Present (tegenwoordige tijd)

ikval aan
jijvalt aan
hij/zij/hetvalt aan
wijvallen aan
jullievallen aan
zijvallen aan

Past (verleden tijd)

ikviel aan
jijviel aan
hij/zij/hetviel aan
wijvielen aan
jullievielen aan
zijvielen aan

Perfect (voltooide tijd)

ikheb aangevallen
jijhebt aangevallen
hij/zij/hetheeft aangevallen
wijhebben aangevallen
julliehebben aangevallen
zijhebben aangevallen

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad aangevallen
jijhad aangevallen
hij/zij/hethad aangevallen
wijhadden aangevallen
julliehadden aangevallen
zijhadden aangevallen

Future (toekomende tijd)

ikzal aanvallen
jijzult aanvallen
hij/zij/hetzal aanvallen
wijzullen aanvallen
julliezullen aanvallen
zijzullen aanvallen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou aanvallen
jijzou aanvallen
hij/zij/hetzou aanvallen
wijzouden aanvallen
julliezouden aanvallen
zijzouden aanvallen

Practise aanvallen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: aanvallen, viel aan, aangevallen.
  • Separable verb. In a main clause the prefix aan goes to the end: ik val aan. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik aanval, ... dat ik aanviel.
  • In the participle, ge goes between the two parts: aangevallen.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of aanvallen?

viel aan (ik, jij, hij/zij/het) and vielen aan (wij, jullie, zij).

What is the past participle of aanvallen?

aangevallen, with hebben: ik heb aangevallen.

Is aanvallen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb aangevallen, hij heeft aangevallen.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.