Niveau A1 · Onregelmatig
Vervoeging van Eten
eten = to eat
- Hele werkwoord
- eten
- Verleden tijd
- at · aten
- Voltooide tijd
- heeft gegeten
Kort antwoord
Eten is in het Engels to eat. Verleden tijd: at (enkelvoud) en aten (meervoud). Voltooid deelwoord: gegeten, met hebben: ik heb gegeten.
Oefen etenTegenwoordige tijd
| ik | eet |
| jij | eet |
| hij/zij/het | eet |
| wij | eten |
| jullie | eten |
| zij | eten |
Verleden tijd
| ik | at |
| jij | at |
| hij/zij/het | at |
| wij | aten |
| jullie | aten |
| zij | aten |
Voltooide tijd
| ik | heb gegeten |
| jij | hebt gegeten |
| hij/zij/het | heeft gegeten |
| wij | hebben gegeten |
| jullie | hebben gegeten |
| zij | hebben gegeten |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gegeten |
| jij | had gegeten |
| hij/zij/het | had gegeten |
| wij | hadden gegeten |
| jullie | hadden gegeten |
| zij | hadden gegeten |
Toekomende tijd
| ik | zal eten |
| jij | zult eten |
| hij/zij/het | zal eten |
| wij | zullen eten |
| jullie | zullen eten |
| zij | zullen eten |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou eten |
| jij | zou eten |
| hij/zij/het | zou eten |
| wij | zouden eten |
| jullie | zouden eten |
| zij | zouden eten |
Oefen eten
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
1 van 60 ✓
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: eten, at, gegeten.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van eten?
at (ik, jij, hij/zij/het) en aten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van eten?
gegeten, met hebben: ik heb gegeten.
Gebruik je eten met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gegeten, hij heeft gegeten.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.