Niveau A1 · Onregelmatig
Vervoeging van Hebben
hebben = to have
- Hele werkwoord
- hebben
- Verleden tijd
- had · hadden
- Voltooide tijd
- heeft gehad
Kort antwoord
Hebben is in het Engels to have. Verleden tijd: had (enkelvoud) en hadden (meervoud). Voltooid deelwoord: gehad, met hebben: ik heb gehad.
Oefen hebbenTegenwoordige tijd
| ik | heb |
| jij | hebt |
| hij/zij/het | heeft |
| wij | hebben |
| jullie | hebben |
| zij | hebben |
Verleden tijd
| ik | had |
| jij | had |
| hij/zij/het | had |
| wij | hadden |
| jullie | hadden |
| zij | hadden |
Voltooide tijd
| ik | heb gehad |
| jij | hebt gehad |
| hij/zij/het | heeft gehad |
| wij | hebben gehad |
| jullie | hebben gehad |
| zij | hebben gehad |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gehad |
| jij | had gehad |
| hij/zij/het | had gehad |
| wij | hadden gehad |
| jullie | hadden gehad |
| zij | hadden gehad |
Toekomende tijd
| ik | zal hebben |
| jij | zult hebben |
| hij/zij/het | zal hebben |
| wij | zullen hebben |
| jullie | zullen hebben |
| zij | zullen hebben |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou hebben |
| jij | zou hebben |
| hij/zij/het | zou hebben |
| wij | zouden hebben |
| jullie | zouden hebben |
| zij | zouden hebben |
Oefen hebben
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
1 van 60 ✓
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: hebben, had, gehad.
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij hebt, maar heb jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van hebben?
had (ik, jij, hij/zij/het) en hadden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van hebben?
gehad, met hebben: ik heb gehad.
Gebruik je hebben met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gehad, hij heeft gehad.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.