Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Onregelmatig

Vervoeging van Liegen

liegen = to lie

Hele werkwoord
liegen
Verleden tijd
loog · logen
Voltooide tijd
heeft gelogen

Kort antwoord

Liegen is in het Engels to lie. Verleden tijd: loog (enkelvoud) en logen (meervoud). Voltooid deelwoord: gelogen, met hebben: ik heb gelogen.

Oefen liegen

Tegenwoordige tijd

iklieg
jijliegt
hij/zij/hetliegt
wijliegen
jullieliegen
zijliegen

Verleden tijd

ikloog
jijloog
hij/zij/hetloog
wijlogen
jullielogen
zijlogen

Voltooide tijd

ikheb gelogen
jijhebt gelogen
hij/zij/hetheeft gelogen
wijhebben gelogen
julliehebben gelogen
zijhebben gelogen

Voltooid verleden tijd

ikhad gelogen
jijhad gelogen
hij/zij/hethad gelogen
wijhadden gelogen
julliehadden gelogen
zijhadden gelogen

Toekomende tijd

ikzal liegen
jijzult liegen
hij/zij/hetzal liegen
wijzullen liegen
julliezullen liegen
zijzullen liegen

Voorwaardelijke wijs

ikzou liegen
jijzou liegen
hij/zij/hetzou liegen
wijzouden liegen
julliezouden liegen
zijzouden liegen

Oefen liegen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: liegen, loog, gelogen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij liegt, maar lieg jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van liegen?

loog (ik, jij, hij/zij/het) en logen (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van liegen?

gelogen, met hebben: ik heb gelogen.

Gebruik je liegen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gelogen, hij heeft gelogen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.