Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Opbellen

opbellen = to call up

Hele werkwoord
opbellen
Verleden tijd
belde op · belden op
Voltooide tijd
heeft opgebeld

Kort antwoord

Opbellen is in het Engels to call up. Verleden tijd: belde op (enkelvoud) en belden op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgebeld, met hebben: ik heb opgebeld.

Oefen opbellen

Tegenwoordige tijd

ikbel op
jijbelt op
hij/zij/hetbelt op
wijbellen op
julliebellen op
zijbellen op

Verleden tijd

ikbelde op
jijbelde op
hij/zij/hetbelde op
wijbelden op
julliebelden op
zijbelden op

Voltooide tijd

ikheb opgebeld
jijhebt opgebeld
hij/zij/hetheeft opgebeld
wijhebben opgebeld
julliehebben opgebeld
zijhebben opgebeld

Voltooid verleden tijd

ikhad opgebeld
jijhad opgebeld
hij/zij/hethad opgebeld
wijhadden opgebeld
julliehadden opgebeld
zijhadden opgebeld

Toekomende tijd

ikzal opbellen
jijzult opbellen
hij/zij/hetzal opbellen
wijzullen opbellen
julliezullen opbellen
zijzullen opbellen

Voorwaardelijke wijs

ikzou opbellen
jijzou opbellen
hij/zij/hetzou opbellen
wijzouden opbellen
julliezouden opbellen
zijzouden opbellen

Opbellen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik bel op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik opbel). Voltooid deelwoord: opgebeld.

Hoofdzinik bel op
Vraagbel jij op?
Bijzin… dat ik opbel
Met een modaal werkwoordik wil opbellen
Voltooide tijdik heb opgebeld
Met om ... teom op te bellen
Gebiedende wijsbel op!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen opbellen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is bel. In bellen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (belde, belden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (opgebeld).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik bel op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik opbel, ... dat ik opbelde.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgebeld.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van opbellen?

belde op (ik, jij, hij/zij/het) en belden op (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van opbellen?

opgebeld, met hebben: ik heb opgebeld.

Gebruik je opbellen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb opgebeld, hij heeft opgebeld.

Is opbellen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik bel op), in een bijzin blijft het vast (dat ik opbel). Voltooid deelwoord: opgebeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.