Niveau A1 · Modaal werkwoord
Vervoeging van Willen
willen = to want
- Hele werkwoord
- willen
- Verleden tijd
- wilde · wilden
- Voltooide tijd
- heeft gewild
Kort antwoord
Willen is in het Engels to want. Verleden tijd: wilde (enkelvoud) en wilden (meervoud). Voltooid deelwoord: gewild, met hebben: ik heb gewild.
Oefen willenTegenwoordige tijd
| ik | wil |
| jij | wilt |
| hij/zij/het | wil |
| wij | willen |
| jullie | willen |
| zij | willen |
Verleden tijd
| ik | wilde |
| jij | wilde |
| hij/zij/het | wilde |
| wij | wilden |
| jullie | wilden |
| zij | wilden |
Voltooide tijd
| ik | heb gewild |
| jij | hebt gewild |
| hij/zij/het | heeft gewild |
| wij | hebben gewild |
| jullie | hebben gewild |
| zij | hebben gewild |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gewild |
| jij | had gewild |
| hij/zij/het | had gewild |
| wij | hadden gewild |
| jullie | hadden gewild |
| zij | hadden gewild |
Toekomende tijd
| ik | zal willen |
| jij | zult willen |
| hij/zij/het | zal willen |
| wij | zullen willen |
| jullie | zullen willen |
| zij | zullen willen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou willen |
| jij | zou willen |
| hij/zij/het | zou willen |
| wij | zouden willen |
| jullie | zouden willen |
| zij | zouden willen |
Oefen willen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
1 van 60 ✓
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Modaal werkwoord: er volgt meestal een infinitief aan het eind van de zin, bijvoorbeeld: Ik wil morgen komen.
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij wilt, maar wil jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van willen?
wilde (ik, jij, hij/zij/het) en wilden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van willen?
gewild, met hebben: ik heb gewild.
Gebruik je willen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gewild, hij heeft gewild.
Meer werkwoorden
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.