Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De gele bus

Ik ben Rick, een leraar uit Den Haag.

Vandaag ga ik met mijn klas naar een museum.

Buiten valt regen tegen het raam.

Binnen ruikt het naar koffie en natte jassen.

Op mijn tafel ligt een grote kaart.

Naast de kaart staat mijn kopje koffie.

Ik pak mijn kopje, maar raak de kaart.

Een bruine vlek verschijnt midden op de zee.

Bisi kijkt naar mijn tafel en lacht.

Nu zwemmen de vissen in jouw koffie.

Dan blijven ze de hele nacht wakker, zeg ik.

Iedereen lacht, maar Bisi wordt daarna stil.

Ze kijkt naar haar telefoon.

Haar rode tas staat nog op haar stoel.

Normaal staat ze als eerste bij de deur.

Ga je mee naar het museum, vraag ik?

Ja, maar ik wil eerst mijn moeder bellen.

Haar moeder woont in Nigeria.

Bisi wil haar volgende maand bezoeken.

Ze heeft al een blauwe koffer gekocht.

Haar moeder houdt van blauw.

Net als zij.

Is er iets met je moeder, vraag ik?

Nee, maar er is een man ziek in Nigeria.

In andere landen in Afrika zijn ook mensen ziek.

Nu is dezelfde ziekte ook in Nigeria.

Ze draait haar telefoon langzaam tussen haar handen.

Mijn moeder werkt in een winkel.

Ik wil gewoon even haar stem horen.

Natuurlijk, zeg ik.

De bus vertrekt over twintig minuten.

Bisi loopt naar het raam en belt.

Ik stop de kaart in mijn tas.

Mijn brood ligt er al in.

Helaas ligt mijn dikke boek bovenop het brood.

Vandaag eet ik een heel dun broodje, zeg ik.

Tom houdt zijn lunch omhoog.

Mijn banaan ziet er nog goed uit.

Die heeft zeker geen boek op zijn hoofd.

Bij het raam begint Bisi zacht te lachen.

Ze praat nog even.

Even tussen door.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode

voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

En kom dan terug.

Mijn moeder zegt dat ik mijn jas moet sluiten.

Ze zit in Nigeria, maar ziet bijna mijn jas.

Moeders zien veel, zeg ik.

Ook zonder bril.

Bisi vertelt dat haar moeder vandaag gewoon werkt.

In het ziekenhuis zorgen artsen voor de zieke man.

Ze zoeken ook mensen die bij hem waren.

Bisi wil later meer horen over haar bezoek.

Vandaag ga ik eerst mee, zegt ze.

Mijn moeder wil een foto van het museum.

Buiten staat een gele bus.

De deuren gaan met een zacht geluid open.

We stappen in en zoeken een stoel.

Ik tel iedereen twee keer.

Tel je mij ook twee keer?

vraagt Tom.

Alleen als je twee kaartjes koopt.

Tijdens de rit kijken we naar de winkels.

Een man fietst met bloemen onder zijn arm.

Zijn gele bloemen passen mooi bij onze bus.

In het museum bekijken we oude boten.

Bisi maakt een foto van een kleine boot.

Daarna maakt ze een foto van onze klas.

Mijn haar staat recht omhoog door de wind.

Jouw haar wil ook varen, zeg ik.

Na het museum lopen we naar een winkel.

Bisi koopt een kaart met een blauwe zee.

Voor haar moeder schrijft ze een korte tekst.

Daarna stopt ze de kaart in haar rode tas.

We drinken thee aan een ronde tafel.

De thee is warm en ruikt naar munt.

Bisi kijkt nog één keer naar haar telefoon.

haar moeder stuurt een hartje en een foto.

Op de foto staat een grote blauwe koffer.

Zij telt ook de dagen, zegt Bisi.

Ik drink mijn thee en kijk naar de klas.

Ons bezoek is voorbij, maar iedereen praat nog.

Dat warme gevoel neem ik mee naar school.

Tot de volgende keer.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlandse zelfs als je stottert.

Tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause