Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De koperen tuin: Een jongen, een meisje en een fanfare

Stel je voor.

Je bent een kind van een jaar of tien.

Het is zomer en je hoort in de verte een fanfare spelen.

De zon schijnt, het publiek klapt en jij staat aan de rand van een tuin vol muziek.

Wat doe je?

Blijf je staan luisteren of loop je naar binnen.

Voor de jonge Wim is dat geen vraag.

Hij loopt naar binnen en die keuze verandert zijn leven.

Vandaag vertel ik je over De koperen tuin, een beroemde roman van Simon Vestdijk uit negentienhonderdvijftig.

Het is een verhaal over eerste liefde, over muziek die je nooit meer vergeet en over een zomer die je met je meedraagt.

Ik neem je mee naar een klein stadje in Nederland, waar een jongen een meisje ontmoet en waar een fanfare de hele buurt in beweging brengt.

Blijf luisteren, want dit verhaal zit vol verrassingen.

Het verhaal begint in een niet nader genoemd Nederlands stadje, rond het begin van de twintigste eeuw.

De hoofdpersoon is Wim, een jongen die opgroeit in een net gezin.

Zijn vader is huisarts en Wim zal later ook arts worden, maar op de basisschool is Wim vooral een dromer.

Hij houdt van muziek, al kan hij geen instrument bespelen.

Op een dag hoort hij de plaatselijke fanfare, De Koperen Tuin, spelen in de muziektuin.

Daar ziet hij voor het eerst Trix.

Trix is het dochtertje van de dirigent, meneer Vellinga.

Ze is mooi, zelfverzekerd en ze danst door de tuin alsof ze van niemand afhankelijk is.

Wim is meteen verkocht.

Hij raakt bevriend met Trix en haar broertje, en hij brengt steeds meer tijd door in de muziektuin.

De fanfare speelt vrolijke marsen en liedjes, en Wim leert de muziek van binnenuit kennen.

Maar al snel merkt hij dat er iets vreemds is in het gezin van Trix.

Haar vader is streng en driftig, en Trix lijkt soms bang voor hem.

Toch blijft wim gefascineerd.

Trix is als een geheim dat hij wil ontrafelen.

Jaren gaan voorbij.

Wim gaat naar de middelbare school en daarna naar de universiteit om medicijnen te studeren.

Hij verliest Trix uit het oog, maar vergeet haar nooit helemaal.

Op een dag, tijdens zijn studie, loopt hij haar weer tegen het lijf.

Trix is nu een jonge vrouw.

Ze is nog steeds mooi en levendig, maar er is iets veranderd.

Ze ziet bleek en ze lijkt nerveus.

Wim voelt meteen weer die oude vonk.

Ze raken aan de praat en Trix vertelt dat ze zanglessen neemt.

Ze droomt van een carrière als zangeres.

Wim biedt aan om haar te helpen.

Hij heeft verstand van muziek, zegt hij.

En hij kan haar begeleiden op de piano.

Trix stemt toe.

Zo beginnen ze elkaar regelmatig te zien.

Wim is in de wolken.

Hij denkt dat dit het begin is van iets moois.

Maar hij merkt al snel dat Trix niet altijd even vrolijk is.

Soms trekt ze zich terug en zegt ze dat ze zich niet goed voelt.

Wim, als toekomstig arts, wil haar helpen.

Hij vraagt wat er aan de hand is, maar Trix lacht het weg.

Ze zegt dat het niets is.

Gewoon zenuwen voor een optreden.

Wim zit naast Trix op een bankje in de muziektuin.

De fanfare is even stil.

Trix vertelt over haar vader.

Ze kijkt naar de grond als ze praat.

Mijn vader is een groot musicus, zegt ze.

Maar thuis is hij anders.

Hij wordt boos om kleine dingen.

Soms slaat hij.

Wim zegt niets.

Hij kijkt naar haar handen.

Ze trillen een beetje.

Dan lacht Trix weer.

Ze zegt dat het niet zo erg is.

Wim gelooft haar niet.

Hij wil iets zeggen, maar hij weet niet wat.

Wim loopt die avond naar huis.

Hij denkt aan Trix.

Hij wil haar beschermen.

Hij wil haar meenemen naar een plek waar niemand haar pijn doet.

Maar hij is nog maar een student.

Hij heeft geen geld.

Hij heeft geen huis.

Hij heeft alleen woorden.

De volgende dagen ziet hij Trix vaak.

Ze oefenen samen.

Maar er is ook een andere man.

Meneer Fluit.

Hij is ouder.

Hij draagt dure kleren.

Hij geeft Trix cadeaus.

Een ketting.

Een boek.

Bloemen.

Wim vertrouwt hem niet.

Hij vindt hem te glad.

Trix lacht om zijn grapjes.

Wim zwijgt.

Hij is bang dat hij Trix kwijtraakt.

Dus zegt hij niets.

Hij hoopt dat zijn liefde genoeg is.

De zomer is warm.

De fanfare geeft een groot concert.

Trix zal zingen.

Wim heeft dagen met haar geoefend.

Hij is zenuwachtig.

Als de avond valt, zit de tuin vol.

De lampen branden.

De muzikanten stemmen hun instrumenten.

Trix loopt het podium op.

Ze draagt een prachtige jurk.

Ze ziet er stralend uit.

Wim kijkt vanaf de zijkant.

Dan begint ze te zingen.

Haar stem is helder.

Het publiek is stil.

Wim voelt tranen in zijn ogen.

Na het laatste nummer klapt iedereen.

Trix buigt en lacht.

Wim wil naar haar toe rennen.

Maar dan ziet hij meneer Fluit.

Fluit staat op.

Even tussendoor.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Hij loopt naar voren.

Hij heeft een grote bos bloemen bij zich.

Trix neemt de bloemen aan.

Ze kust Fluit op zijn wang.

Wim voelt een steek in zijn hart.

Hij blijft staan.

Hij beseft dat hij niet de enige is.

Misschien is hij niet eens de belangrijkste.

Trix zoekt hem met haar ogen.

Maar Wim kijkt weg.

Hij draait zich om.

Hij loopt alleen naar huis.

De fanfare speelt nog.

Maar voor Wim is de muziek nu anders.

Na het concert gaat het bergafwaarts met Trix.

Ze is uitgeput en haar zankarrière komt niet van de grond.

Meneer Fluit verdwijnt plotseling uit haar leven, zonder uitleg.

Trix is wanhopig.

Ze zoekt troost bij Wim, maar tegelijkertijd duwt ze hem weg.

Wim probeert haar te helpen, maar hij is nog maar een student.

Hij weet niet hoe hij met haar depressie moet omgaan.

Dan gebeurt er iets verschrikkelijks.

Op een dag vindt Wim Trix in haar kamer.

Ze heeft te veel pillen geslikt.

Ze is bewusteloos.

Wim, in paniek, probeert haar wakker te maken.

Hij schudt haar door elkaar en schreeuwt haar naam.

Gelukkig komt ze langzaam bij.

Wim is opgelucht, maar ook boos.

Waarom heeft ze dit gedaan?

Trix huilt en zegt dat ze niet meer weet hoe ze verder moet.

Wim neemt haar in zijn armen en belooft dat hij voor haar zal zorgen.

Maar diep van binnen weet hij dat hij dat niet kan.

Hij is geen held.

Hij is maar een jongen die van haar houdt.

Na dit incident besluit Wim dat hij afstand moet nemen.

Hij beseft dat hij Trix niet kan redden.

Hij moet aan zijn eigen toekomst denken.

Hij gaat terug naar de universiteit en stort zich op zijn studie.

Maar hij kan Trix niet vergeten.

Elke keer als hij een fanfare hoort, denkt hij aan haar.

Jaren later is Wim een volwassen man.

Hij is huisarts geworden, net als zijn vader.

Hij woont in een andere stad en heeft een eigen praktijk.

Op een dag krijgt hij een uitnodiging voor een reunie van de fanfare.

Hij twijfelt.

Moet hij gaan?

Hij is bang om Trix weer te zien.

Maar nieuwsgierigheid wint.

Hij gaat.

In de muziektuin, die er nog precies zo uitziet als vroeger,

ontmoet hij oude bekenden.

Iedereen is ouder geworden.

Dan ziet hij Trix.

Ze is niet meer het mooie meisje van toen.

Ze ziet er vermoeid uit.

En ze is alleen.

Wim loopt naar haar toe.

Ze kijkt verrast op.

Ze praten wat.

Ongemakkelijk.

Trix vertelt dat ze nooit is getrouwd.

Ze heeft een tijd in het buitenland gewoond,

maar is teruggekomen naar het stadje.

Ze vraagt naar Wim's leven.

Hij vertelt over zijn werk en zijn gezin.

Er valt een stilte.

Dan zegt Trix.

Weet je, Wim.

Ik denk nog vaak aan die zomer, aan de muziek, aan jou.

Wim weet niet wat hij moet zeggen.

Hij voelt de oude pijn weer opkomen,

maar ook iets anders, medelijden.

Hij ziet dat Trix eenzaam is.

Hij wil iets doen, maar hij weet niet wat.

Uiteindelijk zegt hij dat hij moet gaan.

Ze nemen afscheid.

Wim loopt weg uit de tuin en hoort in de verte de fanfare spelen.

Het liedje van vroeger.

Hij beseft dat sommige dingen nooit veranderen

en sommige mensen nooit gelukkig worden.

Hij stapt in zijn auto en rijdt naar huis.

Wat maakt De koperen tuin zo bijzonder?

Het is een verhaal over de kracht van muziek.

Muziek brengt mensen samen, maar kan ook pijn doen.

Wim hoort in elke melodie de stem van Trix.

De fanfare is als een personage.

Altijd aanwezig, altijd spelend.

Maar het boek gaat ook over de onmogelijkheid om iemand anders te redden.

Wim wil Trix redden, maar hij kan het niet.

Hij leert dat liefde niet alles oplost.

Soms moet je iemand loslaten om zelf verder te kunnen.

Dat is een harde les, maar wel een die het verhaal eerlijk maakt.

Daarnaast laat Vestdijk zien hoe herinneringen ons leven vorm geven.

Wim kijkt terug op zijn jeugd met een mengeling van liefde en spijt.

De koperen tuin is de plek waar hij voor het eerst verliefd werd,

maar ook de plek waar hij voor het eerst teleurgesteld werd.

Die tuin staat symbool voor het verleden.

Mooi, maar voorgoed voorbij.

Aan het einde van het boek blijft Wim achter met zijn herinneringen.

Hij heeft Trix losgelaten, maar ze is niet uit zijn gedachten verdwenen.

De fanfare speelt door, ergens in de verte.

Het leven gaat verder.

Dit boek is de moeite waard omdat het zo eerlijk is over liefde en verlies.

Het is geen sprookje.

Het is een verhaal over echte mensen met echte problemen.

Vestdijk schrijft met veel gevoel voor de tuin.

De geur van de tuin, het geluid van de koperen instrumenten, de blik in Trix' ogen.

Je waant je echt in dat stadje, in die tijd.

Als je van muziek houdt of als je ooit verliefd bent geweest,

zul je dit boek herkennen.

Het raakt je, ook al is het soms verdrietig.

En wie weet, herken je iets van jezelf in Wim.

Een jongen die leert dat sommige liefdes niet bedoeld zijn om te blijven.

Klik op de woorden in het transcript op Dutch Fluency.com slash transcripts

om de vertalingen te zien en je Nederlandse woordenschat te vergroten.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause