Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Een stille dag in Terneuzen

Mijn wandelschoenen staan al bij de deur.

Dan ruikt nu iets vreemds.

Ruik jij dat ook rik, vraagt ze?

Ik zet mijn kopje op tafel en kijk naar buiten.

Uit een raam naast haar huis komt donkere roek.

Achter het glas zie ik een klein oranje licht.

Noor pak meteen haar telefoon en belt een in twee.

Ze noemt de straat en het nummer van het huis.

Dan trekt ze haar jas aan.

Kom, we gaan naar buiten, zegt ze.

Ik pak mijn jas en volgar naar de deur.

De lucht voelt koud op mijn gezicht.

Aan de overkant staan al mensen naar de roek te kijken.

Een vrouw draagt schoenen zonder socken.

Een man houdt een hond aan een korte lijn.

De hond wil naar huis, maar de man blijft staan.

Er komen grote rode auto's de straat in.

Mensen met dikke jassen en gele hoeden stappen uit.

Ze lopen met lange slangen naar de brand.

Er stromt water uit de slangen.

Een agent vraagt ons verder naar achteren te gaan.

We lopen naar de hoek van de straat.

Daar kunnen we niet alles meer zien.

We horen stemmen en het geluid van water.

Even tussen door bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Blijf maar daar, zegt haar baas door de telefoon.

Je hoeft vandaag niet naar de winkel.

Noor stopt de telefoon in haar jaszak.

Naast ons staat een vrouw met een blauwe tas.

Ze heet Zannen en woont naast Noor.

Mijn broer woont daar, zegt ze zacht.

Ze wijs naar een raam achter de roek.

Dan gaat haar telefoon en neemt ze snel op.

haar broer staat aan de andere kant van de straat.

Na een tijd zien we geen vuur meer.

Maar niemand mag nog naar de woningen terug.

Een agent vertelt dat er iemand dood is.

Even zegt niemand iets.

Zannen kijk naar de grond en Noor pak mijn hand.

Ik weet niet wat ik moet zeggen.

Daarom blijf ik gewoon naast haar staan.

In een paar woningen kunnen de mensen nu niet wonen.

Hun deuren blijven dicht.

Een vrouw vraagt wanneer ze weer naar binnen mag.

De agent weet het nog niet.

Ze kijk naar haar sleutel en stopt die weer weg.

haar huis is dichtbij, maar ze kan er niet in.

Later mogen Noor en ik terug naar haar huis.

Binnen staat de koude teen nog op tafel.

Alles lijkt hetzelfde, maar de dag voelt heel anders.

We gaan bij het raam zitten.

Buiten praten mensen zacht met elkaar.

Ik denk aan de persoon die dood is.

Mijn wandeling naar het water kan wel wachten.

Ik blijf vandaag bij Noor.

Ze zet twee glazen water op tafel.

Maar hoeven niet steeds iets te zeggen.

Soms zitten we alleen maar naast elkaar.

De gele fiets staat nu tegen een muur.

Tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause