Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Heidi: een meisje en de bergen

Stel je voor, je bent vijf jaar oud en je wordt naar een oude man gebracht die je nog nooit hebt gezien.

Hij woont hoog in de bergen, helemaal alleen.

Je hebt geen ouders meer die voor je kunnen zorgen.

Wat zou jij doen?

Dit overkomt Heidi, het meisje uit het berunde boek van Johanna Spierie.

Het boek heet gewoon Heidi en het kwam uit in 1881.

Meer dan 140 jaar geleden dus.

Toch voelt het verhaal nog steeds heel dichtbij.

Want het gaat over grote vragen.

Waar hoor ik thuis?

Wat betekent vriendelijkheid?

En kun je iemand veranderen door gewoon aardig te zijn?

Ik neem je vandaag mee naar de Zwitsers de Bergen.

We volgen Heidi van de bergen naar de stad en weer terug.

Onderweg ontmoet je een norsig grootvader, een vrolijke gijtenjonge

en een meisje in een rolstool.

En je ziet hoe één klein meisje het leven van iedereen om haar heen verandert.

Ga je mee?

Dan begin ik bij het begin.

Het verhaal begint in een klein dorp in Zwitsersland, aan de voet van de Bergen.

Daar woont een vrouw die date heet.

Ze zorgt voor Heidi, het dochtertje van haar overleden zes.

Heidi is pas vijf jaar, maar date heeft een nieuwe baan gevonden in de stad Frankvoert.

Verweg.

Ze kan niet voor Heidi blijven zorgen.

Dus besluit ze om Heidi naar de grootvader van het meisje te brengen.

Die grootvader woont hoog op de berg in een klein huis.

Hij staat bekend als een norsemang.

De mensen in het dorp zijn een beetje bang voor hem.

Ze zeggen dat hij vroeger veel heeft meegemaakt

en dat hij nu niemand wil zien.

vrouw schut haar hoofd.

De te doet net of ze het niet ziet.

Ze weet dat de grootvader niet aardig zal doen.

Ze weet dat hij haar misschien wegstuurt, maar ze heeft geen andere plek voor Heidi.

Ze moet het proberen.

Ze klimmen verder, hoger en hoger.

Het dorp wordt klein beneden en date houdt Heidi stevig vast.

Ze is bang dat het meisje struikelt, maar Heidi struikelt niet.

Ze loopt flink door.

De te zegt zacht, pijn aan boven.

Dan ziet ze het huis van de grootvader tussen de bomen.

Ze blijft even staan, ze haalt diep aadem.

Dan loopt ze verder.

Heidi vindt de berg meteen prachtig.

Ze ziet hoge bergen met sneeuw op de toppen.

Ze ziet groene wij landen vol bloemen.

Ze hoort vogels en het geluid van gij te bellen.

Ze ruikt de frisse lucht.

Ze huppelt naast date en geniet van alles.

Ze wijst naar de bloemen en lacht.

Ze vraagt hoe de berg je heten.

Date antwoord kort.

Heidi trekt zich er niets van aan.

Ze blijft kijken en wijzen.

Ze raapt een bloem op en stopt hem in haar zak.

Ze rent een stukje vooruit en dan weer terug.

De berg is groot en mooi en vol leven.

Heidi voelt zich hier meteen goed.

Ze weet nog niet wat er komen gaat.

Ze weet alleen dat dit de mooiste plek is die ze ooit heeft gezien.

Als ze bij het huis van de grootvader komen, staat de oude man buiten.

Hij kijkt streng.

Date ligt snel uit wat de bedoeling is.

Dan draait ze zich om en gaat weg.

Heidi blijft alleen achter bij een man die ze niet kent.

Maar Heidi is niet ban.

Ze kijkt naar de grootvader en zegt gewoon,

Hallo, de grootvader kijkt verbast.

Dit kleine meisje is niet bang voor hem.

Dat is nieuw.

Hij zegt niet terug.

Hij kijkt haar alleen maar aan.

Heidi wacht geduldig.

Ze kijkt naar zijn baart en naar zijn handen.

Ze zegt nog eens,

Hallo, dan draait ze zich om en kijkt naar de bergen.

Ze zegt dat het hier mooi is.

De grootvader blijft stilstaan.

Hij weet niet wat hij moet zeggen.

Hij had een bang kind verwacht.

Maar dit kind is anders.

Hij fronst zijn wenkbrauwen.

Dan loopt hij naar binnen.

Heidi loopt achter hem aan.

De eerste dagen zijn een beetje onwennig.

De grootvader weet niet goed wat hij met een kind moet doen.

Maar Heidi stelt zichzelf gewoon voor aan alles.

Ze ontdekt de geiten in de stal.

Ze ontmoet Peter.

Een jongen uit het dorp die elke dag de geiten van de bergbewoners naar de wei brengt.

Peter is eenvoudig en een beetje lui.

Maar hij is vriendelijk.

Heidi gaat elke dag met Peter en de geiten mee de berg op.

Ze leert de namen van de geiten.

Grietje en Zwartje.

Ze zit in het gras.

Ze kijkt naar de wolken.

En ze voelt zich vrij.

Ze praat tegen de geiten alsof het mensen zijn.

Ze aait ze over hun kop.

Ze lacht hard als ze springen.

De grootvader kijkt vanuit de verte toe.

Hij zegt nog niet veel.

Maar hij blijft wel kijken.

Hij ziet hoe blij het meisje is.

Hij ziet hoe ze met alles en iedereen praat.

Hij schudt zijn hoofd.

Maar niet boos.

Langzaam wordt de grootvader minder streng.

Hij maakt een stoel voor Heidi.

Hij zorgt voor eten.

Hij begint te lachen.

Heidi heeft iets in hem wakker gemaakt.

Op een ochtend staat de stoel klaar bij de tafel.

Heidi gaat erop zitten en wiebelt heen en weer.

Ze zegt dat de stoel fijn is.

De grootvader knikt alleen maar.

Maar zijn ogen lachen mee.

Bij het eten schuift hij haar brood toe.

Hij vraagt of ze genoeg heeft.

Heidi knikt met volle mond.

Hij kijkt naar haar en zegt niets.

Maar hij blijft zitten.

Hij gaat niet weg.

Hij luistert als ze vertelt over de geiten en over Peter.

Hij lacht als ze iets grappig zegt.

Het is een klein geluid.

Maar het is er.

Heidi hoort het en glimlacht.

Ze zegt opa lacht.

De grootvader kijkt weg.

Maar hij lacht nog een keer.

In het dorp wonen ook de oma van Peter en zijn moeder.

Ze zijn arm.

De oma is blind en kan niet meer goed zien.

Heidi gaat op bezoek.

Ze duwt de deur van het huisje open.

Het is er oud en koud.

Ze ziet dat de oma weinig te eten heeft.

Heidi gaat naast haar zitten.

Ze vertelt over de bergen en over de geiten.

Ze vertelt over Grietje en Zwartje.

De oma luistert graag.

Ze lacht om de verhalen.

Heidi leert dat niet iedereen het zo goed heeft als zij.

Ze leert ook dat ze kan helpen.

Een praatje of een stuk brood is al genoeg.

De grootvader ziet dat Heidi goed is voor de mensen in het dorp.

Hij ziet hoe ze bij de oma zit.

Hij ziet hoe ze helpt.

Dan wordt hij zelf ook iets milder voor de mensen.

Hij gaat naar het huisje van Peter en zijn moeder.

Hij repareert de oude muren.

Hij maakt het huisje warmer.

De mensen in het dorp kijken verbaasd.

Ze praten erover met elkaar.

De norse man doet iets goeds.

Zo verandert Heidi niet alleen de grootvader.

Ze verandert ook het dorp.

Dan komt Dete terug.

Ze heeft in Frankfurt een goede baan gevonden bij een rijke familie.

Die familie heeft een dochter die Clara heet.

Clara is ziek en kan niet lopen.

Ze zit in een rolstoel.

De familie zoekt een meisje dat met Clara kan spelen.

Dete denkt meteen aan Heidi.

Ze komt naar de berg om Heidi op te halen.

De grootvader staat buiten.

Hij wil dat niet.

Hij wordt boos.

Zijn stem wordt hard.

Maar Dete is de tante van Heidi.

Ze heeft het recht om te beslissen.

Heidi moet mee naar de stad.

Heidi moet afscheid nemen van de grootvader.

Ze moet afscheid nemen van Peter.

Ze moet afscheid nemen van de geiten.

Dat is verdrietig.

Heidi huilt.

Ze kijkt nog een keer om.

De grootvader kijkt haar na.

Even tussendoor.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Hij zegt niets.

Maar je voelt dat hij ook verdrietig is.

Dete pakt Heidi bij de hand.

Samen lopen ze de berg af.

Het huis van de grootvader wordt kleiner en kleiner.

In Frankfurt komt Heidi in een groot, deftig huis.

Alles is netjes en stil.

Er zijn regels.

Je moet je handen wassen.

Je moet netjes eten.

Je moet beleefd zijn.

Heidi is dat niet gewend.

Ze rent graag door de gang.

Ze klimt graag op de stoelen.

Ze praat graag hard.

De huishoudster, mevrouw Rottenmeier, is streng.

Ze kijkt boos naar Heidi.

Ze vindt Heidi maar een wild kind.

Ze probeert Heidi van alles te leren.

Hoe je je moet gedragen, hoe je moet praten, hoe je moet zitten.

Heidi doet haar best.

Ze wast haar handen, ze eet netjes, ze probeert stil te zitten.

Maar ze snapt niet waarom alles zo precies moet.

Ze mist de bergen, ze mist de geiten, ze mist de grootvader.

Soms zit ze bij het raam.

Ze kijkt naar buiten.

Ze ziet geen bergen, ze ziet alleen hoge huizen.

Dan huilt ze in bed.

Ze voelt zich alleen.

Maar er is ook Clara.

Clara is een lief meisje.

Ze zit in haar rolstoel en ze verveelt zich vaak.

Ze is blij met Heidi.

Heidi vertelt haar over de bergen.

Ze vertelt over de geiten en over Peter.

Ze vertelt over de sneeuw en de bloemen.

Clara luistert met grote ogen.

Ze wil alles weten.

Samen bedenken ze spelletjes.

Heidi leert Clara lachen.

Toch wordt het gemis te groot.

Heidi begint slecht te slapen.

Ze wordt mager en stil.

Ze droomt van de bergen.

Op een dag doet ze iets wat niet mag.

Ze neemt een paar jonge katjes mee naar binnen.

Mevrouw Rottenmeier wordt heel boos.

Heidi begrijpt niet waarom.

Ze probeert uit te leggen dat de katjes alleen maar honger hadden, maar niemand luistert.

Heidi voelt zich steeds ongelukkiger.

Ze wil naar huis.

Ze wil naar de grootvader.

Ze wil naar de bergen.

De doctor komt kijken.

Hij kijkt naar Heidi en schudt zijn hoofd.

Hij zegt dat Heidi moet teruggaan naar waar ze vandaan komt.

Anders wordt ze echt ziek.

De familie besluit haar terug te sturen.

Eindelijk.

De terugreis is lang, maar Heidi is blij.

Ze ziet de bergen weer.

Ze ruikt de lucht.

Ze hoort de vogels.

Als ze bij het huis van de grootvader komt staat hij buiten.

Hij kijkt haar aan en dan opent hij zijn armen.

Heidi rent naar hem toe.

Ze huilen allebei een beetje.

Vanaf dat moment is alles anders.

De grootvader is niet meer de norse man van vroeger.

Hij is een lieve opa geworden.

Heidi gaat weer met Peter en de geiten de berg op.

Ze bezoekt de oma van Peter.

Ze helpt waar ze kan.

Ze is weer thuis.

En?

Ze is gelukkig.

Clara zit thuis in Frankfurt bij het raam.

Ze kijkt naar buiten, maar ze ziet de tuin niet echt.

Ze denkt aan Heidi.

Ze mist haar vriendin elke dag.

Ze pakt papier en een pen.

Ze schrijft een brief aan Heidi op de berg.

Ze vraagt hoe het gaat met de geiten en met Peter.

Ze schrijft dat het huis stil is zonder Heidi.

Ze vouwt de brief netjes dubbel.

Ze hoopt zo dat Heidi terug schrijft.

Heidi krijgt de brief en wordt meteen blij.

Ze gaat zitten en schrijft terug.

Ze vertelt over de bergen en over de bloemen.

Ze vertelt dat de grootvader weer lacht.

Ze schrijft dat Clara beslist eens moet komen.

Ze vraagt of Clara dat durft.

De brief gaat op de post.

Clara leest hem wel drie keer.

Ze laat hem aan haar grootmoeder zien.

Haar grootmoeder zegt dat ze samen naar het dorp kunnen reizen.

Clara durft het aan.

Even later maken ze de reis echt.

Clara komt aan in het dorp en kijkt haar ogen uit.

Ze ziet de bergen met eigen ogen.

Ze voelt de wind op haar wangen.

Ze ruikt de bloemen in het gras.

Ze mag een tijdje blijven en slaapt in het huis van de grootvader.

Heidi en Peter nemen haar mee naar de wei.

Clara zit in haar rolstoel, maar ze geniet van alles.

De grootvader zorgt goed voor haar.

Hij geeft haar speciale melk en vers brood.

Clara wordt sterker.

Ze lacht meer.

Ze durft meer.

Op een zonnige ochtend zit Clara in het gras bij de wei.

Heidi zit naast haar en Peter staat erbij.

De grootvader heeft gezegd dat Clara moet proberen om op te staan.

Clara kijkt naar haar benen en slikt.

Ze is bang.

Ze zegt zacht dat ze het niet durft.

Heidi pakt haar hand en zegt dat ze het samen doen.

Peter knielt naast haar neer.

Clara zet haar voeten in het gras.

Ze duwt zich omhoog met haar armen.

Ze staat.

Ze wankelt een beetje.

Heidi houdt haar stevig vast.

Clara haalt diep adem en zet een stap.

Dan nog een.

Ze loopt een paar passen over het gras.

Het is moeilijk, maar ze kan het.

Heidi springt in het rond van blijdschap.

Peter roept hard dat ze het doet.

Clara huilt van geluk.

De grootvader komt dichterbij en glimlacht naar haar.

Clara is niet meer het zieke meisje in de rolstoel.

Ze is een meisje dat kan lopen.

Ze gaat naast Heidi zitten en lacht door haar traene heen.

Aan het einde van het boek is iedereen gelukkiger dan aan het begin.

Begrootvader is geen norse man meer.

Hij is een lieve opa die voor Heidi zorgt.

Hij lacht en praat met de mensen uit het dorp.

Heidi is thuis.

Ze heeft haar bergen, haar gijten en haar vrienden.

Clara is sterker en kan lopen.

Ze blijft nog even op de berg en geniet van elke dag.

Peter is iets minder luid geworden.

Hij helpt vaak mee met de geiten.

De oma van Peter heeft het beter.

Ze krijgt eten en gezelschap.

Het dorp kijkt anders naar de grootvader.

De mensen groeten hem nu gewoon.

En dat allemaal door een klein meisje dat gewoon zichzelf bleef.

Heidi heeft niets groot gedaan.

Ze was niet rijk, ze was niet slim in de zin van school.

Maar ze was vriendelijk, ze was eerlijk, ze heelt van de mensen om zich heen.

Ze deelde haar brood en haar verhalen.

Ze zong en ze huppelde door het gras.

Ze vroeg nooit iets terug en juist daardoor veranderde er iets in iedereen die ze ontmoeten.

Wat maakt dit boek zo bijzonder?

Ik denk dat het gaat over twee eenvoudige ideeën.

Het eerste is dat thuis niet een plek is, maar een gevoel.

Heidi voelt zich thuis in de bergen.

Ook al is het huis van de grootvader klein en oud.

Ze voelt zich niet thuis in het grote huis in Frankvoert.

Ook al is daar alles netjes en rijk.

Thuis is waar mensen van je houden.

Het tweede idee is dat vriendelijkheid besmetelijk is.

Heidi is aardig voor de grootvader en hij wordt aardiger voor andere.

Ze is aardig voor Clara en Clara wordt sterker.

Ze is aardig voor de Oma van Peter en de Oma voelt zich minder alleen.

Een persoon kan een hele omgeving veranderen.

Gewoon door goed te zijn.

Ik hoop dat je genoten hebt van dit verhaal.

Heidi is een boek dat je meeneen naar een andere wereld.

Maar je leert ook iets over jezelf.

Het laat zien dat je niet perfect hoeft te zijn om iets goed te doen.

Je hoeft alleen maar te geven om de mensen om je heen.

En dat is iets wat iedereen kan.

Als je dit verhaal mooi vond, dan raad ik je aan om het boek zelf te lezen.

Het is niet te moeilijk en er zijn veel vertalingen.

Je kunt ook de Nederlandse versie proberen.

En als je meer wilt oefenen met luisteren en lezen, dan heb ik nog een tip voor je.

Op Dutchfluincipt.com slash transcript vind je de tekst van deze aflevering.

Daar kun je op woorden ticken en dan zie je meteen de vertaling.

Zo leer je nieuwe woorden zonder te stoppen met luisteren.

Ga daar eens kijken.

En dan zie ik je morgen weer bij je nieuw boek.

Tot dan!

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause