Dutch Fluency
Mein Niveau findenNiveau
Anmelden

Niveau B1 · Unregelmäßig, trennbar

Aanrijden konjugieren

aanrijden = zusammenstoßen, heranfahren

Infinitiv
aanrijden
Präteritum
reed aan · reden aan
Perfekt
heeft / is aangereden

Kurze Antwort

Aanrijden bedeutet zusammenstoßen, heranfahren. Präteritum: reed aan (Singular) und reden aan (Plural). Partizip Perfekt: aangereden, mit hebben / zijn: ik heb / ben aangereden.

aanrijden üben

Präsens (tegenwoordige tijd)

ikrij aan
jijrijdt aan
hij/zij/hetrijdt aan
wijrijden aan
jullierijden aan
zijrijden aan

Präteritum (verleden tijd)

ikreed aan
jijreed aan
hij/zij/hetreed aan
wijreden aan
julliereden aan
zijreden aan

Perfekt (voltooide tijd)

ikheb / ben aangereden
jijhebt / bent aangereden
hij/zij/hetheeft / is aangereden
wijhebben / zijn aangereden
julliehebben / zijn aangereden
zijhebben / zijn aangereden

Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ikhad / was aangereden
jijhad / was aangereden
hij/zij/hethad / was aangereden
wijhadden / waren aangereden
julliehadden / waren aangereden
zijhadden / waren aangereden

Futur (toekomende tijd)

ikzal aanrijden
jijzult aanrijden
hij/zij/hetzal aanrijden
wijzullen aanrijden
julliezullen aanrijden
zijzullen aanrijden

Konditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou aanrijden
jijzou aanrijden
hij/zij/hetzou aanrijden
wijzouden aanrijden
julliezouden aanrijden
zijzouden aanrijden

Aanrijden ist ein trennbares Verb

Im Hauptsatz rückt aan ans Ende (ik rij aan). Im Nebensatz bleiben die beiden Teile zusammen (dat ik aanrij). Partizip: aangereden.

Hauptsatzik rij aan
Fragerij jij aan?
Nebensatz… dat ik aanrij
Mit Modalverbik wil aanrijden
Perfektik heb / ben aangereden
Mit om ... teom aan te rijden
Imperativrij aan!

Trennbare Verben: Regeln und Prüfer

aanrijden üben

Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.

1 von 60 ✓

Präsens

ik

aanrijden im Satz

Setze die richtige Form ein. Der Satz verrät dir, wer handelt und wann. Nach der Prüfung siehst du, was er bedeutet.

  1. Präsens

    Een snelle auto vaak een fietser op die weg.

  2. Präteritum

    Gisteren een vrachtwagen een voetganger .

  3. Perfekt

    De automobilist een fietser .

  4. Perfekt

    Mijn broer gisteren tegen een paal .

So funktioniert dieses Verb

  • Unregelmäßiges Verb: Präteritum und Partizip folgen nicht dem regelmäßigen Muster mit -te/-de, also lerne die drei Formen zusammen: aanrijden, reed aan, aangereden.
  • Trennbares Verb. Im Hauptsatz geht die Vorsilbe aan ans Ende: ik rij aan. Im Nebensatz bleibt sie dran: ... dat ik aanrij, ... dat ik aanreed.
  • Im Partizip steht ge zwischen den beiden Teilen: aangereden.
  • Hebben oder zijn: hebben für die Tätigkeit selbst, zijn, wenn du sagst, wohin oder was sich verändert hat. De automobilist heeft een fietser aangereden. Hij is tegen een boom aangereden.

Fragen zu niederländischen Verben

Was ist das Präteritum von aanrijden?

reed aan (ik, jij, hij/zij/het) und reden aan (wij, jullie, zij).

Was ist das Partizip Perfekt von aanrijden?

aangereden, je nach Bedeutung mit hebben oder zijn: De automobilist heeft een fietser aangereden. Hij is tegen een boom aangereden.

Wird aanrijden mit hebben oder zijn gebildet?

Beides, je nach Bedeutung: De automobilist heeft een fietser aangereden. Hij is tegen een boom aangereden.

Ist aanrijden ein trennbares Verb?

Ja. Im Hauptsatz rückt aan ans Ende (ik rij aan), im Nebensatz bleibt es am Verb (dat ik aanrij). Partizip: aangereden.

Weitere Verben

Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer

Willst du nicht mehr alles nachschlagen?

Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.

Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.