Niveau A2 · Unregelmäßig
Springen konjugieren
springen = springen
- Infinitiv
- springen
- Präteritum
- sprong · sprongen
- Perfekt
- heeft / is gesprongen
Kurze Antwort
Springen bedeutet springen. Präteritum: sprong (Singular) und sprongen (Plural). Partizip Perfekt: gesprongen, mit hebben / zijn: ik heb / ben gesprongen.
springen übenPräsens (tegenwoordige tijd)
| ik | spring |
| jij | springt |
| hij/zij/het | springt |
| wij | springen |
| jullie | springen |
| zij | springen |
Präteritum (verleden tijd)
| ik | sprong |
| jij | sprong |
| hij/zij/het | sprong |
| wij | sprongen |
| jullie | sprongen |
| zij | sprongen |
Perfekt (voltooide tijd)
| ik | heb / ben gesprongen |
| jij | hebt / bent gesprongen |
| hij/zij/het | heeft / is gesprongen |
| wij | hebben / zijn gesprongen |
| jullie | hebben / zijn gesprongen |
| zij | hebben / zijn gesprongen |
Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)
| ik | had / was gesprongen |
| jij | had / was gesprongen |
| hij/zij/het | had / was gesprongen |
| wij | hadden / waren gesprongen |
| jullie | hadden / waren gesprongen |
| zij | hadden / waren gesprongen |
Futur (toekomende tijd)
| ik | zal springen |
| jij | zult springen |
| hij/zij/het | zal springen |
| wij | zullen springen |
| jullie | zullen springen |
| zij | zullen springen |
Konditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou springen |
| jij | zou springen |
| hij/zij/het | zou springen |
| wij | zouden springen |
| jullie | zouden springen |
| zij | zouden springen |
springen üben
Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.
Präsens
So funktioniert dieses Verb
- Unregelmäßiges Verb: Präteritum und Partizip folgen nicht dem regelmäßigen Muster mit -te/-de, also lerne die drei Formen zusammen: springen, sprong, gesprongen.
- Steht jij hinter dem Verb, fällt das -t weg: jij springt, aber spring jij?
- Hebben oder zijn: hebben für die Tätigkeit selbst, zijn, wenn du sagst, wohin oder was sich verändert hat. De kinderen hebben op het bed gesprongen. Hij is in het water gesprongen.
Fragen zu niederländischen Verben
Was ist das Präteritum von springen?
sprong (ik, jij, hij/zij/het) und sprongen (wij, jullie, zij).
Was ist das Partizip Perfekt von springen?
gesprongen, je nach Bedeutung mit hebben oder zijn: De kinderen hebben op het bed gesprongen. Hij is in het water gesprongen.
Wird springen mit hebben oder zijn gebildet?
Beides, je nach Bedeutung: De kinderen hebben op het bed gesprongen. Hij is in het water gesprongen.
Weitere Verben
Willst du nicht mehr alles nachschlagen?
Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.
Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.