Level B1 · Regular, separable
Samenwerken conjugation
samenwerken = to work together, cooperate
- Infinitive
- samenwerken
- Past
- werkte samen · werkten samen
- Perfect
- heeft samengewerkt
Quick answer
Samenwerken means to work together, cooperate. Past tense: werkte samen (singular) and werkten samen (plural). Past participle: samengewerkt, with hebben: ik heb samengewerkt.
Practise samenwerkenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | werk samen |
| jij | werkt samen |
| hij/zij/het | werkt samen |
| wij | werken samen |
| jullie | werken samen |
| zij | werken samen |
Past (verleden tijd)
| ik | werkte samen |
| jij | werkte samen |
| hij/zij/het | werkte samen |
| wij | werkten samen |
| jullie | werkten samen |
| zij | werkten samen |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb samengewerkt |
| jij | hebt samengewerkt |
| hij/zij/het | heeft samengewerkt |
| wij | hebben samengewerkt |
| jullie | hebben samengewerkt |
| zij | hebben samengewerkt |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had samengewerkt |
| jij | had samengewerkt |
| hij/zij/het | had samengewerkt |
| wij | hadden samengewerkt |
| jullie | hadden samengewerkt |
| zij | hadden samengewerkt |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal samenwerken |
| jij | zult samenwerken |
| hij/zij/het | zal samenwerken |
| wij | zullen samenwerken |
| jullie | zullen samenwerken |
| zij | zullen samenwerken |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou samenwerken |
| jij | zou samenwerken |
| hij/zij/het | zou samenwerken |
| wij | zouden samenwerken |
| jullie | zouden samenwerken |
| zij | zouden samenwerken |
Practise samenwerken
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is werk. The infinitive werken has k before -en, one of the sounds in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -te (werkte, werkten) and the participle ends in -t (samengewerkt).
- Separable verb. In a main clause the prefix samen goes to the end: ik werk samen. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik samenwerk, ... dat ik samenwerkte.
- In the participle, ge goes between the two parts: samengewerkt.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of samenwerken?
werkte samen (ik, jij, hij/zij/het) and werkten samen (wij, jullie, zij).
What is the past participle of samenwerken?
samengewerkt, with hebben: ik heb samengewerkt.
Is samenwerken used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb samengewerkt, hij heeft samengewerkt.
More verbs
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.