Dutch Fluency
Узнать свой уровеньУровень
Войти

Уровень A2 · Неправильный

Спряжение Springen

springen = прыгать

Инфинитив
springen
Прошедшее
sprong · sprongen
Перфект
heeft / is gesprongen

Короткий ответ

Springen значит «прыгать». Прошедшее время: sprong (ед. ч.) и sprongen (мн. ч.). Причастие (voltooid deelwoord): gesprongen, с hebben / zijn: ik heb / ben gesprongen.

Практика: springen

Настоящее (tegenwoordige tijd)

ikspring
jijspringt
hij/zij/hetspringt
wijspringen
julliespringen
zijspringen

Прошедшее (verleden tijd)

iksprong
jijsprong
hij/zij/hetsprong
wijsprongen
julliesprongen
zijsprongen

Перфект (voltooide tijd)

ikheb / ben gesprongen
jijhebt / bent gesprongen
hij/zij/hetheeft / is gesprongen
wijhebben / zijn gesprongen
julliehebben / zijn gesprongen
zijhebben / zijn gesprongen

Плюсквамперфект (voltooid verleden tijd)

ikhad / was gesprongen
jijhad / was gesprongen
hij/zij/hethad / was gesprongen
wijhadden / waren gesprongen
julliehadden / waren gesprongen
zijhadden / waren gesprongen

Будущее (toekomende tijd)

ikzal springen
jijzult springen
hij/zij/hetzal springen
wijzullen springen
julliezullen springen
zijzullen springen

Условное наклонение (voorwaardelijke wijs)

ikzou springen
jijzou springen
hij/zij/hetzou springen
wijzouden springen
julliezouden springen
zijzouden springen

Практика: springen

Шесть коротких форм. Введите ответ, нажмите Enter и сразу узнайте, верно ли.

1 из 60 ✓

Настоящее

ik

Как работает этот глагол

  • Неправильный глагол: прошедшее время и причастие не следуют правилу -te/-de, поэтому учите три формы вместе: springen, sprong, gesprongen.
  • Когда jij стоит после глагола, -t отпадает: jij springt, но spring jij?
  • Hebben или zijn: hebben для самого действия, zijn, когда вы говорите, куда или что изменилось. De kinderen hebben op het bed gesprongen. Hij is in het water gesprongen.

Вопросы о нидерландских глаголах

Какое прошедшее время у springen?

sprong (ik, jij, hij/zij/het) и sprongen (wij, jullie, zij).

Какое причастие (voltooid deelwoord) у springen?

gesprongen, с hebben или zijn в зависимости от значения: De kinderen hebben op het bed gesprongen. Hij is in het water gesprongen.

С чем употребляется springen: с hebben или с zijn?

С обоими, в зависимости от значения: De kinderen hebben op het bed gesprongen. Hij is in het water gesprongen.

Другие глаголы

Все глаголыПроверка de или het

Хотите перестать всё проверять?

Бесплатный тест уровня покажет, где сейчас ваш нидерландский и что учить дальше.

Формы сверены с Викисловарём. Сложные времена строятся с hebben, zijn, zullen и zou.