Niveau A2 · Regelmäßig
Wandelen konjugieren
wandelen = spazieren gehen
- Infinitiv
- wandelen
- Präteritum
- wandelde · wandelden
- Perfekt
- heeft / is gewandeld
Kurze Antwort
Wandelen bedeutet spazieren gehen. Präteritum: wandelde (Singular) und wandelden (Plural). Partizip Perfekt: gewandeld, mit hebben / zijn: ik heb / ben gewandeld.
wandelen übenPräsens (tegenwoordige tijd)
| ik | wandel |
| jij | wandelt |
| hij/zij/het | wandelt |
| wij | wandelen |
| jullie | wandelen |
| zij | wandelen |
Präteritum (verleden tijd)
| ik | wandelde |
| jij | wandelde |
| hij/zij/het | wandelde |
| wij | wandelden |
| jullie | wandelden |
| zij | wandelden |
Perfekt (voltooide tijd)
| ik | heb / ben gewandeld |
| jij | hebt / bent gewandeld |
| hij/zij/het | heeft / is gewandeld |
| wij | hebben / zijn gewandeld |
| jullie | hebben / zijn gewandeld |
| zij | hebben / zijn gewandeld |
Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)
| ik | had / was gewandeld |
| jij | had / was gewandeld |
| hij/zij/het | had / was gewandeld |
| wij | hadden / waren gewandeld |
| jullie | hadden / waren gewandeld |
| zij | hadden / waren gewandeld |
Futur (toekomende tijd)
| ik | zal wandelen |
| jij | zult wandelen |
| hij/zij/het | zal wandelen |
| wij | zullen wandelen |
| jullie | zullen wandelen |
| zij | zullen wandelen |
Konditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou wandelen |
| jij | zou wandelen |
| hij/zij/het | zou wandelen |
| wij | zouden wandelen |
| jullie | zouden wandelen |
| zij | zouden wandelen |
wandelen üben
Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.
Präsens
So funktioniert dieses Verb
- Regelmäßiges Verb. Der Stamm ist wandel. Im Infinitiv wandelen steht l vor -en, und das gehört nicht zu 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), deshalb bekommt das Präteritum -de (wandelde, wandelden) und das Partizip endet auf -d (gewandeld).
- Steht jij hinter dem Verb, fällt das -t weg: jij wandelt, aber wandel jij?
- Hebben oder zijn: hebben für die Tätigkeit selbst, zijn, wenn du sagst, wohin oder was sich verändert hat. We hebben in het bos gewandeld. We zijn naar het dorp gewandeld.
Fragen zu niederländischen Verben
Was ist das Präteritum von wandelen?
wandelde (ik, jij, hij/zij/het) und wandelden (wij, jullie, zij).
Was ist das Partizip Perfekt von wandelen?
gewandeld, je nach Bedeutung mit hebben oder zijn: We hebben in het bos gewandeld. We zijn naar het dorp gewandeld.
Wird wandelen mit hebben oder zijn gebildet?
Beides, je nach Bedeutung: We hebben in het bos gewandeld. We zijn naar het dorp gewandeld.
Weitere Verben
Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer
Willst du nicht mehr alles nachschlagen?
Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.
Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.