Level A2 · Regular
Voelen conjugation
voelen = to feel
- Infinitive
- voelen
- Past
- voelde · voelden
- Perfect
- heeft gevoeld
Quick answer
Voelen means to feel. Past tense: voelde (singular) and voelden (plural). Past participle: gevoeld, with hebben: ik heb gevoeld.
Practise voelenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | voel |
| jij | voelt |
| hij/zij/het | voelt |
| wij | voelen |
| jullie | voelen |
| zij | voelen |
Past (verleden tijd)
| ik | voelde |
| jij | voelde |
| hij/zij/het | voelde |
| wij | voelden |
| jullie | voelden |
| zij | voelden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb gevoeld |
| jij | hebt gevoeld |
| hij/zij/het | heeft gevoeld |
| wij | hebben gevoeld |
| jullie | hebben gevoeld |
| zij | hebben gevoeld |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had gevoeld |
| jij | had gevoeld |
| hij/zij/het | had gevoeld |
| wij | hadden gevoeld |
| jullie | hadden gevoeld |
| zij | hadden gevoeld |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal voelen |
| jij | zult voelen |
| hij/zij/het | zal voelen |
| wij | zullen voelen |
| jullie | zullen voelen |
| zij | zullen voelen |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou voelen |
| jij | zou voelen |
| hij/zij/het | zou voelen |
| wij | zouden voelen |
| jullie | zouden voelen |
| zij | zouden voelen |
Practise voelen
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is voel. The infinitive voelen has l before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (voelde, voelden) and the participle ends in -d (gevoeld).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij voelt, but voel jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of voelen?
voelde (ik, jij, hij/zij/het) and voelden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of voelen?
gevoeld, with hebben: ik heb gevoeld.
Is voelen used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb gevoeld, hij heeft gevoeld.
More verbs
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.