Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Regular

Wandelen conjugation

wandelen = to walk

Infinitive
wandelen
Past
wandelde · wandelden
Perfect
heeft / is gewandeld

Quick answer

Wandelen means to walk. Past tense: wandelde (singular) and wandelden (plural). Past participle: gewandeld, with hebben / zijn: ik heb / ben gewandeld.

Practise wandelen

Present (tegenwoordige tijd)

ikwandel
jijwandelt
hij/zij/hetwandelt
wijwandelen
julliewandelen
zijwandelen

Past (verleden tijd)

ikwandelde
jijwandelde
hij/zij/hetwandelde
wijwandelden
julliewandelden
zijwandelden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb / ben gewandeld
jijhebt / bent gewandeld
hij/zij/hetheeft / is gewandeld
wijhebben / zijn gewandeld
julliehebben / zijn gewandeld
zijhebben / zijn gewandeld

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad / was gewandeld
jijhad / was gewandeld
hij/zij/hethad / was gewandeld
wijhadden / waren gewandeld
julliehadden / waren gewandeld
zijhadden / waren gewandeld

Future (toekomende tijd)

ikzal wandelen
jijzult wandelen
hij/zij/hetzal wandelen
wijzullen wandelen
julliezullen wandelen
zijzullen wandelen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou wandelen
jijzou wandelen
hij/zij/hetzou wandelen
wijzouden wandelen
julliezouden wandelen
zijzouden wandelen

Practise wandelen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is wandel. The infinitive wandelen has l before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (wandelde, wandelden) and the participle ends in -d (gewandeld).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij wandelt, but wandel jij?
  • Hebben or zijn: hebben for the activity itself, zijn when you say where to or what changed. We hebben in het bos gewandeld. We zijn naar het dorp gewandeld.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of wandelen?

wandelde (ik, jij, hij/zij/het) and wandelden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of wandelen?

gewandeld, with hebben or zijn depending on the meaning: We hebben in het bos gewandeld. We zijn naar het dorp gewandeld.

Is wandelen used with hebben or zijn?

Both, depending on the meaning: We hebben in het bos gewandeld. We zijn naar het dorp gewandeld.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.