Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Activeren

activeren = activar

Infinitivo
activeren
Pasado
activeerde · activeerden
Perfecto
heeft geactiveerd

Respuesta rápida

Activeren significa activar. Pasado: activeerde (singular) y activeerden (plural). Participio: geactiveerd, con hebben: ik heb geactiveerd.

Practica activeren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikactiveer
jijactiveert
hij/zij/hetactiveert
wijactiveren
jullieactiveren
zijactiveren

Pasado (verleden tijd)

ikactiveerde
jijactiveerde
hij/zij/hetactiveerde
wijactiveerden
jullieactiveerden
zijactiveerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geactiveerd
jijhebt geactiveerd
hij/zij/hetheeft geactiveerd
wijhebben geactiveerd
julliehebben geactiveerd
zijhebben geactiveerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geactiveerd
jijhad geactiveerd
hij/zij/hethad geactiveerd
wijhadden geactiveerd
julliehadden geactiveerd
zijhadden geactiveerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal activeren
jijzult activeren
hij/zij/hetzal activeren
wijzullen activeren
julliezullen activeren
zijzullen activeren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou activeren
jijzou activeren
hij/zij/hetzou activeren
wijzouden activeren
julliezouden activeren
zijzouden activeren

Practica activeren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

activeren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Jij je nieuwe bankpas via de app.

  2. Pasado

    De technicus het alarm gisteren weer.

  3. Pretérito perfecto

    Ik mijn account vanmorgen eindelijk .

  4. Oración subordinada

    Het licht gaat aan als je de sensor .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es activeer. En el infinitivo activeren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (activeerde, activeerden) y el participio termina en -d (geactiveerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij activeert, pero activeer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de activeren?

activeerde (ik, jij, hij/zij/het) y activeerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de activeren?

geactiveerd, con hebben: ik heb geactiveerd.

¿El verbo activeren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geactiveerd, hij heeft geactiveerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.