Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Bannen

bannen = prohibir

Infinitivo
bannen
Pasado
bande · banden
Perfecto
heeft geband

Respuesta rápida

Bannen significa prohibir. Pasado: bande (singular) y banden (plural). Participio: geband, con hebben: ik heb geband.

Practica bannen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikban
jijbant
hij/zij/hetbant
wijbannen
julliebannen
zijbannen

Pasado (verleden tijd)

ikbande
jijbande
hij/zij/hetbande
wijbanden
julliebanden
zijbanden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geband
jijhebt geband
hij/zij/hetheeft geband
wijhebben geband
julliehebben geband
zijhebben geband

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geband
jijhad geband
hij/zij/hethad geband
wijhadden geband
julliehadden geband
zijhadden geband

Futuro (toekomende tijd)

ikzal bannen
jijzult bannen
hij/zij/hetzal bannen
wijzullen bannen
julliezullen bannen
zijzullen bannen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou bannen
jijzou bannen
hij/zij/hetzou bannen
wijzouden bannen
julliezouden bannen
zijzouden bannen

Practica bannen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

bannen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De school mobiele telefoons uit de klas.

  2. Pasado

    De regering vorig jaar plastic zakken in winkels.

  3. Oración subordinada

    Het is jammer dat veel steden auto's uit het centrum .

  4. Pasado

    De gemeente rond die tijd ook vuurwerk.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es ban. En el infinitivo bannen hay una n antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (bande, banden) y el participio termina en -d (geband).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij bant, pero ban jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de bannen?

bande (ik, jij, hij/zij/het) y banden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de bannen?

geband, con hebben: ik heb geband.

¿El verbo bannen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geband, hij heeft geband.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.