Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Dimmen

dimmen = atenuar

Infinitivo
dimmen
Pasado
dimde · dimden
Perfecto
heeft gedimd

Respuesta rápida

Dimmen significa atenuar. Pasado: dimde (singular) y dimden (plural). Participio: gedimd, con hebben: ik heb gedimd.

Practica dimmen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikdim
jijdimt
hij/zij/hetdimt
wijdimmen
julliedimmen
zijdimmen

Pasado (verleden tijd)

ikdimde
jijdimde
hij/zij/hetdimde
wijdimden
julliedimden
zijdimden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gedimd
jijhebt gedimd
hij/zij/hetheeft gedimd
wijhebben gedimd
julliehebben gedimd
zijhebben gedimd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gedimd
jijhad gedimd
hij/zij/hethad gedimd
wijhadden gedimd
julliehadden gedimd
zijhadden gedimd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal dimmen
jijzult dimmen
hij/zij/hetzal dimmen
wijzullen dimmen
julliezullen dimmen
zijzullen dimmen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou dimmen
jijzou dimmen
hij/zij/hetzou dimmen
wijzouden dimmen
julliezouden dimmen
zijzouden dimmen

Practica dimmen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

dimmen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Ik het licht in de woonkamer als we een film kijken.

  2. Pasado

    De ober de lampen voor het diner bij kaarslicht.

  3. Pretérito perfecto

    Jij de lamp al , dus ik kan goed slapen.

  4. Oración subordinada

    Het is gezellig in de kamer omdat zij het licht zachtjes .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es dim. En el infinitivo dimmen hay una m antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (dimde, dimden) y el participio termina en -d (gedimd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij dimt, pero dim jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de dimmen?

dimde (ik, jij, hij/zij/het) y dimden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de dimmen?

gedimd, con hebben: ik heb gedimd.

¿El verbo dimmen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gedimd, hij heeft gedimd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.