Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Eren

eren = honrar, respetar

Infinitivo
eren
Pasado
eerde · eerden
Perfecto
heeft geëerd

Respuesta rápida

Eren significa honrar, respetar. Pasado: eerde (singular) y eerden (plural). Participio: geëerd, con hebben: ik heb geëerd.

Practica eren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikeer
jijeert
hij/zij/heteert
wijeren
jullieeren
zijeren

Pasado (verleden tijd)

ikeerde
jijeerde
hij/zij/heteerde
wijeerden
jullieeerden
zijeerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geëerd
jijhebt geëerd
hij/zij/hetheeft geëerd
wijhebben geëerd
julliehebben geëerd
zijhebben geëerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geëerd
jijhad geëerd
hij/zij/hethad geëerd
wijhadden geëerd
julliehadden geëerd
zijhadden geëerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal eren
jijzult eren
hij/zij/hetzal eren
wijzullen eren
julliezullen eren
zijzullen eren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou eren
jijzou eren
hij/zij/hetzou eren
wijzouden eren
julliezouden eren
zijzouden eren

Practica eren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

eren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Wij de helden van de oorlog met een minuut stilte.

  2. Pasado

    Het hele dorp de oude burgemeester bij zijn afscheid.

  3. Pretérito perfecto

    De school de beste leerlingen met een prijs .

  4. Presente

    Jij je ouders door goed voor hen te zorgen.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es eer. En el infinitivo eren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (eerde, eerden) y el participio termina en -d (geëerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij eert, pero eer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de eren?

eerde (ik, jij, hij/zij/het) y eerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de eren?

geëerd, con hebben: ik heb geëerd.

¿El verbo eren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geëerd, hij heeft geëerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.