Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Formuleren

formuleren = formular

Infinitivo
formuleren
Pasado
formuleerde · formuleerden
Perfecto
heeft geformuleerd

Respuesta rápida

Formuleren significa formular. Pasado: formuleerde (singular) y formuleerden (plural). Participio: geformuleerd, con hebben: ik heb geformuleerd.

Practica formuleren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikformuleer
jijformuleert
hij/zij/hetformuleert
wijformuleren
jullieformuleren
zijformuleren

Pasado (verleden tijd)

ikformuleerde
jijformuleerde
hij/zij/hetformuleerde
wijformuleerden
jullieformuleerden
zijformuleerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geformuleerd
jijhebt geformuleerd
hij/zij/hetheeft geformuleerd
wijhebben geformuleerd
julliehebben geformuleerd
zijhebben geformuleerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geformuleerd
jijhad geformuleerd
hij/zij/hethad geformuleerd
wijhadden geformuleerd
julliehadden geformuleerd
zijhadden geformuleerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal formuleren
jijzult formuleren
hij/zij/hetzal formuleren
wijzullen formuleren
julliezullen formuleren
zijzullen formuleren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou formuleren
jijzou formuleren
hij/zij/hetzou formuleren
wijzouden formuleren
julliezouden formuleren
zijzouden formuleren

Practica formuleren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

formuleren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Ik mijn vraag altijd heel voorzichtig.

  2. Pasado

    De advocaat zijn antwoord zorgvuldig.

  3. Pretérito perfecto

    Jullie de regels van het spel duidelijk .

  4. Oración subordinada

    Ik snap het niet omdat jij het zo ingewikkeld .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es formuleer. En el infinitivo formuleren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (formuleerde, formuleerden) y el participio termina en -d (geformuleerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij formuleert, pero formuleer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de formuleren?

formuleerde (ik, jij, hij/zij/het) y formuleerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de formuleren?

geformuleerd, con hebben: ik heb geformuleerd.

¿El verbo formuleren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geformuleerd, hij heeft geformuleerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.