Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Fungeren

fungeren = funcionar

Infinitivo
fungeren
Pasado
fungeerde · fungeerden
Perfecto
heeft gefungeerd

Respuesta rápida

Fungeren significa funcionar. Pasado: fungeerde (singular) y fungeerden (plural). Participio: gefungeerd, con hebben: ik heb gefungeerd.

Practica fungeren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikfungeer
jijfungeert
hij/zij/hetfungeert
wijfungeren
julliefungeren
zijfungeren

Pasado (verleden tijd)

ikfungeerde
jijfungeerde
hij/zij/hetfungeerde
wijfungeerden
julliefungeerden
zijfungeerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gefungeerd
jijhebt gefungeerd
hij/zij/hetheeft gefungeerd
wijhebben gefungeerd
julliehebben gefungeerd
zijhebben gefungeerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gefungeerd
jijhad gefungeerd
hij/zij/hethad gefungeerd
wijhadden gefungeerd
julliehadden gefungeerd
zijhadden gefungeerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal fungeren
jijzult fungeren
hij/zij/hetzal fungeren
wijzullen fungeren
julliezullen fungeren
zijzullen fungeren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou fungeren
jijzou fungeren
hij/zij/hetzou fungeren
wijzouden fungeren
julliezouden fungeren
zijzouden fungeren

Practica fungeren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

fungeren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn broer als gids voor de toeristen.

  2. Pasado

    De oude schuur jarenlang als werkplaats.

  3. Pretérito perfecto

    Zij vorig jaar als voorzitter van de club .

  4. Oración subordinada

    Het is handig, omdat de tafel ook als bureau .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es fungeer. En el infinitivo fungeren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (fungeerde, fungeerden) y el participio termina en -d (gefungeerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij fungeert, pero fungeer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de fungeren?

fungeerde (ik, jij, hij/zij/het) y fungeerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de fungeren?

gefungeerd, con hebben: ik heb gefungeerd.

¿El verbo fungeren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gefungeerd, hij heeft gefungeerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.