Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Groeten

groeten = saludar

Infinitivo
groeten
Pasado
groette · groetten
Perfecto
heeft gegroet

Respuesta rápida

Groeten significa saludar. Pasado: groette (singular) y groetten (plural). Participio: gegroet, con hebben: ik heb gegroet.

Practica groeten

Presente (tegenwoordige tijd)

ikgroet
jijgroet
hij/zij/hetgroet
wijgroeten
julliegroeten
zijgroeten

Pasado (verleden tijd)

ikgroette
jijgroette
hij/zij/hetgroette
wijgroetten
julliegroetten
zijgroetten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gegroet
jijhebt gegroet
hij/zij/hetheeft gegroet
wijhebben gegroet
julliehebben gegroet
zijhebben gegroet

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gegroet
jijhad gegroet
hij/zij/hethad gegroet
wijhadden gegroet
julliehadden gegroet
zijhadden gegroet

Futuro (toekomende tijd)

ikzal groeten
jijzult groeten
hij/zij/hetzal groeten
wijzullen groeten
julliezullen groeten
zijzullen groeten

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou groeten
jijzou groeten
hij/zij/hetzou groeten
wijzouden groeten
julliezouden groeten
zijzouden groeten

Practica groeten

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es groet. En el infinitivo groeten hay una t antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (groette, groetten) y el participio termina en -t (gegroet).

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de groeten?

groette (ik, jij, hij/zij/het) y groetten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de groeten?

gegroet, con hebben: ik heb gegroet.

¿El verbo groeten va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gegroet, hij heeft gegroet.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.