Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Boeren conjugation

boeren = to farm, perform

Infinitive
boeren
Past
boerde · boerden
Perfect
heeft geboerd

Quick answer

Boeren means to farm, perform. Past tense: boerde (singular) and boerden (plural). Past participle: geboerd, with hebben: ik heb geboerd.

Practise boeren

Present (tegenwoordige tijd)

ikboer
jijboert
hij/zij/hetboert
wijboeren
jullieboeren
zijboeren

Past (verleden tijd)

ikboerde
jijboerde
hij/zij/hetboerde
wijboerden
jullieboerden
zijboerden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb geboerd
jijhebt geboerd
hij/zij/hetheeft geboerd
wijhebben geboerd
julliehebben geboerd
zijhebben geboerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad geboerd
jijhad geboerd
hij/zij/hethad geboerd
wijhadden geboerd
julliehadden geboerd
zijhadden geboerd

Future (toekomende tijd)

ikzal boeren
jijzult boeren
hij/zij/hetzal boeren
wijzullen boeren
julliezullen boeren
zijzullen boeren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou boeren
jijzou boeren
hij/zij/hetzou boeren
wijzouden boeren
julliezouden boeren
zijzouden boeren

Practise boeren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is boer. The infinitive boeren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (boerde, boerden) and the participle ends in -d (geboerd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij boert, but boer jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of boeren?

boerde (ik, jij, hij/zij/het) and boerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of boeren?

geboerd, with hebben: ik heb geboerd.

Is boeren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb geboerd, hij heeft geboerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.