Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Irregular

Conjugación de Jagen

jagen = cazar

Infinitivo
jagen
Pasado
joeg · joegen
Perfecto
heeft gejaagd

Respuesta rápida

Jagen significa cazar. Pasado: joeg (singular) y joegen (plural). Participio: gejaagd, con hebben: ik heb gejaagd.

Practica jagen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikjaag
jijjaagt
hij/zij/hetjaagt
wijjagen
julliejagen
zijjagen

Pasado (verleden tijd)

ikjoeg
jijjoeg
hij/zij/hetjoeg
wijjoegen
julliejoegen
zijjoegen

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gejaagd
jijhebt gejaagd
hij/zij/hetheeft gejaagd
wijhebben gejaagd
julliehebben gejaagd
zijhebben gejaagd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gejaagd
jijhad gejaagd
hij/zij/hethad gejaagd
wijhadden gejaagd
julliehadden gejaagd
zijhadden gejaagd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal jagen
jijzult jagen
hij/zij/hetzal jagen
wijzullen jagen
julliezullen jagen
zijzullen jagen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou jagen
jijzou jagen
hij/zij/hetzou jagen
wijzouden jagen
julliezouden jagen
zijzouden jagen

Practica jagen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

jagen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De leeuw in de nacht op kleine dieren.

  2. Pretérito perfecto

    De vossen vannacht op muizen in het veld .

  3. Oración subordinada

    Het is verboden dat mensen hier op herten .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: jagen, joeg, gejaagd.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij jaagt, pero jaag jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de jagen?

joeg (ik, jij, hij/zij/het) y joegen (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de jagen?

gejaagd, con hebben: ik heb gejaagd.

¿El verbo jagen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gejaagd, hij heeft gejaagd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.